Column Vroege Vogels 31 jan. 2016

Onbekommerde spreeuw

Toen ik in Rotterdam uit de trein stapte was het langgerekte ‘pieeeuw’ van een spreeuw het eerste wat ik hoorde. Op de bovenleidingen zag ik her en der een spreeuw zitten. De zon scheen door die prachtige nieuwe stationskap en de spreeuwen vlooiden zichzelf, ze schudden met hun vleugels en zongen zorgeloos. De spreeuwen die hier in 2012 het geluid van opensissende treindeuren nabootsten, waarmee ze passagiers aan het lachen maakten, waren er niet meer. Wel waren er andere spreeuwen. Inmiddels zijn die er ook niet meer. Ze mogen er niet langer zijn van het spoorbedrijf. Want tussen de plastic flesjes, chipszakken en koffiebekertjes vindt NS spreeuwenpoepjes niet netjes staan. Met de felle flitsen uit een laserlamp worden de vogels verjaagd. Lees verder

Share

Radiocolumn Zomers gekoer

Vara Vroege Vogels 12 juli 2015

De lente mag dan overgeslagen zijn, de zomer gooide er weldra een hittegolf tegenaan. Het is verrassend hoe snel de natuur er dan op z’n zomerst bijloopt, -staat, -ligt. Groene boomkruinen wiegen, zwaluwen gieren in een knalblauwe lucht. Tussen de bosjes gonst en dwarrelt het meteen van de insecten. Zo ook in mijn tuin: zweefvliegen, bijen, sluipwespen, waterjuffers, vlinders…

Libellen en meeuwen verdringen zich in de lucht om uitzwermende mierenmannen.
En altijd is er de duif. Lees verder

Share

Radiocolumn Sprookjesvogels

Vara Vroege Vogels 18 jan. 2015

Zwanen, minstens drie sprookjes schreef Hans Christian Andersen over zwanen. Het lelijke jonge eendje is zijn bekendste. De schrijver begon zelf als lelijk jong eendje. Op de armenschool werd hij gepest, maar 139 na zijn dood is hij nog altijd de wereldberoemdste Deen. Zijn graf ligt tussen bekorstmoste zerken op Assistens. Die statige begraafplaats is een rustplek, ook voor de levenden die Kopenhagen even willen ontvluchten.

Het vriest. Bonte kraaien wroeten in de sneeuw, houtduiven zoeken een slaapplaats bovenin een kale esdoorn. Op een smal graf staat een hoofd van sneeuw. Met een wortel trekt de sneeuwkop een lange neus.

Achter een forse hulstboom met knalgele bessen ligt Andersen. Als kind was ik niet bijster gesteld op zijn sprookjes. Het meisje met de zwavelstokjes was me te zielig, de prinses op de erwt te aanstellerig. Dat de Chinese nachtegaal gekooid werd, vond ik gemeen. Maar je hoorde er niemand over. De kleren van de keizer vond ik we aardig en vooral het lelijke jonge eendje sprak me aan. Want wie denkt niet dat ie een lelijk eendje is en wie hoopt niet op die zwaan?

Mijn aandacht wordt getrokken door het zachte, vlugge rinkelen van een sleutelbos, hoog boven me, hoog boven Andersens graf. Zes spreeuwachtige silhouetten zitten in een boom. Ze hebben kuifjes, zalmroze lijven, zwarte maskers, zwarte slabben en kanariegele staartpunten. Andersen gaf vaak een vogel de hoofdrol, maar nooit viel een pestvogel in de prijzen. Toch zijn weinig vogels zo sprookjesachtig als pestvogels. ‘s Winters zijn ze bij vlagen ook in Nederland te zien, vooral in het noorden van het land. Let dus goed op rinkelende sleutelbosjes in de bomen.

Share

Postzegels verzamelen

Postzegels wegwerken

Postzegels wegwerken

Toen ik grieperig was, heb ik mijn postzegelverzameling uit de dagen van weleer bijgewerkt. Behalve een verzameling Nederland heb ik albums vol buitenlandse zegels en een een paar thematische verzamelingen: postzegels met vogels, met inheemse zoogdieren, met zeezoogdieren, met vruchten. Twee jaar geleden had ik de verzameling al afgestoft. Dat bleek een rustgevende bezigheid in een chaotische tijd.

Met postzegels begon ik op mijn achtste. Van alle binnengekomen stukken werden de postzegels afgescheurd en verdeeld met mijn vader en broer. Mijn zussen deden niet mee, postzegels sparen was voor jongens. Mijn aandeel weekte ik af in warm water en droogde ik op een handdoek, omgekeerd, zodat de soms nog wat kleverige plakzijde zich niet hechtte. En dan mochten ze in de albums. Honderden, duizenden kleine kunstwerkjes, in series van dezelfde plaatjes met andere kleuren en waarden. Ponden en pence, marken en pfennigs, lei en bani, dirhams en pesos, de hele wereld kwam voorbij. Fuji, Brunei en zoveel andere landen waren gesneden koek. Maar hoe dichterbij, des te geliefder de zegels: Frankrjk, Engeland, België. Nederland stond voorop. Lees verder

Share

Wilde dieren kijken

Nijlpaarden

Nijlpaarden

Natuurporno, wordt er door tv-critici geschimpt over David Attenboroughs BBC-serie Africa. Niet omdat er parende olifanten in voorkomen, maar omdat sir David de kijker bestookt met hoogtepunt na hoogtepunt. In het echt zie je immers veel minder in de natuur?

Attenboroughs natuurfilms bestaan zoals vrijwel alle televisieprogramma’s uit sensationele kost, maar porno? Er zit geweld in, hartverscheurend verdriet en seks, dat wel. Daarom trekt de serie in Nederland ook 1,9 miljoen kijkers en in Engeland 6,5 miljoen.

Maar Attenborough verwerkt in zijn films ook de laatste wetenschappelijke ontdekkingen over de natuur. Hij filmt met de meest geavanceerde apparatuur en hulpmiddelen en vertoont waanzinnig mooie beelden. Hij maakt de beste natuurfilms ter wereld en dat al jaren. En met of ondanks zijn alom bewonderde kwaliteit trekt hij een massapubliek. Hij maakt geen National-Geographic-tv met titels als ‘woeste vechtersbazen in de natuur’, hij maakt een mix van spanning en ontroering, waar je nog wat van opsteekt ook. De BBC-postbus stroomde na deel 1 van Africa over van de verontwaardigde en aangedane reacties. Een olifantenmoeder had haar schattige jong voor haar ogen zien sterven. En 6,5 miljoen Britten huilden mee. Lees verder

Share

Column filmfestival

Koos droeg 2 februari een column voor tijdens het filmfestival.

Soms kijk ik met mijn kinderen naar Het kleine huis op de prairie. U weet wel, die 40 jaar oude EO-serie waar je nooit met droge ogen van afkomt. Er is nog een constante in die reeks. In het glooiende, door laag zonlicht bestreken landschap zingt altijd een nachtegaal. Zomer, winter, midden op de dag… Alleen ’s  nachts niet.  Lees verder

Share

Column De Drieteenstrandloper

In november is het strand leeg. Of nou ja, bijna leeg. in de verte loopt een wandelaar. Hij gooit iets weg,wat door een hond geapporteerd wordt. En er zijn vogels. Vijftien, twintig drieteenstrandlopers staan op een kluit. Het is vloed, de vogels wachten tot de zee zich terugtrekt en ze op het vochtige, droogvallende zand wormen kunnen vangen. Het waait straf en kil uit het oosten. Ze kleumen achter een hoopje zeewier. Elk op één poot, op drie tenen dus. Met hun kop in de veren zijn ze net iets hoger dan hun plantaardige windscherm. Ik begluur ze van veilige afstand door de telescoop. Twee drietenen dreigen buiten de boot te vallen. Ze staan naast de rest en vangen de wind. Dat wil zeggen: één van beide vangt de wind. Die hipt op één poot opzij, de luwte in, waarbij hij zijn kop niet uit de veren haalt. Van zijn sprongetje schrikt de ander, die iets naar buiten hipt en nu in de wind staat. Die hipt vervolgens terug, waarvan de ander schrikt. Zo lossen ze elkaar een tijdje af. Tot één zich erbij neerlegt, al blijft hij staan. Hij draait een kwart slag, waardoor hij zijwind vangt. Mij lijkt dat onvoordelig, maar ik weet niet wat er in het drieteenkoppie omgaat. De wind waait zijn veertjes uit model, ze staan als een punkkapsel overeind. Hij leunt zijwaarts tegen de wind, zijn ene pootje staat bijna diagonaal, zo scheef. Zijn andere pootje houdt hij zo hoog opgetrokken, dat er niets van te zien is. Plotseling schiet hij langs de groep naar voren. Naast het zeewier heeft hij iets ontdekt. Hij trekt, hij sjort, er komt een worm tevoorschijn. Het is een lange, dunne worm. De drieteen houdt hem strak gespannen, maar trekt niet zo hard dat de worm breekt. Hij heft zijn kop steeds hoger, tot hij niet meer verder kan. Met geheven hoofd maakt hij een achterwaarts sprongetje, waarbij de worm los schiet. Plotseling vliegt de rest van de groep er in één beweging vandoor. De wormenvanger volgt. Een driehoekje zand naast het zeewier blijft achter, vol pootafdrukjes. Pootafdrukjes van drie tenen. De worm kronkelt lang en dun. Waarom zouden ze nou zijn weggevlogen? Een slechtvalk? Net als ik omhoog wil turen, hoor ik gehijg naderen. Ik kijk om. Er komt een hond aanrennen. Hij legt een tennisbal voor me neer, kijkt me hoopvol aan en blaft.

Koos Dijksterhuis, Gesproken column op Vara’s Vroege Vogels radio 1

Share