De gerepte noordpool – het natuurreisdilemma

Moet ik de Noordpool met rust laten of er met een groep natuurliefhebbers naartoe?

De rubberboot spuit naar een kiezelstrandje. De toppen van ijsbergjes steken uit de gladde, blauwe zee. Een zwemmer duikt reikhalzend op. Hij lijkt een besnorde kerel met een grijze badmuts, maar het is een baardrob, een zeehond met een snuit als een borstelwagen. Lees verder

Share

De teloorgang van de huismus

Aan vogels geen gebrek in de bebouwde omgeving. Maar de huismus, ooit talrijkste vogel van Nederland, holt achteruit. Op het platteland met liefst vijftig procent, maar hoe zit het met de stadshuismus?

Koos Dijksterhuis

De rode zon gluurt langs de oude kerk van Noorddijk aan de stadsrand van Groningen. Het is half zes in de morgen en de vogels popelen. Merels kwelen hun melancholische lied, ineens overstemd door de oorverdovende trillers van een winterkoninkje. Ik loop richting stadshart en zie door een opening tussen de rijtjes nieuwbouwhuizen de Martinitoren aan de einder. Overal klinkt de schelle tweeklank van koolmezen, die nestkastjes aan het inspecteren zijn. In een uitbottende berk doet een putter zijn best op zijn neuzelende deuntje. Mannetjes-putters zijn geen beste zangers; zij moeten het in hun versierpogingen hebben van hun felgele vleugelstrepen en rode snoet. De zanglijster in de meidoornhaag doet het beter: luid schallen zijn coupletten over de slapende wijk. Hij laat verschillende wijsjes horen die hij drie, vier keer herhaalt. Ik beland in Lewenborg, een wijk uit de jaren zeventig. Dat het vele groen hier al wat ouder is, is te horen. In een kilometer hoor ik wel tien soorten vogels, waaronder de fitis met zijn zachte riedel die van hoog naar laag kabbelt, het ijle, verlegen roodborstliedje en de heldere klanken van een zwartkop. In de kruin van een kastanje knarst een groenling. Overal slaan vinken hun slag en tjiftjaffen tjiftjaffen. Lees verder

Share

De Müritz

Specialiteit: arenden en snoek

Het is een uur of zes rijden, met de trein een paar uur langer, naar de Müritz, een plassengebied tussen Berlijn en Rostock. Ik kwam er in 2001 voor het eerst en ga dit jaar weer. Tent opzetten aan de oever van een meer, inslapen met hoempende roerdompen, krassende grote karekieten, fluitende Noordse nachtegalen: heerlijk. De tientallen ondiepe plassen huisvesten ijsvogels, reigers en rallen. De heuvels tussen de plassen zijn begroeid met bejaarde bossen. Het wemelt er van de fluiters. Wie tegen de schemer te voet, per fiets of zelfs per auto, zich langs de bosranden waagt ziet ongetwijfeld damherten en heeft een redelijke kans op wild zwijn, vos of das. Otters en bevers komen juist in de nattigheid voor. Behalve plas, moeras en bos zijn hier gigantische akkers, waarin een restpopulatie grote trappen zijn laatste stuiptrekkingen maakt. De kans om de schuwe zeldzaamheden te zien, is klein. Veel groter is de kans op kraanvogels, die in dit gebied broeden. Als stelletje of jong gezin met één of twee kuikens stappen ze over de akkers. Vooral met een rode zon in ochtend- of avondnevel is dat een feestelijk schouwspel. Tussen de enorme akkers heeft het ouderwetse, kleinschalige cultuurland het communisme goed doorstaan. Ze zeggen altijd dat het milieu in het oostblok zo schandalig werd vervuild. Dat is ook zo, maar het landschap leed er veel minder onder verwoestende ruilverkaveling, ontwatering en bemesting, dan het westerse. Het zal binnenkort misschien alsnog op de schop gaan maar nu broeden hier nog kwartels, kwartelkoningen, patrijzen, grauwe klauwieren en ortolanen. Met uitzondering van bergen en wad zijn de meest waardevolle vogellandschappen verenigd in de Müritz. Het is er dan ook goed toeven voor de vakantieganger. Behalve genieten van de vogels, het landschap en het natuurschoon kun je overal kano’s huren, zwemmen en vis eten. Het water is hier schoon. Uit onderzoek naar de hier broedende visarenden blijkt dat het dieet van deze vogels voor de helft uit snoeken bestaat. En snoeken gedijen in schoon, helder water. Zij jagen namelijk op zicht. Zo’n vers gevangen snoek op je bord is eveneens een feest. Bord patat erbij, sla en pint bier: hooguit tien euro. Lees verder

Share

Kaalslag op de Wadden

Garnalen, botjes en schollen schieten weg tussen de restanten van een weggevaagde mosselbank. De zeebodem in de Eems is omgeploegd. Een ramp voor zeegras, schelpen, vissen en vogels.

‘Hier zag het eergisteren zwart van de mossels’, zegt Klaas Kreuijer achter het roer van de Harder, waarmee hij voor LNV de Oostelijke Waddenzee bevaart. Voor ons strekt de drooggevallen zandplaat de Hond-Paap zich uit, in de Eems. De enorme plaat strekt zich uit voor de Groninger kust tussen Delfzijl in het zuiden en de Eemshaven in het noorden. Aan de oostelijke horizon schuiven joekels van schepen door de Eems, onderweg van Emden naar de Noordzee. Nog verder weg klapwieken windmolens op de Duitse kust. De zandplaat is plat en weids. Op een puist na die midden op de Hond acht meter uit het wad oprijst. Die bult is door de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) aangelegd als meetstation van de druk in de Groninger aardgasvelden. Daarmee kunnen ze bijhouden hoeveel van het Slochterens gas de Duitsers oppompen. Dat doen ze met een kanariegele installatie, die verderop uit de Eems torent. Gaswinning in het grensgebied is niet de enige bron van onenigheid tussen Nederland en Duitsland. De hele Eems is betwist. Duitsland vindt dat het een Duits water is, tot de eblijn vlak onder de Groninger zeedijk. Nederland is het daar niet mee eens. Dat had in 1945 natuurlijk geregeld moeten worden, maar nu wordt er gehannest met vage afspraken. Zo zouden beide landen moeten overleggen alvorens mensen in de Eems mogen rommelen. Niettemin gaf de deelstaat Nieder Sachsen drie mosselvissers een vergunning de mossels van de Hond te schrapen. Klaas Kreuijer keek tandenknarsend toe hoe de mossels verdwenen. Lees verder

Share

Gier in het vizier

Zondag de monniksgier gezien. Met vrouw en dochtertje begaf ik mij naar het buitendijkse Fryske Gea waar de gier zich al twee weken bevond. In de kilometersbrede kwelders en zomerpolders die zich uitstrekken tussen Zwarte Haan en Holwerd kan zelfs een 2,80 meter spannende roofpiet onzichtbaar blijven, te meer daar het gebied doorsneden wordt door zomerdijken die het zicht op zittend gevogelte ontnemen. Gier?ontdekker en boswachter Albert Ferwerda uit Ferwerd had me verteld dat hij hem vrijdagmiddag nog gezien had bij Blija. Vrijdagavond nam ik er vast een kijkje zonder de gier te ontdekken. Sinds 1900 is één keer een monniksgier in Nederland gezien. Die is meteen doodgeschoten en staat nu opgezet in museum Naturalis te Leiden. De dichtstbijzijnde monniksgieren wonen in Spanje, op enkele uitgezette vogels na in de Franse Cevennen. Daar zal deze gier wellicht vandaan komen. Het is een wilde, want Ferwerda had gezien dat hij geen ring droeg. Lees verder

Share

Een goedmoedige schommel

Uw botten zouden versplinteren als een das erop knabbelde. Misschien op hyena en veelvraat na heeft geen zoogdier zulke sterke kaakspieren als de das. Vreemd, want een das eet vooral wormen, larven, kikkers, muizen, vruchten en honing; grut dat ie zonder kauwen in zou kunnen slikken. Die kaken passen ook niet bij het karakter van de das. Een goedmoediger schommel is moeilijk te vinden. Met vele soortgenoten bewonen ze een uitgebreid holenstelsel: de burcht. Zelfs vossen worden door dassen in de burcht getolereerd. ’s Avonds komt de das te voorschijn. Eerst snuffelt ie of er gevaar dreigt. Dan poetst het propere dier zijn pels, waarna de hele familie elkaar begroet. Men stoeit, vlooit, snuffelt en deelt muskus uit, de geurstof waaraan dassen elkaar herkennen. Na eventuele reparaties aan de burcht trekt de das erop uit. Hij schommelt het bos door, naar drassige velden, akkers of houtwallen, want daar zijn wormen en knaagdieren te halen. Voor zonsopgang rolt hij zich weer op in zijn burcht. Lees verder

Share

Herfst aan de Costa del Sol

Graadje of 25 is het. In de zon is het alleen uit te houden dankzij het briesje dat soms de windstilte weg aait. Zandkorrels kriebelen langs mijn rug. De Costa del Sol is het noordelijkste badstrand van Nederland, op Schiermonnikoog. De zee deint niet heftiger dan een zwembad na sluitingstijd. Het water sist tegen mijn gestoofde huid. Ik tuur over het strand. Geen mens te zien. September, de schoolvakantie is ten einde. Achter me klinkt gekras. Ik draai me om en zie een grote stern zijn vleugels inklappen om als een bliksem het water in te slaan. Hij duikt een visje op: zandspiering zo te zien. (Zo te zien? Zou ik een zandspiering op afstand herkennen? Toegegeven: ik gok dat het een zandspiering is.) Vliegt dan stug door, gevolgd door een soortgenoot. Ze vliegen in hun eentje, op tientallen, soms honderden meters van elkaar. Maar ze blijven komen, krassen en zandspiering duiken. Een eindeloze reeks grote sterns stroomt van rechts naar links, van oost naar west, van de Duitse, Deense en Baltische broedkolonies naar de Atlantische kust van Afrika. Daar overwinteren ze, van Marokko tot Zuid?Afrika. Lees verder

Share

Een luisterrijke nacht in het moeras

‘s Nachts is het stil in de Alde Feanen. Tot de kikkers kwaken. Ganzen gakken, een koekoek roept, aalscholvers piepen, de rietzanger zingt. Maar de waterrallen zwijgen. Een nacht varen, lopen en luisteren in het moeras.

Het gepruttel van de buitenboordmotor is het enige geluid als we tegen middernacht uit Earnewâld de Alde Feanen in tuffen. De afgemeerde motorjachten steken wit af tegen de zwarte oever met hier en daar een donker zomerhuis tussen de contouren van bomen en struikgewas. Waarom zijn die jachten toch altijd wit? Aan dek van zo’n gevaarte licht een sigaret op. We zwaaien alle drie, hoewel het onwaarschijnlijk is dat de nachtelijke roker ons kan onderscheiden. We leggen aan bij een paal en zetten de motor af. Waterrallen willen we horen. Waterrallen, de schuwe neven van waterhoen en meerkoet, sluipen op hun grote poten door het nachtelijke riet en laten zich zelden zien. Vaker laten ze zich horen; luidruchtig gillend, knorrend en kreunend. Maar nu houden ze zich koest. Lees verder

Share