Een geliefd plekje van me is Fransum, een buurtschap in de oude polders van Middag, aan de linkeroever van het Reitdiep. Er staat een huisje (Fransumerweg 1), waar je een kamer kunt huren met uitzicht over de weilanden. Er staat een boerderij, waar van buiten en binnen in geen jaren iets veranderd is, en er staat een kerkje. Het is een van de oudste kerken van Nederland. Het heeft een houten torentje, dat op de nok staat. Dat heet een dakruiter.
We wandelen rond Fransum, ruim zeven kilometer zonder beschutting tegen de ijskoude noordoostenwind. De weilanden zijn vlak en bedekt met een keurige mat van Engels raaigras. Er rent een haas weg, en even later nog een. We zeggen tegen ze: vreest niet! Maar ze geloven of begrijpen ons niet en verspillen hun energie. Wat is het koud! We hebben tientallen kleren aan, van lange onderbroek tot bivakmuts, maar die blootgestelde mondhoek aan de windkant doet pijn van de kou. Het weerhoudt de boer van Fransum er niet van stalmest uit te rijden. Een zwerm kraaien en roeken vindt dat fascinerend. Het grasland van de boer van Fransum is net wat hobbeliger dan wat zich verder aan groen uitstrekt. Op dit weiland hippen kramsvogels, er zijn vast meer wormen dan elders. Ach, ruige stalmest, waar zie en ruik je dat nog? » Lees vervolg: De ronde van Fransum












