Eilandgevoel

Nieuw! Eilandgevoel is nu te koop. Het bevat bijna 200 korte verhalen over natuur en landschap op Schiermonnikoog. Behalve alle hoeken van het eiland komen ook diverse karakteristieke eilanders erin voor. Hier zie je wat de uitgever er in de flaptekst over zegt:
Boek omslag Eilandgevoel Koos Dijksterhuis over SchiermonnikoogIedere werkdag schrijft Koos Dijksterhuis een kort verhaaltje in Trouw over de natuur. Uit zijn stukjes blijkt zijn grote liefde voor alles wat leeft. Hij verwondert zich over het ogenschijnlijk gewone, waar vaak een verrassend verhaal achter zit.

Zijn mooiste verhalen schreef Koos over het door hem geliefde eiland Schiermonnikoog. Ze volgen in dit boek de seizoenen en geven prachtige inkijkjes in de eilander natuur, waarin Koos in zijn eentje of met anderen ronddwaalt.

Geschikt voor bijna alle leeftijden! En om voor te lezen.

Eilandgevoel, uitgeverij Bornmeer, ISBN 978-90-5615-405-9, €15,-. Een gesigneerd exemplaar kunt u voor €20,- inclusief verzendkosten bij de auteur bestellen.

Lees verder

Op zoek naar lepelaars

Lepelaar. Foto Koos Dijksterhuis

Lepelaar. Foto Koos Dijksterhuis

Met een groepje Trouwlezers fietste ik over Schiermonnikoog. Sommigen hoopten op lepelaars. Boven de Oosterkwelder vlogen er tientallen, maar te ver weg voor sommige ogen. “In de Westerplas”, beloofde ik, “krijgen we ze vast te zien. Evenals kleine zilverreigers!”

Kleine zilverreigers broeden op de kwelder. Na het uitvliegen van de jongen bivakkeren ze in september vaak in de Westerplas, alvorens zuidwaarts te trekken. Lepelaars zijn eveneens vaak in de Westerplas te vinden, zeker sinds ze daar nu ook broeden. Lees verder

De omweg langs Moskou en Petersburg

Dennemoorder Foto Koos Dijksterhuis

Dennemoorder Foto Koos Dijksterhuis

We lopen van Nijeberkoop naar Olterterp. Het landschap van Zuidoost-Friesland is zo afwisselend als het weer. Felle zon doet ons de regenjas even gretig uittrekken als de regen aan-. We stappen langs groene weiden zonder één van raaigras afwijkend plantje een knoestig eikenbos in, waarin een vennetje schuilgaat met roze oevers van hei.

Caspar Janssen loopt een jaar door Nederland voor zijn rubriek in de Volkskrant en nodigt soms iemand uit hem een etappe te vergezellen. Vandaag mag ik mee. Ik meld dat ik hier eerder wandelde en dat ik toen zwarte spechten zag. Lees verder

Een uil cadeau

Steenuil. Foto Koos Dijksterhuis

Steenuil. Foto Koos Dijksterhuis

Laatst kreeg ik van mijn geliefde voor mijn verjaardag een nacht in een herberg. Op de terugweg reden wij door het kleinschalige platteland van Salland. Met kleinschalig bedoel ik dat landbouwpercelen er vaker worden afgewisseld met bos dan in grootschalige landschappen. De landbouwpercelen zelf worden met gigantische machines en hypermoderne chemicaliën bewerkt. Lees verder

Uitbuikende binnenspinnen

Trilspin. Foto Koos Dijksterhuis

Trilspin. Foto Koos Dijksterhuis

Vorige week hoorde ik op radio 1 dat het spinnentelweekend voor de deur stond, want “het gaat slecht met de spin”. De spin. Nou zou ik net beginnen aan de grote schoonmaak van ons huisje op Schiermonnikoog, en ik kan u verzekeren dat als het ergens voor de wind gaat met de spin, het dat huisje wel is. Ergens tussen de twee- en driehonderd ben ik de tel kwijtgeraakt. Lees verder

Kleurige stinkwants

Bessenschildwants Dolycoris baccarum, Foto Koos Dijksterhuis

Bessenschildwants Dolycoris baccarum, Foto Koos Dijksterhuis

Sinds enkele weken tref ik veel wantsen aan. Ook sturen lezers me foto’s van wantsen. Er zitten veel bladpootwantsen tussen, immigranten uit het oosten die zich enorm aangetrokken voelen tot woonhuizen en andere bronnen van infrarode straling. Ook groene stinkwantsen zijn van de partij en berkenwantsen. Maar het meeste zie ik bessenwantsen, die lijken op berkenwantsen en stinken als stinkwantsen. Lees verder

Mantel van Jacobus

Wijde mantel. Foto Koos Dijksterhuis

Wijde mantel. Foto Koos Dijksterhuis

In schelpengruis vond ik als kind op het strand van Schiermonnikoog wel eens een jong en piepklein schelpje van de wijde mantel. Een groter exemplaar vond ik bijna nooit. Ik was dan ook verrast toen ik laatst bij paal 6 een onbeschadigde wijde mantel tussen de kokkels in de vloedlijn zag liggen.

Ik herinnerde me berichten van vorige herfst, toen er veel wijde mantels gevonden werden: verse exemplaren in felle kleuren, doubletten zelfs, waarvan beide kleppen nog aan elkaar zaten. Lees verder

Door de duinen en over het strand

Berkenboleet Foto Koos Dijksterhuis

Berkenboleet Foto Koos Dijksterhuis

Met twaalf Trouwlezers en een medewerker van SNP-Natuurreizen wandel ik over Schiermonnikoog. Op het eiland heeft elke maand zijn eigen charme en de herfst is er geen gekke tijd, want op de Waddeneilanden nazomert het altijd lang door. Bovendien is het vogeltrektijd, groeien er paddestoelen, bloeien de parnassia’s en kleuren de duinen rood van de bessen. Lees verder

Er was eens een landschap

Het schilderij Hollands Glorie, Foto Koos Dijksterhuis

Het schilderij Hollands Glorie, Foto Koos Dijksterhuis

Als reactie op een natuurdagboek over landschapspijn stuurde beeldend kunstenaar Henk ter Horst uit Assen me een brief met afdrukken van twee van zijn kunstwerken. Hij maakte ze naar eigen zeggen met “pijn en verdriet bij het constateren van de aftakeling van ons ooit mooie landschap”.

Jarenlang had Ter Horst een atelier op een wierde, niet ver van Zoutkamp. Daarvandaan had hij een weids uitzicht. “Een paradijsje”, schrijft hij, “uit het atelier zag ik de hazen in het veld rennen. In het voorjaar de roep van ransuilen in het bosje, de zanglijster in de bomen. ’s Zomers de roep van de kwartels, het zingen van de leeuweriken, vlinders op de bloemen rondom. Zo af en toe ben ik er nog even geweest. Met pijn in het hart. Veel natuur, waar ik zo van genoten heb, is weg. Ik hoef er niet meer heen.” Lees verder

Snorkelende zweefvlieg uit de modder

Gele veenzweefvlieg Sercomiya silentis. Foto Koos Dijksterhuis

Gele veenzweefvlieg Sercomiya silentis. Foto Koos Dijksterhuis

Op een akkerdistel tref ik in een moerassig rivierdal een zweefvlieg aan. Dat is op warme zomerdagen niet bijzonder, het is haast nog moeilijker geen zweefvlieg aan te treffen. In dit geval is het een gele veenzweefvlieg, vroeger hoogveenzweefvlieg genoemd. De vlieg komt voor op hoogveen, maar ook op ander veen en zelfs daarbuiten, want venig zou ik de rivierbedding niet noemen, eerder kleiig. Gele veenzweefvliegen kunnen snel en ver vliegen, en duiken soms ver buiten hun zompige leefgebied in bloemrijke tuinen op. Het gele onderscheidt hem van zijn naaste verwant: de donkere veenzweefvlieg. Zijn wetenschappelijke naam silentis is raadselachtiger, want dat betekent stilte, terwijl de gele veenzweefvlieg luidruchtig zoemt. Lees verder

Reiger in bad

In het park lig ik te lezen. Er zijn mieren, maar niet veel en ik ruik geen hondenpoep. Het gras is groen, de lucht is blauw, de zon is warm. De zon is zelfs snikheet, maar in de schaduw is het fris. De grens van beide biedt het beste van twee werelden. De schaduwen worden geworpen door twee lindes, twee haagbeuken, twee platanen en een wilg. De wilg staat het dichtstbij, aan het water.

Ik lees het prachtige, nieuwe boek van Koos van Zomeren: Alle Vogels, een gevaarte van bijna 900 bladzijden. Het is powertraining van de armspieren om dat boek op mijn rug liggend boven me te houden.

Een kwalijk riekend dampje prikkelt mijn neus. Als ik me erop concentreer, ruik ik het niet, maar lezend ruik ik het weer. Het houdt het midden tussen zweetsokken en rotte vis. Achter het boek word ik een korte beweging gewaar. Onder de wilg zie ik het standbeeld van een blauwe reiger. Het beeld stond er net nog niet. Het steekt ineens zijn kop vooruit. De kop blijft vervolgens op zijn plek, terwijl de rest van de reiger bijgetrokken wordt. De beweging geschiedt behoedzaam. Het lijf schuift nog iets verder, alsof het onder de kop door wil. Zo wordt de kop als een katapult gespannen voor de ontlading.

Plotseling schiet de kop schuin naar beneden tussen het gras. Hij komt met smakkende snavel weer boven. Ik zie niets spartelen, de prooi zal wel een insect geweest zijn.

Als ik de camera pak, stapt de reiger opzij – van glurende camera’s is hij niet gediend. Hij hopt van de oever in een geparkeerd bootje, dat niet is afgedekt en vol regenwater staat. Daarin gaat de reiger zich uitgebreid badderen. Ik ruik hem niet meer. Na het bad wiekt de vogel weg over het water.

(Natuurdagboek Trouw maandag 4 sept. 2017)