Snorkelende zweefvlieg uit de modder

Gele veenzweefvlieg Sercomiya silentis. Foto Koos Dijksterhuis

Gele veenzweefvlieg Sercomiya silentis. Foto Koos Dijksterhuis

Op een akkerdistel tref ik in een moerassig rivierdal een zweefvlieg aan. Dat is op warme zomerdagen niet bijzonder, het is haast nog moeilijker geen zweefvlieg aan te treffen. In dit geval is het een gele veenzweefvlieg, vroeger hoogveenzweefvlieg genoemd. De vlieg komt voor op hoogveen, maar ook op ander veen en zelfs daarbuiten, want venig zou ik de rivierbedding niet noemen, eerder kleiig. Gele veenzweefvliegen kunnen snel en ver vliegen, en duiken soms ver buiten hun zompige leefgebied in bloemrijke tuinen op. Het gele onderscheidt hem van zijn naaste verwant: de donkere veenzweefvlieg. Zijn wetenschappelijke naam silentis is raadselachtiger, want dat betekent stilte, terwijl de gele veenzweefvlieg luidruchtig zoemt.

Een gele veenzweefvlieg heeft bloemen nodig om stuifmeel en nectar van te snoepen. Vooral vrouwtjes eten stuifmeel, want vrouwtjes hebben de eiwitvretende taak om eitjes te produceren. Mannetjes zijn er alleen voor de zaadleverantie en zijn verder overbodig. Ze verbruiken wel een boel energie met hun vlieggedrag, want het afwisselend op de plaats rust in de lucht hangen en pijlsnel wegschieten vreet brandstof.

Het vrouwtje van een veenzweefvlieg legt haar eitjes waarschijnlijk in clusters op of naast een modderpoel. De larven van deze vlieg leven namelijk in modderpoelen, waarbij rottende bladeren niet als een belemmering worden beschouwd. Integendeel, een drijvend blad is een ideale plek om eitjes af te zetten. De larven leven van plantenrestjes, die er in overvloed zijn. Ondanks het vele voedsel zijn er maar weinig dieren die in zulke modderpoelen leven. Het modderige water bevat namelijk vrijwel geen zuurstof. Daar hebben de veenzweefvliegenlarven wat op gevonden. Ze hebben een lang, uitschuifbaar slangetje, dat ze uit het water steken om door te ademen. Hetzelfde doen de zweefvliegenlarven van blinde bijen en andere bijvliegen. Al die larven worden rattenstaartlarven genoemd, vanwege hun lange staart die dus geen staart, maar een snorkel is.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 5 sept. 2017)

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

WordPress spam blocked by CleanTalk.