Oude bomen met natte voeten

Oerbos. Foto Koos Dijksterhuis

Oerbos. Foto Koos Dijksterhuis

Na terugkeer van een weekje Polen is Nederland groen geworden. De beuken en zomereiken zijn uitgelopen. In Polen zagen we dat uitlopen dagelijks vorderen. Eerst de beuken, dan de eiken. In dat weekje bloeiden de bosanemonen uit en namen andere bloemen het bos over: grote muur, voorjaarslathyrus. In Polen is een restje oerbos, bij het dorp Bialowieza op de Wit-Russische grens. Ooit jaagden de tsaren er op groot wild. Partizanen verstopten zich er. Er lag 35 jaar een ijzeren gordijn – een tankgracht tussen hekken.

Het bos is sinds de laatste ijstijd bos geweest en er is nooit hout gehakt, zegt onze gids. Zonder gids mag je er niet in. Ik was hier twintig jaar geleden ook. Toen was de gids een struise matrone in legeruniform die in het Duits bevelen en verboden snauwde. Nicht dahin! Hier bleiben! Ze noemde zichzelf Führerin. Nu is de gids een zachtaardige jongen. Om 5 uur ’s morgens neemt hij ons op sleeptouw. Lees verder

Fopelfenbankje of witte bultzwam?

Witte bultzwam. Foto Koos Dijksterhuis

Witte bultzwam. Foto Koos Dijksterhuis

De zwam op de foto is geen elfenbankje, al lijkt ie erop. Het zou een fopelfenbankje kunnen zijn. Een fopelfenbankje heeft aan de onderkant een doolhof van lamellen. Een gewoon elfenbankje heeft ragfijne buisjes. Het fopelfenbankje leeft op dode loofbomen. Hij verteert het rottende hout en misschien parasiteert de zwam ook wel eens op levende bomen, maar in ieder geval parasiteert hij op de gewone elfenbank. Een gewone elfenbank heeft dan een boomstronk doorzeefd met zijn zwamvlok, het wortelstelsel van paddestoelen. En dat tapt het fopelfenbankje dan weer af.

Qua onderkant zou het ook een witte bultzwam kunnen zijn. En ook qua verdikking waar de zwam aan het hout zit: de bult uit de naam. De witte bultzwam is geen zwam met een witte bult, maar een witte zwam met een bult. Net als het fopelfenbankje parasiteert de witte bultzwam op de zwamvlok van een andere houtzwam: de grijze gaatjeszwam. Er wordt wat afgeparasiteerd in de natuur. Lees verder

Raven!

Raaf. Foto Koos Dijksterhuis

Raaf. Foto Koos Dijksterhuis

Vriendin en ik wandelen door een leeg deel van Drenthe. Heide, vennen, bos. De zon schijnt, het is warm, we lopen langs een grote heide. Het is zondag maar we zien geen andere wandelaars, fietsers, ruiters, honden, een unicum in Nederland! We lopen ook niet op een echt pad, het is meer een spoor van schapen. We zien de schapen niet, maar er liggen wel schapenkeutels en een uitgemergelde schapenschedel.

Na een tijd komen we bij een gemengd bos. Aan de bosrand ploffen we neer op het zongestoofde gras. We eten wat, drinken water en staren naar de azuurblauwe lucht. De toppen van donkergroene zilversparren en frisgroene lariksen steken scherp af. Er klinkt een soort gekoer vanuit de sparren. Kraai-achtig, maar veel donkerder, holler dan kraaiengekras. Een raaf! Er broeden raven in Drenthe, maar ik dacht ver van deze plek. De raaf koert en kakelt en mompelt en krast. Na enig speurwerk zien we hem hoog in een boom zitten. Dan vliegt hij – ‘krrrr, krrrr’ – weg. Lees verder

Als door een adder gebeten

Adder. Foto Koos Dijksterhuis

Adder. Foto Koos Dijksterhuis

Vriendin en ik wandelden over een niet zo bekend restantje hoogveen in Drenthe, waar je geen andere mensen tegenkomt. Het pad werd een paadje en vervolgens een spoor. Het was een frisse nacht geweest, maar de zon scheen warm. Op Drents hoogveen kun je dan ’s morgens allerlei zonnebadende reptielen verwachten, die hun koelbloedige lijf opwarmen, voor ze actief worden. Maar daar dacht ik te laat aan. Een ijselijke gil van vriendin herinnerde me eraan. Ze sprong weg en wees. Een slang, eek. Ze was door het oog van de naald gegaan, het was hier gevaarlijk.

De slang was zo’n zeventig centimeter lang en dat is fors voor een adder. Een adder is herkenbaar aan de streep, die als een slang op een slang over de rug zigzagt. De adder wist niet hoe snel hij of zij zich uit de voeten moest maken. Zonder voeten dan. Razendsnel kronkelde het dier weg. Lees verder

Zwarte en bruine alpino

Zwartkopjes houden van appel. Ze houden ook van insecten. Hun spitse snavel is handiger in het uit kiertjes oppikken van insecten, dan van zaden en vruchten. Maar een appel gaat er altijd in.

Zwartkop m+v. Foto Jeanette Essink

Zwartkop m+v. Foto Jeanette Essink

Zwartkopjes zijn er veel. De zwartkop is een van de weinige vogelsoorten waarmee het voor de wind gaat. De afgelopen twintig jaar is hun geschatte aantal verdrievoudigd van honderd- naar rond de driehonderdduizend paartjes. Die toename ging gepaard met de groei van het bosareaal, en met het ouder worden van het bos. Zwartkopjes houden van loofbos met een ruige ondergroei. Al zijn er nog zoveel, en komen ze ook in wilde tuinen en stadsparken voor, ze zingen verscholen in het blad. En ze broeden in dicht struikgewas op de grond, onder braamstruiken bijvoorbeeld. Lees verder

Kans op bijen!

Het gaat slecht met de bijen. En niet alleen met de honingbij, slechts één van de 358 soorten bijen die in Nederland zijn gezien. Gaat het met de honingbij al niet denderend, het is nog altijd met afstand de talrijkste bij. Vertroeteld door imkers schuimt de honingbij bloemen af, daarbij niet gehinderd door een overdreven kieskeurigheid. Individuele honingbijen krijgen wel voorkeur voor een bepaalde bloem, maar dat kan een bloem van allerlei soort zijn. Er zijn ook veel bijen die het van enkele bloemensoorten moeten hebben. Als die bloemen verdwijnen, gaan de bijen er ook aanbijenradar2013_v2.

Er zijn zandbijen, groefbijen, slobkousbijen, dikvoetbijen, tronkenbijen, slurf-, roet- en behangersbijen en nog een heleboel andere. De meeste leven niet in volkeren, maar alleen. Wel kunnen er tientallen solitaire bijennestjes bijelkaar zitten, bijvoorbeeld in een zonnige, zandige open plek tussen struiken.

Er zijn nogal wat bloemen in trek bij bijen. Nu bloeien wilgen en die zijn populair. Er vliegen wel zeventien bijensoorten opaf! Dat lees ik op www.wildebijen.nl, de website van Huib Koel. Zijn laatste aanwinst op die site is de bijenradar. Mocht u op zoek willen naar bijen, dan kunt u op de bijenradar zien wanneer de meeste bijen verwacht worden. Koel baseert zijn radar op het weer en op het gemiddelde aantal bijenwaarnemingen van de afgelopen jaren. En dat aantal baseert hij weer op het aantal bezoeken aan zijn bijensite. De verwachtingen (de groene lijn) komen heel aardig uit. De rode lijn geeft de werkelijke aantallen bijenwaarnemingen weer van de afgelopen tijd. Duidelijk te zien is dat de stijging inzette toen het warm werd, ruim twee weken later dan verwacht.

(Natuurdagboek Trouw 8 mei 2013)

Landgoed bij Putten

Reiger op nest Oldenaller.  Foto Koos Dijksterhuis

Reiger op nest Oldenaller. Foto Koos Dijksterhuis

Vriendin is in Putten, ik haal haar op. We rijden over de provinciale weg weg en net als de zon doorbreekt, passeren we landgoed Oldenaller.

Oldenaller!

Ik fietste er als puber uit Amersfoort heen met de natuurclub. Gek genoeg kan ik me het gedenkteken niet herinneren, voor de moord op de mannen van Putten. Bij de laan naar Oldenaller vond in 1944 een aanslag plaats op de Oostenrijkse nazi Rauter. Deze griezel was de baas van de Nederlandse politie. Hij bleek niet in de beschoten auto te zitten. Als wraak werden bijna alle mannen en jongens uit Putten gehaald: 661. Van hen kwamen 540 om. In maart 1945 nam het verzet de juiste auto onder vuur, maar overleefde Rauter de aanslag. Als represaille werden ruim driehonderd Nederlandse mannen doodgeschoten. Lees verder

(Vreemde) vogels in tuinreservaat

Witgatje. Foto Jeanette Essink

Witgatje. Foto Jeanette Essink

Natuurtalent Jeanette Essink heeft een woonkamer als vogelkijkhut. Voor de ramen hippen, fladderen, pikken, tjilpen en tientallen vogels. Kool- en pimpelmezen, vinken en groenlingen, huis- en ringmussen, merels en duiven zijn er in groten getale. Staartmezen, zwartkopjes, heggemussen, putters en sijzen zijn er in kleinen getale. Vlak voor en iets verder van de ramen staat een kakafonie aan voederplanken, vetbanketten, waterschalen, appelhelften, pindasnoeren en zaadbanken opgesteld. Mezen steken hun snavel wellustig in een bakje pindakaas. In de grote vijver baddert een holenduif en stapt een reiger. Jeanette is de beheerder van dit tuinreservaat. Tuinreservaten zijn oases van natuur, vaak in stenen woonwijken of levenloze landerijen. Jeanettes tuin valt onder de laatste categorie. Lees verder

Blauwborst

Blauwborst. Foto José Jansen

Blauwborst. Foto José Jansen

Vriendin wil zo graag een blauwborst zien. Met de ijsvogel is dat intussen gelukt. Ook blauw. Voor blauwborsten moet je in april zijn. Maar de lente is laat, het riet is nog geel, de vogels hebben vertraging. We gaan naar Nieuwe Statenzijl, de enorme sluis op de Nederlands-Duitse grens. Daar zou zonder sluis een riviertje onbekommerd de Dollard in kabbelen. Dat kan niet in Nederland, er kabbelt niet één Nederlands riviertje onbekommerd in zee. Er staat altijd een sluis tussen en met eb wordt er geloosd.

Aan de overkant begint een paadje, nee, een honderden meters lange loopplank naar vogelhut de Kiekkaaste van het Groninger Landschap. De loopplank slingert door een brakwaterrietveld. Daar heb ik al vaak blauwborstjes gezien. En meestal krijg je baardmannetjes als bonus. En nog veel meer. Maar ook al zou je geen bijzondere vogel zien, dan nog is de Kiekkaaste de mooiste plek van Groningen, Nederland, Europa, Wereld, Heelal. (Op Schier na, dan.) Het licht, de wolken, het riet op het wad. Waar anders zie je riet op het wad, met meters tijverschil? Lees verder

Waar je geen auto’s hoort…

Nieuw Statenzijl. Foto Koos Dijksterhuis

Nieuw Statenzijl. Foto Koos Dijksterhuis

We zijn bij vogelhut de Kiekkaaste in de Dollard bij Nieuwe Statenzijl, waar het altijd anders en altijd mooi is. ’s Lands enige plek waar je geen auto’s hoort. Je hoort scholeksters tepieten, tureluurs tureluren, baardmannetjes tingen, rietgorzen rocken, kwikstaarten dziepen, rietzangers baltsen. Allemaal geluiden die de stilte van het wad benadrukken, net als het ruisende riet. Het wemelt van de boerenzwaluwen, die in en aan de Kiekkaaste nestelen.

Het is eb. Het getijdeverschil is hier groot, zo oostelijk in de Waddenzee. Bovendien wordt het zeewater met vloed de trechter van Eems en Dollard in gestuwd. Het nog gele riet rijst twee, drie meter op uit het wad. Geel is alleen de bovenste helft. De onderste helft is donker. De vloed kwam tot het geel. Lees verder