De gerepte noordpool – het natuurreisdilemma

Moet ik de Noordpool met rust laten of er met een groep natuurliefhebbers naartoe?

De rubberboot spuit naar een kiezelstrandje. De toppen van ijsbergjes steken uit de gladde, blauwe zee. Een zwemmer duikt reikhalzend op. Hij lijkt een besnorde kerel met een grijze badmuts, maar het is een baardrob, een zeehond met een snuit als een borstelwagen. Lees verder

Share

Rallenman ontdekt nieuwe vogelsoort

VIJFTIG JAAR ACHTER WATERRALLEN AAN

In Trouw dinsdag 10 maart 2015

Rallenman Gerard de Kroon

Rallenman Gerard de Kroon

“Ik zag mijn eerste waterral als toevallig bijproduct. Ik was in de 30 en deed ’s winters mee aan waterwildtellingen: eenden, ganzen, futen enzo. Waterrallen zie je niet, dus die werden niet geteld. Ik liep door de uiterwaarden langs een getijderietgors. Ineens glipte er iets voor mij langs het riet in, van links naar rechts. Later gebeurde dat nog een paar keer. Tenslotte zag ik er een vliegen, met hangende poten en fladderende vleugels. Ik zocht hem op in mijn vogelboek: een waterral dus. Die geheimzinnige vogels intrigeerden me, ik zag ze hooguit in een vloek en een zucht.”

Gerard de Kroon (79) zit al bijna vijftig jaar achter waterrallen aan. Hij hoorde en bekeek ze, ving ze en liet ze weer vrij, ringde, woog en mat ze en reisde ze achterna door Europa en Azië. Zijn vrouw Maria vergezelde hem en werd van lieverlee ook vogelonderzoekster. Onlangs verscheen De Kroons lijvige boek De Vinkenvent over een leven vol waterrallen. Lees verder

Share

Het Grote Gebeuren

Festival voor lezers, dichters en schrijvers

1 november 2014

Share

Genezen in het Groen

Ziekenhuis Meander met architect Hans van Beek.  Foto Koos Dijksterhuis

Ziekenhuis Meander met architect Hans van Beek. Foto Koos Dijksterhuis

‘Een gebouw met lange vingers, waar het aangrenzende landschap in doordringt’, zegt architect Hans van Beek van bureau Pro. Van Beek ontwierp het nieuwe Meander-ziekenhuis aan de Maatweg in Hoogland, Amersfoort. In de laatste week van december wordt het ziekenhuis geopend. Het ziekenhuis vervangt twee oude ziekenhuizen: de Lichtenberg en het Sint-Elizabeth. Het heeft 550 bedden en diverse behandelpoliklinieken.

Het gebouw is ontworpen als een lange centrale gang, de Laan genoemd, met aan weerszijden zijvleugels die als vingers uitsteken. Aan de ene kant zijn dat de poliklinieken, aan de andere kant de verpleegafdelingen. Die sluiten met hun gangen aan op de inhammen, zodat je vanuit de diepste krochten in het grote gebouw in de verte altijd de buitenwereld en het daglicht kunt zien. De verpleeggangen kijken uit over de prachtige Eempolders, een Nationaal Landschap en weidevogelgebied langs rivier de Eem, tussen Amersfoort en het randmeer. Lees verder

Share

Hond zoekt mens

Hondentrainer Lucas met reddingshond Alva. Foto Koos Dijksterhuis

Hondentrainer Lucas met reddingshond Alva. Foto Koos Dijksterhuis

“Revieren, Alva!” De Duitse herder van Lucas Lauxen rent langs de enorme berg puin, waar zich net twee jongetjes hebben verstopt. “Hij heeft de wind achter”, zegt Lauxen, “daarom rent ie voorbij de berg, je zult zien dat ie dan omkeert en gaat zoeken.” En jawel, de hond benadert de berg tegen de wind, zigzaggend, snuffelend. Revieren heet dat in reddingsjargon. Alva klautert behendig, maar heel voorzichtig over betonbrokken, luxaflexen, wc-potten. Hij tast met zijn voorpoot, voor hij hem neerzet. Verstandig, want overal steken betonijzers uit en scherpe randen van gescheurd staal. Het puin is het restant van het derde gesloopte overheidskantoor in Groningen. Van de vierde en laatste toren staat nog een deel overeind. Dat wordt van bovenaf gesloopt. Een shovel schuift af en toe een berg puin met donderend geraas over de rand. Lauxen traint hier al twee jaar met zijn Stichting Reddingshond Nederland. Ze zijn met acht mensen en tien honden. Een golden retriever, Duitse, Mechelse en Hollandse herders. Zelf heeft Lauxen twee Duitse herders. Alva en de jonge Bello die nog in de leer is en de kunst afkijkt bij Alva. Zaterdagmiddagen neemt hij zijn honden mee naar de markt en de V&D, waar ze stoïcijns leren te blijven in een woud van mensenbenen, -geuren en –geluiden. Ze gaan roltrappen op, liften in en uit, met de bus en in de trein. Lees verder

Share

Mosselvisserij niet goed voor natuur

Door onderzoeksleider rondgebazuinde ‘conclusies’ kloppen niet

Onderzoeksinstituut Imares van de Wageningen Universiteit stuurde 15 april conclusies de wereld in van het Produs-onderzoek naar de effecten van mosselvisserij . Het onderzoek was nodig om te bepalen of commerciële mosselvangst in het natuurgebied mogelijk is zonder dat natuurgebied te schaden. De rondgebazuinde teneur is: visserij is onschadelijk of zelfs gunstig voor de natuur. In de onderzoeksverslagen zelf staan andere conclusies: niets wijst op gunstige effecten van mosselvisserij, wel is een negatief effect aangetoond. Eén van de deelnemers van het onderzoek, het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee NIOZ, is geïrriteerd over de foutieve informatie. Die zou aanstaande woensdag de uitslag van het kamerdebat over mosselvangst kunnen beïnvloeden.

Jonge mosselen. Foto Fitis - Sytske Dijksen

Jonge mosselen. Foto Fitis – Sytske Dijksen

“Uit het onderzoek blijkt dat er na visserij geen verschillen te zien zijn in mosselvoorraad en biodiversiteit tussen gebieden waar wel en waar niet is gevist”, aldus het bericht van Imares, dat op de de website van de WUR te lezen is. “Visserij in het najaar heeft dus tot gevolg dat mosselen, die anders verloren zouden gaan, naar percelen worden verplaatst waar ze meer kans hebben te overleven.” Kortom: visserij is goed voor de mosselen. Lees verder

Share

MAAK NEDERLAND WEER ON-NEDERLANDS MOOI

Landschapsbeschermer Jaap Dirkmaat steekt van wal

Openheid en kaalheid lijken karakteristiek voor het platteland, maar tot voor kort lag Nederland vol met sloten, houtwallen en hagen. Jaap Dirkmaat wil het kale landschap weer mooi maken. Als voorproefje laat hij landschapsreservaat De Maasheggen zien.

Een gehelmde man in oranje veiligheidsvest zaagt met een motorzaag de vuistdikke stam van een meidoorn een decimeter boven de grond tot de helft in. Scheef, zodat de boom zich laat buigen zonder uit te scheuren. Met een snelle beweging zaagt hij de kruin en enkele zijtakken af. Uit alle wonden zullen nieuwe loten ontspruiten. Dan doet hij hetzelfde met de es ernaast. De omgebogen bomen leunen op elkaar. Zijn collega, eveneens van de Stichting Cultuurlandschap Nederland, prikt elke halve meter een staak van hazelaarhout in de grond. Die paaltjes houden de heg op zijn plaats. Door er ineengevlochten wilgentenen op te leggen kunnen de bomen niet opveren. Als de wilgentenen en hazelaarstaken weggerot zijn is de heg uitgelopen en dichtgegroeid tot een ondoordringbare veekering. Lees verder

Share

Vliegen vangen met azijn

Horren en vliegenmeppers zijn soms ontoereikend in de bestrijding van vliegen. Vliegenvallen werken niet optimaal. Met combinaties van voor vliegen onweerstaanbare geuren en lichtbronnen zouden die veel effectiever kunnen worden, ontdekte vliegenonderzoekster Renate Smallegange.

Wie ooit met zijn haar aan een aan het plafond bungelende vliegen-strip bleef kleven, zal zo’n ding nooit meer ophangen. Bovendien is het slagveld van kreperende vliegen op zo’n kleefstrip een akelig gezicht. En hoewel sommige vliegen onweerstaanbaar door de stroperige strip worden aangetrokken, zijn andere er volstrekt niet in geïnteresseerd. Individuele voorkeuren van vliegen maken het moeilijk een ultieme vliegenval uit te vinden. Maar het kan wel stukken beter dan de huidige vliegenvallen. ‘Dat zijn vaak UV-vallen achter een rooster dat vliegen executeert’, vertelt entomoloog Renate Smallegange, die onlangs in Groningen promoveerde op haar onderzoek naar de aantrekkingskracht op huisvliegen (Musca domestica) van lichtkleuren, lichtfrequenties en geuren. Die vallen schieten tekort, en niet alleen omdat de elektrocutieroosters vaak te grofmazig zijn. Smallegange: ‘Het onzichtbare UV-licht is voor mensen schadelijk. Om te kunnen zien dat zo’n lamp brandt, zendt een val het vaak uit in combinatie met blauwig tl-licht. Vliegen vinden licht dat wij niet kunnen zien juist aantrekkelijker. Je kunt dus bijvoorbeeld beter een klein rood lampje laten waarschuwen dat de UV-lamp brandt. de vallen hebben meestal een wit omhulsel, terwijl vliegen de voorkeur geven aan een zwarte achtergrond, vanwege het sterkere contrast met het UV-licht. De lampen zijn vaak langwerpig, terwijl vliegen volgens Brits onderzoek eerder op een piramidevorm afkomen.’
Het vang-succes van een vliegenval verschilt nogal met de leeftijd en het geslacht van vliegen. Gangbare lampen hebben een flikkerfrequentie van 100 hertz. Als Smallegange de frequentie varieerde, bleken uit een kamer de vrouwtjesvliegen het snelst bij 40 hertz gevangen te worden. Mannetjesvliegen gaven de voorkeur aan een hoge knipperfrequentie van 175 hertz. Maar hun eerste drie dagen blijken vliegendreumesen van beide kunnen helemaal niet op licht af te komen.
Licht met een extreem lage frequentie (10 hertz) trekt vliegen niet aan, maar jaagt ze weg. Zo’n lamp zou volgens de promovenda ook in de vliegenbestrijding ingezet kunnen worden, als die maar niet ook voor mensen zichtbaar licht uitzendt. Want mensen zouden niet goed worden van dat geflikker.

Smallegange hield dagenlang vliegen in donkere, lichte en schemerige laboratoriumkamers in de gaten en keek hoe ze reageerden op licht van diverse kleuren en frequenties. Iedere vlieg die tegen het rooster voor de lichtbron botste, werd door een computer geregistreerd. Behalve met licht experimenteerde ze met geuren. Ze ontdekte dat vliegen zich beter laten vangen met azijn dan met honing. ‘Honing is niet vluchtig genoeg’, verklaart ze. Het optimale vliegenparfum is een mengsel van kippenmest, rottend vlees, gist en brood gedrenkt in bier of azijn. Bier lokt overigens vooral vliegenmannen, want ook in geurvoorkeur verschillen de vliegenseksen.
Vliegenvallen zijn in gebruik in de levensmiddelenindustrie, waar Europese regels de aanwezigheid van zelfs een enkele vlieg verbieden. Eén vlieg heeft gemiddeld 2,5 tot bijna 30 miljoen bacteriën op zijn lijf. En daar kunnen ziekteverwekkers tussen zitten. Veehouders proberen in hun stallen de vliegen in toom te houden omdat ze gestalde dieren hinderen. Bestaande vliegenvallen blijken in een afgesloten ruimte hooguit driekwart van de vliegen in de val te lokken. In een grote stal weet een val de vliegen nauwelijks van de verleidelijker mestdampen en diergeuren af te houden. Veehouders grijpen daarom wel naar vergif, maar voor Smallegange was vergif geen optie. Vergif is milieuvervuilend en riskant in de buurt van levensmiddelen en vliegen bouwen er resistentie tegen op. Vliegenbestrijding begint volgens Smallegange natuurlijk met horren voor de ramen. Is voor de desondanks binnengedrongen insecten een val nodig, dan denkt ze dat een combinatie van verschillende soorten licht- en geurvallen het meest effectief is. ‘Welke combinatie hangt af van de ruimte die vliegvrij moet worden’, zegt ze. ‘In een donkere ruimte blijken geuren nauwelijks vliegen aan te trekken. Het zijn echt dagactieve dieren. In een verlichte ruimte werken geuren wel, tenzij daar al een sterke geur overheerst. In een stal die naar kippenstront ruikt, weet slechts de stank van bedorven vlees vliegen nog te bekoren, en dan alleen hongerige, geslachtsrijpe vrouwtjes.’

Tikkende neuzen
De elektrofysioloog Frits Kelling promoveerde twee jaar geleden in hetzelfde onderzoeksproject onder leiding van vliegendeskundige Kees den Otter. Kelling onderzocht de gevoeligheid van vliegenneuzen voor geuren. Hij zette vliegen klem in een taps toelopend buisje waar de vliegenkop uitstak. Met een spuit blies hij pufjes geurstof over de neus van de vlieg. Een vlieg ruikt met twee antennes en twee palpen, uitstulpingen naast zijn zuigmond. Aan weerszijden van de vliegenkop plaatste hij, turend door een binoculair, twee piepkleine elektroden die de activiteit van de reukcellen maten en omzetten in een tikkend geluid. De vliegenneuzen rikketikten het snelst na toediening van geïsoleerde geurstoffen uit kippenmest, rot vlees, gist en citrus. Smallegange testte vervolgens met die stoffen het vliegengedrag. Kippenmest, rot vlees en gistproducten (zoals in bier gedrenkt brood) lokten vliegen aan, citrusgeuren stootten ze juist af. De derde promovendus in het vliegenonderzoek, Nico Noorman, richtte zich vooral op seks-feromonen, geurstoffen waarmee vliegen partners aantrekken. Die zouden als lokstof in vliegenvallen als voordeel hebben dat ze uitsluitend insecten van één soort lokken. Maar de feromonen die Noorman isoleerde, bleken alleen op korte afstand door vliegen opgemerkt te worden.

Verschenen in NRC Handelsblad, 17 april 2004

Share