Hoe en waarom spreeuwen zwermen

Foto Koos Dijksterhuis

Foto Koos Dijksterhuis

Boven Rome verzamelt zich in de herfst een zwerm van wel vijf miljoen spreeuwen. Ze wervelen als een vloeistofdia door de avondhemel. Ze blijven niet onopgemerkt. Een slechtvalk, het snelste dier ter wereld, jakkert ernaartoe. De valk duikt bijna verticaal op de spreeuwen. Er golft meteen een donkere strook door de zwerm. Een wave. Een harmonica-achtige verdichting, alsof de spreeuwen die de valk het eerst zien, van schrik terugdeinzen, de zwerm in, die daar dus iets compacter wordt, iets dichter op elkaar gedrukt, waarna de volgende laag spreeuwen terugdeinst. Maar hoewel het sprekend op zo’n verschuivende verdichting lijkt, is dat niet wat er gebeurt.

Wat er wel gebeurt, is te lezen in De spreeuw, het nieuwe boek van Koos Dijksterhuis. Daarin leest u ook de drie vaardigheden die spreeuwen in staat stellen zo massaal te zwermen zonder te botsen. En over het waarom van dat gezwerm. Veiligheid? Die slechtvalk kwam er juist op af.

De Spreeuw is 159 bladzijden dik en gebonden in een stevige kaft. Een luchtig, leesbaar en zomers cadeau! Bestellen bij AtlasContact of bij de auteur. Dan komen er verzendkosten bij maar desgewenst ook een handtekening of andere handgeschreven toevoeging.

Doodgebeten dasjes

Foto Diet Groothuis

Foto Diet Groothuis

Vorige week togen Margriet Hartman en Diet –poetsgoeroe– Groothuis ’s avonds het bos in bij Bilthoven. Ze zouden bij een dassenburcht gaan zitten, in de hoop het daar wonende dassengezin te zien. Er hangt een camera bij die burcht en die had dassen gefilmd.

Groothuis houdt vaker de wacht bij een dassenburcht. Ze werkt mee aan dassentellingen en wil die koddige dieren graag zien. De das maakt met zijn zachte, voorthobbelende lijf, zijn zwartwitte snuit en zijn onvermoeibare gewroet, gesnuffel en gestoei een knuffelbare indruk. ’s Lands grootste roofdier heeft nochtans ijzersterke kaken, waarmee hij gek genoeg vooral zachte prooien als wormen en larven eet. Lees verder

Brem in de berm

Brem.  Foto Koos Dijksterhuis

Brem. Foto Koos Dijksterhuis

Sommige bermen en spoortaluds worden gekleurd door brem. Het voorbijzoevende geel is een prachtig gezicht vanuit auto of trein. Aan de vorm van de bloemen is te zien dat brem verwant is aan klavers en erwten. Vlinderbloemige bloemen zijn het. Die kunnen stikstof uit de lucht halen en de grond in werken, als natuurlijke bemesters. Brem doet het dan ook goed op schrale zandgrond. De struik zorgt zelf wel voor mest. Lees verder

Stekelbaarsjes als huisdier

Stekelbaarsje. Foto Koos Dijksterhuis

Stekelbaarsje. Foto Koos Dijksterhuis

Een vriend van me heeft in zijn tuin een aquarium vol slootwater. “Ik kweek watervlooien”, verklaart hij. Hoezo? “Voor de stekelbaarsjes.” Vriend zat als kind net als ik in de christelijke jeugdbond voor natuurstudie en hoewel dat christelijke sleet, is zijn natuurstudie nog even jeugdig. Hij heeft nu kinderen en kan met hen als dekmantel ongegeneerd met een netje in de sloot spatteren. Ook kijkt hij graag door een duikbril onder water. Als hij daarover vertelt, raakt hij in vervoering. Hij moet er voor op pad, want er zijn in Nederland weinig sloten waar het water nog doorzichtig en visrijk is. Drijf- en kunstmest maken het troebel. Lees verder

Tropisch zaad drijft uit Amerika naar Nederland

Gelakte en aangespoelde paardenoogboon. Foto Koos Dijksterhuis

Gelakte en aangespoelde paardenoogboon. Foto Koos Dijksterhuis

Zoon en ik lopen over het strand van Schiermonnikoog van paal 7 naar paal 5. Het is springvloed. De strook strand vlak langs zee is bedekt met rupsbandensporen. Die zijn van een zeefmachine. Daarmee veegt Rijkswaterstaat kilometers strand op, om de paraffine eruit te zeven.

Er zijn sinds die zeef er de vorige dag voorbijkwam weinig schelpen maar des te meer nieuwe paraffineklonten aangespoeld. De viezigheid vormt een gele vloedlijn. We passeren een andere vader met een andere zoon. Die zoon vraagt wat dat voor klonten zijn. “’Oesters’, zegt zijn vader”, gniffelt mijn zoon, die scherpere afluisteroren heeft dan ik. Lees verder

Joekel van een spanner

Grote spikkelspanner Hypomecis (boarmia) roboraria Schier. Foto Koos Dijksterhuis

Grote spikkelspanner Hypomecis (boarmia) roboraria Schier. Foto Koos Dijksterhuis

Op Schiermonnikoog zien zoon en ik op een voorlichtingsbord van Natuurmonumenten een nachtvlinder zitten. Het is een zogenoemde spanner. Ik herken spanners aan hun gespannen vleugels. Veel nachtvlinders schuiven hun voor- en achtervleugels in rust over elkaar heen of vouwen ze min of meer op. De meeste spanners doen dat niet, maar hun naam danken ze daar niet aan. Hun naam danken ze aan de gespannen manier van voortbewegen als ze nog rups zijn. Dan strekken ze hun kop vooruit en trekken ze vervolgens hun kont in, waarbij hun lijf zich bolt. Lees verder

Het sombere eilandgevoel

Paraffine op het strand. Foto Koos Dijksterhuis

Paraffine op het strand. Foto Koos Dijksterhuis

Een weekend naar ons huisje op Schiermonnikoog – ze zeggen altijd dat op de boot het eilandgevoel zich al van je meester maakt en dat is waar. Maar dat komt meer door het op de Waddenzee glinsterende licht dan door de zich aan boord verdringende eilandgevoelsmensen.

Ons eilandgevoel knarst tijdens het doorkruisen van de met drijfmest doordrenkte eilandpolders. Wat zou het mooi zijn als de eilander boeren zich zouden scharen onder het Nationaal Park. Als ze zo zouden boeren, dat de polder weer geel van ratelaars en roze van orchideeën zou kleuren en de grutto’s zich voor het eerst in veertig jaar weer zouden uitbreiden. Lees verder

Vlindertje van glas

Bessenglasvlinder.  Foto Koos Dijksterhuis

Bessenglasvlinder. Foto Koos Dijksterhuis

In juni vliegt de bessenglasvlinder. Dat is een fraai beestje met doorzichtige vleugels, maar het is een klein beestje, onopvallend levend in bessenstruiken. En afgezien van een paar weken in mei en juni zijn bessenglasvlinders alleen present als eitje of, vanaf de nazomer, als rups. Als rups overwinteren ze in een tak van hun bessenstruik. In de lente verpoppen ze zich en vliegen ze even rond als vlinder. Een beetje nectar lebberen uit een schermbloem, even paren en eitjes leggen op een besenstruik. Klaar. Lees verder

Dankzij Shakespeare koloniseerde de spreeuw Noord-Amerika

Spreeuw op het dak. Foto Koos Dijksterhuis

Spreeuw op het dak. Foto Koos Dijksterhuis

De spreeuw is één van de talrijkste vogels van Noord-Amerika. Van Alaska tot Mexico komen spreeuwen voor. Toch kregen spreeuwen pas rond 1900 voet aan de Amerikaanse grond. Eind negentiende eeuw waren in door Europese landen gekoloniseerde gebieden zogenoemde Acclimatization Societies actief. Die hadden als doel zoveel mogelijk (wilde) planten en dieren uit het Europese vaderland mee te verhuizen naar de koloniën, waar de inheemse natuur net zo achterlijk gevonden werd als de inheemse bevolking. De New Yorkse apotheker Eugen Schieffelin was voorzitter van zo’n vereniging in de Verenigde Staten. Hij zorgde er rond 1860 voor dat huismussen poot aan de Amerikaanse grond kregen en vond dat de spreeuw niet kon achterblijven. Schieffelin had trouwens een chiquere argumentatie voor zijn faunavervalsende activiteiten. Hij was niet van de straat, hij kende zijn klassiekers. Met zijn acclimatiseringsbroeders had hij zich ten doel gesteld alle vogels die William Shakespeare had bezongen in New York te krijgen.

Spreeuw op de markt in Tunis. Foto Gert van Maanen

Spreeuw op de markt in Tunis. Foto Gert van Maanen

Shakespeare heeft tientallen vogelsoorten bezongen of genoemd. Ook de spreeuw speelt een rol in het oeuvre van de dichter. In 1596 of ’97 verscheen het eerste deel van Shakespeares historische toneelstuk Hendrik IV. Daarin komt Hotspur in opstand tegen koning Hendrik IV. Die weigert namelijk losgeld te betalen voor de vrijlating van Hotspurs zwager Mortimer, die door rebellen gevangen is genomen. De zwager in kwestie wordt door de koning als rivaal gezien. Hotspur neemt het de koning kwalijk dat hij Mortimer niet helpt en blijft aandringen op het vrijkopen van zijn rebelse zwager. De heren krijgen ruzie, en de koning verbiedt Hotspur de naam van zijn zwager nog langer te noemen. Hotspur bedenkt een pesterig plannetje.

‘I’ll have a starling shall be taught to speak nothing but “Mortimer”, Hotspur whines.’ In de vertaling van Jan Jonk: ‘Ja, ik koop een spreeuw, en die leer ik dan alleen het woord Mortimer.’

Aristoteles, Plinius, Maerlant, Shakespeare, Dijksterhuis – zij allen schreven over de spreeuw. Lees hoe de spreeuw vanuit New York heel Noord-Amerika koloniseerde, van Alaska tot Mexico. Lees alles over die fantastische vogels in De spreeuw, het nieuwe boek van Koos Dijksterhuis. Het is 159 bladzijden dik en is gebonden in een stevige kaft. Een luchtig, leesbaar en zomers cadeau! Bestellen bij AtlasContact of bij de auteur. Dan komen er verzendkosten bij maar desgewenst ook een handtekening of andere handgeschreven toevoeging.

Een bloemetje van de spreeuw

Spreeuwennest met veer en bloemen. Foto Jan Schoppers

Spreeuwennest met veer en bloemen. Foto Jan Schoppers

Laatst haalde Staatsbosbeheer de krant met een nieuwtje: natuurexcursies voor vrijgezellen. Een gaatje in de markt, maar niet nieuw. Sinds twee jaar geleden vaart Fogol met vrijgezellen op de 106 jaar oude koftjalk Schuttevaer vanuit Enkhuizen naar vogeleilandje de Kreupel in het IJsselmeer. Daar broeden duizenden vogels, waaronder zeldzame zwartkopmeeuwen. Iedereen wil daar wel eens een kijkje nemen, maar alleen vrijgezellen mogen mee. Lees verder