Hij is er! Handboek voor Natuurwandelingen

In dit handboek maak je kennis met de meest uiteenlopende landschappen: duinen, stranden, heiden, bossen, akkers, heuvels, rivieren, meren en moerassen. Elk landschap heeft zijn eigen planten, bloemen, insecten en zoogdieren. In verruigde rietvelden tref je blauwborsten aan, in vochtige duinvalleien en op zilte strandvlakten vind je de zeldzame parnassia, in drassige heidevelden hoor en zie je in het prille voorjaar heikikkers, die in paartijd prachtig blauw kleuren. In elk jaargetijde en bij elk weertype valt er weer iets anders te ontdekken.

Koos Dijksterhuis attendeert je op wat er zoal te zien is tijdens deze lange wandeltochten, en waar je op kunt letten. Het is het ideale natuurboek voor iedereen die graag meer wil waarnemen tijdens het wandelen, maar niet goed weet waar te beginnen.

Koos Dijksterhuis studeerde biologie en sociologie in Groningen. Hij heeft een dagelijkse column over natuur in Trouw, is columnist van Bionieuws en Vroege Vogels, geeft vrolijke lezingen en schrijft vormvaste verzen op rijm. Eerder publiceerde hij de boeken Een Groenlander in Afrika, Winnen van de Bierkaai, Akkervogels, De kiekendieven van het Oldambt, Jong&Wild, De spreeuw en Eilandgevoel.

Uitgeverij Atlas Contact | 248 p. | Paperback | €19,99 | ISBN 9789045035208 | ook als e-book

Tweehokkige vruchtbeginsels

Herderstasje. Foto Koos Dijksterhuis

Allerlei planten vertonen hun eerste bloemen. Behalve de gebruikelijke bolgewassen zag ik paarse dovenetel, hondsdraf, paardebloem, ereprijs, klein hoefblad en speenkruid bloeien. In een oude bloempot in mijn tuin bloeit een kleine veldkers. En in het gras op een dijk vond ik iets wat op herderstasje leek, maar wat het volgens mij niet was. Ik zocht in de wijde wereld van schildzaad, lepelblad, veldkers en raket maar kwam er niet uit. Toen zette ik de foto’s op een determinatiesite en kreeg ik meteen van drie botanici het verlossende maar onbevredigende antwoord: herderstasje. Lees verder

Sneeuwende sigaren

Lisdodde. Foto Koos Dijksterhuis

Achter mijn huis staan drie grote lisdodden. In de volksmond worden lisdodden sigaren genoemd. De sigaren zijn de vrouwelijke bloemen. Daar steken de mannelijke aren bovenuit. Die hebben hun werk gedaan, de vrouwen zijn bevrucht en laten hun zaadjes waaien. Het gekke is dat we zaad bij mensen en andere zoogdieren aan mannen toedichten, maar bij planten aan vrouwen. Bij zoogdiervrouwen spreken we van eitjes, alsof ze krielkippen zijn. Lees verder

De vink slaat zijn slag

Vink. Foto Koos Dijksterhuis

Zelfs in een dagelijkse natuurrubriek is de lente niet bij te benen. Doorgaans merk ik dat eind maart, nu een maand eerder. Het gras begint te groeien, de klimopbessen zijn rijp, de gaaien nestelen, de veldkers bloeit, de leeuweriken zingen en de vinken slaan.

Ik heb in mijn Groningse tuin nog nooit zo vroeg een vink horen slaan. Mannetjesvinken zingen niet welluidend, maar wel luid een lied als een omgekeerde toonladder, van hoog naar laag, waar ze eindigen met een zwieper die weer omhooggaat. Die zwieper heet de vinkenslag. Lees verder

Spreeuwen en files in Midden-Delfland

Spreeuw. Foto Koos Dijksterhuis

Eens zat ik een weekend in een vakantiehuisje. Op de hoek van het terras stond een wilg met een gat erin. Spreeuwen vlogen in en uit dat gat. Ze snorden over de tuin naar het gras van de buren, dat er wellicht groener uitzag en waar vast en zeker meer emelten in de grond zaten. Ze vlogen dertig meter, stapten wijdbeens over het gras, pikten iets uit de grond en vlogen weer terug. Een leuk gezicht, urenlang. Ik liep naar de buren en schuifelde gehurkt rond, maar zag geen verschil met ons gras. Ik zag geen gaatjes, ik zag niets. Spreeuwen zijn veel beter in gaatjes zien. Het lijkt of ze lukraak in het gras pikken, op de tast. Maar ze pikken niet lukraak op de tast, ze zien precies waar ze moeten pikken. Lees verder

(On)echte mussen

Huismus (boven) en heggemus. Foto’s Koos Dijksterhuis

Laatst noemde ik huis- en heggemus. Een lezer vroeg waarom een heggemus mus heet. Omdat de naamgever hem op een mus vond lijken, denk ik…

Mussen zijn één van onze drie zangvogelfamilies die vooral zaden eten, en die voorzien zijn van een dikke, stompe snavel om die zaden mee te kraken. De andere families zijn vinken en gorzen. De kneu, een vink, heeft een kleine, stompe snavel om zachte zaadjes mee te eten, bijvoorbeeld van gras of vogelmuur. De appelvink heeft een enorme, stompe snavel om harde zaden mee te kraken. De heggemus heeft juist een dunne, spitse snavel, waarmee hij op insecten jaagt. Lees verder

Bosuilen broeden

Bosuil. Foto Henk Jan Koning

Op Beleef de Lente, een website van Vogelbescherming, zijn weer broedende vogels te begluren. De bosuilen zitten al twee weken op de eieren, of mevrouw bosuil dan toch, terwijl haar man muizen aandraagt. Dat doet ie ’s nachts. Overdag dutten de uilen en is het live-beeld zo rustgevend als een zondagochtend in Grijzegrubben. De uil zit roerloos met haar snavel in de veren. Een lichte beweging verraadt dat ze ademt. Lees verder

Zwermen wadvogels

Scholeksters en twee bergeenden. Foto Koos Dijksterhuis

Op het wad bij Schiermonnikoog groeperen de scholeksters zich bij vloed bij het kweldertje dat in de luwte van het slibdepot van de jachthaven aan de oude steiger is gegroeid. Ook steenlopers en tureluurs verzamelen zich daar. Soort bij soort. Groepjes rotganzen en bergeenden houden zich afzijdig. Enkele bonte strandlopers en wat bontbekplevieren scharrelen erlangs, die plevieren hebben altijd wel wat te scharrelen, maar die bonte strandlopers, bontjes in vogelaarslatijn, maken een ontheemde indruk. Nog even en hun zuidelijker overwinterende soortgenoten komen terug, dan zijn ze weer met duizenden. Lees verder

De onbekommerde spreeuw

Spreeuw. Foto Koos Dijksterhuis

De spreeuwen zijn terug en zingen weer! Waren ze weg dan? Wel uit mijn tuin. Sinds september heb ik mijn vaste kostgangers niet meer gezien. Of ze echt vaste gasten zijn, weet ik niet, ik heb ze niet geringd om ze uit elkaar te houden. Maar aangezien ze honkvast zijn, en er eerder een spreeuwentekort is dan een -overschot, verwacht ik niet dat er nieuwelingen komen. Integendeel: eerst had ik altijd twee paar, sinds een paar jaar nog maar één. Het zouden wel onder mijn dakpannen opgevoede jongen van vorig jaar kunnen zijn, dat zal ik nooit weten. Lees verder