De Müritz

Specialiteit: arenden en snoek

Het is een uur of zes rijden, met de trein een paar uur langer, naar de Müritz, een plassengebied tussen Berlijn en Rostock. Ik kwam er in 2001 voor het eerst en ga dit jaar weer. Tent opzetten aan de oever van een meer, inslapen met hoempende roerdompen, krassende grote karekieten, fluitende Noordse nachtegalen: heerlijk. De tientallen ondiepe plassen huisvesten ijsvogels, reigers en rallen. De heuvels tussen de plassen zijn begroeid met bejaarde bossen. Het wemelt er van de fluiters. Wie tegen de schemer te voet, per fiets of zelfs per auto, zich langs de bosranden waagt ziet ongetwijfeld damherten en heeft een redelijke kans op wild zwijn, vos of das. Otters en bevers komen juist in de nattigheid voor. Behalve plas, moeras en bos zijn hier gigantische akkers, waarin een restpopulatie grote trappen zijn laatste stuiptrekkingen maakt. De kans om de schuwe zeldzaamheden te zien, is klein. Veel groter is de kans op kraanvogels, die in dit gebied broeden. Als stelletje of jong gezin met één of twee kuikens stappen ze over de akkers. Vooral met een rode zon in ochtend- of avondnevel is dat een feestelijk schouwspel. Tussen de enorme akkers heeft het ouderwetse, kleinschalige cultuurland het communisme goed doorstaan. Ze zeggen altijd dat het milieu in het oostblok zo schandalig werd vervuild. Dat is ook zo, maar het landschap leed er veel minder onder verwoestende ruilverkaveling, ontwatering en bemesting, dan het westerse. Het zal binnenkort misschien alsnog op de schop gaan maar nu broeden hier nog kwartels, kwartelkoningen, patrijzen, grauwe klauwieren en ortolanen. Met uitzondering van bergen en wad zijn de meest waardevolle vogellandschappen verenigd in de Müritz. Het is er dan ook goed toeven voor de vakantieganger. Behalve genieten van de vogels, het landschap en het natuurschoon kun je overal kano’s huren, zwemmen en vis eten. Het water is hier schoon. Uit onderzoek naar de hier broedende visarenden blijkt dat het dieet van deze vogels voor de helft uit snoeken bestaat. En snoeken gedijen in schoon, helder water. Zij jagen namelijk op zicht. Zo’n vers gevangen snoek op je bord is eveneens een feest. Bord patat erbij, sla en pint bier: hooguit tien euro.
Eén van de ornithologische specialiteiten van de Müritz zijn de arenden. Er schijnt zich nog wel eens een paar schreeuwarenden aan een nest te wagen, hier aan de westgrens van hun krimpende verspreidingsgebied. Visarenden doen het beter. Let op de korven op hoogspanningsmasten. Als er een takkenbos in ligt, zou daar wel eens een familie visarenden kunnen wonen. Goed kijken of er geen koppie boven de rand uitsteekt. Van de grond af is dat soms nauwelijks te zien. Het is geweldig zo’n arend een vis te zien grijpen. Hoe ze hun vangst onder zich manipuleren tot hij gestroomlijnd hangt: één poot voor de andere in de vissenrug geklauwd. Er zijn in het gebied vogelhutten met uitzicht op bewoonde nesten.
Nog spectaculairder dan visarenden zijn de zeearenden. Wij zochten op een detailkaart (in menig dorpswinkel verkrijgbaar) een plek met enkele kleine plasjes, stukjes bos en afgesloten reservaat, waar we op goed geluk heen reden. Meteen raak. Uit de auto al zagen we een zeearend cirkelen. Er bleken er zeven te zitten. Op de grond, in de lucht, in een boom, al dan niet belaagd door buizerd, raaf, zwarte of rode wouw. Vlakbij die statige zeilers was nog veel meer gevederds te zien. Tussen de meidoorns op het ruige veldje langs de weg vloog een grauwe klauwier. Een ander vogeltje verstopte zich midden in zo’n meidoorn. Hij herhaalde steeds zijn lied. We kenden de zang niet maar door de beschrijvingen ervan in de gidsen en het biotoop kregen we wel een vermoeden. Een kwartier sluipen en wachten en ja hoor, eindelijk beeldvullend in de kijker: een sperwergrasmus.
www.mueritz.de

Koos Dijksterhuis
In: Vogels, mei 2002