Spreeuwenbekkies

Spreeuwenbekkie

Spreeuwenbekkie. Foto Koos Dijksterhuis

Spreeuwen worden geboren met relatief grote snavels. Ze hebben gele monden en oranje kelen, die ineens uit een vormeloos hoopje kuikens oprijzen. Bij het openen van een nestkast vallen ze enorm op. De mond wordt omlijst door een dikke, gele rand. Het lijken wel botoxlippen. Naarmate de kuikens groter worden, krimpen hun gele, gezwollen lippen. Maar aanvankelijk zijn ze nodig in de voedselcompetitie tussen broers en zussen. Peter Buwalda noemt in zijn gebundelde Volkskrant-columns de kinderen van zijn geliefde haar ‘spreeuwenbekkies’. Lees verder

Spookachtige engelen

Engelwortel. Foto Koos Dijksterhuis

Engelwortel. Foto Koos Dijksterhuis

Angelica archangelica heet hij in wetenschapslatijn: engelachtige aartsengel. Hoe engelachtig kan een engel zijn? De grote engelwortel, zoals ie in het Nederlands iets minder, maar toch nog behoorlijk engelachtig heet, leerde ik als vijftienjarige jongen kennen in de Nieuwkoopse plassen. Daar verbleven wij een lang weekend met de natuurclub en werden mij moeras-, water- en oeverplanten aangewezen.

De engelwortel sprak mij wel aan vanwege zijn forse postuur – engelwortel kan wel tweeënhalve meter hoog worden – en ronde schermbloemen. Die bolle bloemen maken engelwortels gemakkelijk te onderscheiden van bijvoorbeeld bereklauw, watereppe, fluitekruid en andere schermbloemigen. De stengels kunnen roodbruin kleuren. Lees verder

Bijen op de bloemen

Behangersbij Megachile sp. en Groefbij Lasioglossum sp. Foto Koos Dijksterhuis

Behangersbij Megachile sp. en Groefbij Lasioglossum sp. Foto Koos Dijksterhuis

Het zoemt in mijn tuin zoals je het niet vaak meer hoort zoemen. Op de gele bloempjes van jacobskruiskruid is het een komen en gaan van bijen en zweefvliegen. Er zijn kleine bijen met een oranjerode buik en nog kleinere bijen, zwart met dunne dwarsstreepjes.

Op de foto zit een behangersbij, waarschijnschijnlijk een tuinbladsnijder. Behangersbijen knagen blaadjes in stukjes en bekleden met die blaadjes hun nestholte. Ze gebruiken er ook wel bloemblaadjes voor, zodat het een fleurig nestje kan worden. Lees verder

Reddend zwemmen

De bastaardweekschildkever Anthocomus coccineus. Foto Jeanette Essink

De bastaardweekschildkever Anthocomus coccineus. Foto Jeanette Essink

Als ik zwem, voel ik de neiging te water geraakte, spartelende insecten te redden. Daar is meestal geen beginnen aan. Meestal red ik een paar zweefvliegen, bijen en vlinders en daarna hebben ze pech. Voor de vissen zijn ze welkome versnaperingen, sus ik mijn schuldgevoel.

Het spiegelgladde water van het meer wordt verstoord door mijn boeggolf en mijn geklots. Ik zwem een meer over. Ik ben geen goede zwemmer, ik heb niet eens een diploma. In de acht jaar dat ik op de zweterige tribune naar de zwemlessen van mijn kinderen keek, leerde ik sommige badmeesters een beetje kennen. Eén ervan, een vriendelijke Irakees, nodigde mij een keer in een les uit. Lees verder

Zomertuin

Jakobskruiskruid in de tuin. Foto Koos Dijksterhuis

Jakobskruiskruid in de tuin. Foto Koos Dijksterhuis

In mijn verwilderde tuin zijn geel nagelkruid, oranje havikskruid en grootbloemige hertshooi uitgebloeid. Valeriaan en teunisbloem sputteren nog na. Nu zijn brunel, bosandoorn en moerasandoorn aan de beurt. Geel havikskruid is nog niet zo ver. Ik struin door het grasveldje en telkens springen bruine kikkers voor me weg. Ik trek paardebloemen en kleine wilgeroosjes uit en maai en hark het ruigste deel van het gras, om enkele pollen ooievaarsbekken heen. Lees verder

Vroege duik

Duinmeer. Foto Koos Dijksterhuis

Duinmeer. Foto Koos Dijksterhuis

Als één van ons vroeg wakker wordt en het mooi weer is, zullen we voor dag en dauw naar het duinmeer. Om zes uur word ik wakker. Geliefde kreunt dat het geen mooi weer is, maar achter de gordijnen gluurt de morgenzon vanuit een wolkenloze hemel. Het daagt in het oosten, het licht schijnt onverbiddelijk.

Uit de veren, op de fiets, sloffen door het zand. Hoewel het strandje dagelijks schoongemaakt wordt, liggen er de onvermijdelijke plastic flesjes en zelfs een spuitbus deodorant. We gooien de troep in een vuilnisbak. Terwijl ik het kraakheldere meer steeds hoger tegen mijn benen voel prikkelen, zie ik op de bodem een bierfles staan. Het losgeweekte etiket ligt er naast. Lees verder

Graafwesp, zeefwesp

Bleke zeefwesp. Foto Koos Dijksterhuis

Bleke zeefwesp. Foto Koos Dijksterhuis

Tussen de stenen van mijn terras verschijnen zandhoopjes. In sommige zit een gat. Er vliegt een graafwespje bij. In een natuurtuin, hoe klein ook, krijgt een mens ook nooit rust. Wil ik even in de zon zitten, vliegen er interessante holbewoners rond…

Het zijn kleine wespen, met geel-zwart streeplijf en een vervaarlijke puntbips. Ik zit klaar met camera. Het duurt minuten voordat er één een holletje inglipt. Ik kniel en zet de camera scherp op het holletje. Daar beweegt wat. Ja een wespensnuit. De wesp blijft een tijdje naar buiten gluren en smeert hem dan toch nog onverwachts. Te laat afgedrukt. Wespen fotograferen is een vak apart. Lees verder

Rosse grutto’s en andere wereldreizigers

Rosse grutto’s op de toendra Foto van Jan van de Kam uit Reisvogels

Rosse grutto’s op de toendra Foto van Jan van de Kam uit Reisvogels

Rosse grutto’s, die broeden in Alaska, reizen elfduizend kilometer naar hun winterverblijf op Nieuw-Zeeland. Ze overbruggen die afstand in één ruk. Ze vliegen ruim twee keer zo ver als biologen voor mogelijk hielden. Dat lukt doordat ze handig gebruik maken van rugwinden. Ze zoeken vliegroutes en –hoogten waar de gewenste wind waait. Voor de reis slaan ze precies genoeg vet op. Hun vliegspieren groeien, maag en darmen krimpen. Lees verder

Zwart-witte spoken

Kleine mantelmeeuw. Foto Koos Dijksterhuis

Kleine mantelmeeuw. Foto Koos Dijksterhuis

Als ik in Haarlem logeer, en ik logeer daar vaak, word ik iedere ochtend rond vijf uur wakker van de meeuwen. Op de Haarlemmer daken ontwaken dan de kleine mantelmeeuwen en die begroeten elkaar met elan. Wat een volume hebben die beesten!

Even later beginnen ook de zilvermeeuwen. Die lachen en kakelen met hun kop in de nek. Zilvermeeuwen zijn luidruchtige geluidskunstenaars, maar kleine mantelmeeuwen overschreeuwen hen. Schreeuwen? Nee, meeuwen schreeuwen niet. Ze krijsen ook niet. Als u iemand “krijsende zeemeeuwen” hoort zeggen, weet u één ding zeker: de bron van deze informatie weet niets van vogels, laat staan van meeuwen. Zeemeeuwen bestaan trouwens niet. Lees verder

Juffertje

Lantaarntje op Lotus.  Foto Koos Dijksterhuis

Lantaarntje op Lotus. Foto Koos Dijksterhuis

Het lantaarntje is de algemeenste libel van Nederland en hoef je dus niet met een lantaarntje te zoeken. De hele zomer zijn lantaarntjes bij allerlei wateren te zien, ook bij tuinvijvers. Zelfs in de regen vliegen ze nog rond. Het blauw op hun borststuk kan soms groen zijn, en bij vrouwtjes kan het ook oranje, paars of bruin zijn. Maar het lijf is donker, op het achtste, één-na-laatste segment na, dat helblauw oplicht als een lantaarntje. Lees verder