Radiocolumn Sprookjesvogels

Vara Vroege Vogels 18 jan. 2015

Zwanen, minstens drie sprookjes schreef Hans Christian Andersen over zwanen. Het lelijke jonge eendje is zijn bekendste. De schrijver begon zelf als lelijk jong eendje. Op de armenschool werd hij gepest, maar 139 na zijn dood is hij nog altijd de wereldberoemdste Deen. Zijn graf ligt tussen bekorstmoste zerken op Assistens. Die statige begraafplaats is een rustplek, ook voor de levenden die Kopenhagen even willen ontvluchten.

Het vriest. Bonte kraaien wroeten in de sneeuw, houtduiven zoeken een slaapplaats bovenin een kale esdoorn. Op een smal graf staat een hoofd van sneeuw. Met een wortel trekt de sneeuwkop een lange neus.

Achter een forse hulstboom met knalgele bessen ligt Andersen. Als kind was ik niet bijster gesteld op zijn sprookjes. Het meisje met de zwavelstokjes was me te zielig, de prinses op de erwt te aanstellerig. Dat de Chinese nachtegaal gekooid werd, vond ik gemeen. Maar je hoorde er niemand over. De kleren van de keizer vond ik we aardig en vooral het lelijke jonge eendje sprak me aan. Want wie denkt niet dat ie een lelijk eendje is en wie hoopt niet op die zwaan?

Mijn aandacht wordt getrokken door het zachte, vlugge rinkelen van een sleutelbos, hoog boven me, hoog boven Andersens graf. Zes spreeuwachtige silhouetten zitten in een boom. Ze hebben kuifjes, zalmroze lijven, zwarte maskers, zwarte slabben en kanariegele staartpunten. Andersen gaf vaak een vogel de hoofdrol, maar nooit viel een pestvogel in de prijzen. Toch zijn weinig vogels zo sprookjesachtig als pestvogels. ‘s Winters zijn ze bij vlagen ook in Nederland te zien, vooral in het noorden van het land. Let dus goed op rinkelende sleutelbosjes in de bomen.