Wespennest

Wesp bij nest. Foto Koos Dijksterhuis

Wesp bij nest. Foto Koos Dijksterhuis

Boven mijn voordeur zit de hele zomer al een wespennest. De wespen vliegen af en aan. Ze brengen prooien en zoetigheid naar het jonge broed in de spouw. Menigeen zou direct een ongediertebestrijder inschakelen, die gekleed in een hermetisch ruimtepak met spuitbussen in de weer zou gaan. Als ze nou op ooghoogte af en aan zouden vliegen, was het vervelend geworden, al hoef ik alleen maar af en toe in en uit te lopen. Maar de wespen vliegen niet op ooghoogte, ze bewonen een penthouse op ongeveer twintig centimeter boven kruinniveau en vliegen over me heen. De brievenbus zit onderaan; niemand heeft last van de wespen.

Dat blijkt wel als ik mensen op het bestaan van de wespen wijs. Niemand merkt iets van ze. Zelfs mijn zoon had niets door. Op zijn beurt lichtte hij een nogal waaghalzige vriend in, die er een sensationeel avontuur in zag. Hij duwde een stokje in het vlieggat en werd meteen gestoken. Moet je ook niet doen, vriend.

Het wespenseizoen begon in de lente veelbelovend, vanuit wespenoogpunt dan. Vanuit het oogpunt van limonade-drinkende en taart-etende buitenzitters begon het seizoen alarmerend. Maar zoals dat de laatste jaren vaker gaat, werd een droge lente afgewisseld door een natte zomer met stortbuien. Dat zouden wespen nog wel aankunnen, maar muggen niet. Er zijn weinig muggen. Een droge lente smoorde hun voortplanting in de kiem en een natte zomer lijkt mug-gezind, maar muggenlarven rijpen in stilstaand water en stortbuien zetten water in beweging.

Weinig muggen betekent weinig wespen, zeker als andere prooi-insecten van wespen ook niet zo talrijk zijn. Dat wespennest laat ik dus maar zitten. Het seizoen is toch al bijna voorbij en dan gaan de wespen vanzelf dood. Ik zit graag buiten, maar altijd achter het huis, nooit bij de voordeur.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 31 aug. 2017)

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *