Een spreeuwenman versiert een vrouw met een jong blaadje

Spreeuw m. 16.4.15_1404 (Custom)Spreeuwenmannen zijn meesters in versieren. Ze versieren nestholen om vrouwen te versieren. Ze luisteren hun hol op met bladeren, bloemetjes en bloemknoppen. Het zijn bij spreeuwen altijd de mannen die een holte proberen te bemachtigen en daar vervolgens met feestelijk gezang en protserige keelveren een vrouw naartoe lokken, die vervolgens hopelijk valt voor het bloemrijke interieur.

Een mannetje legt in een pasverworven hol eerst een blad of bloem. Blijkbaar claimt hij dat hol of een nestkast door er een ruikertje in te leggen. Gek genoeg gooit het vrouwtje, eenmaal verleid door een man, meestal eerst de bladeren en ander nestmateriaal er weer uit. Vervolgens maakt zíj het nest. (…) Als een spreeuw bladeren verzamelt vanwege hun desinfecterende werking, waarom zou zijn vrouwtje die er dan weer uitgooien? Heeft ze er geen belangstelling voor?

boek de Spreeuw van Koos DijksterhuisNou en of ze er belangstelling voor heeft. Hoe meer groen, des te beter ze het vindt en hoe liever ze haar man heeft. Een spreeuwenman versiert een vrouw met een jong blaadje. Waarom ze het door manlief aangesleepte groen er dan weer uitmietert is te lezen in De spreeuw, het nieuwe boek van Koos Dijksterhuis.

Verslag van een gevecht tussen een spreeuw en twee gierzwaluwen

Spreeuw 5.5.16 4486De spreeuw (…) ploft een kast binnen, die al bezet blijkt door twee gierzwaluwen. Eén van de gierzwaluwen heft zijn vleugels en begint uitzinnig te krijsen. De spreeuw vertrekt. Maar de volgende avond keert hij terug, terwijl de gierzwaluwen nog buiten vliegen. De gierzwaluwen arriveren een paar minuten later, vlak na elkaar. Alle drie bevriezen ze gedurende zo’n vijf minuten.

De strijd (…) duurt uren, waarin de vogels vooral verbijsterd naar elkaar staren, omdat ze elkaars strijdmethoden niet snappen. Als ze de spreeuw te lijf gaan, gebruiken de gierzwaluwen hun klauwtjes en vallen ze zijdelings aan, terwijl de spreeuw zijn snavel gebruikt. Een gierzwaluw heeft ijzersterke pootjes waarmee hij tegen muren klautert. Een spreeuw heeft een sterke snavel om mee in het gras te peuren. Een spreeuw heeft weliswaar ook krachtige poten, om als kuiken mee tegen de wanden van het nesthol op te krabbelen, maar vertrouwt in gevechten toch op zijn snavel. Een gierzwaluw gebruikt zijn snaveltje om insecten mee uit de lucht te happen, wat niet zoveel kracht vereist.

boek de Spreeuw van Koos DijksterhuisEén van de gierzwaluwen valt krijsend aan, met gebogen, op de vloer trommelende vleugels en opzij gedraaide, dreigende klauwen. De spreeuw reageert niet en de gierzwaluw bindt in. De spreeuw pikt wat in de lucht in vijandelijke richting. Dan valt die ene gierzwaluw weer aan en grijpt hij de spreeuw beet. Er begint een worsteling. Het strijdende tweetal rolt over de andere gierzwaluw heen…

Hoe de strijd afloopt kunt u lezen in De spreeuw, het nieuwe boek van Koos Dijksterhuis.

De spreeuw

boek de Spreeuw van Koos DijksterhuisUit het raam van de klas keek ik verlangend naar buiten. Ik was veertien en zat in de derde. Boven de flats van Amersfoort uit torende de Lange Jan zonbeschenen de wolkeloze hemel in. Nog twee lesuren… Na school fietste ik het bos in. Via de oude beukenlanen in het door de A-28 afgesneden landgoed Nimmerdor, over de fietsbrug, langs de Paradijsweg tot de Treekerweg, daar rechtsaf tot het Treekermeertje, een afgesloten privédomein waar ik stiekem rondliep en reeën zag. Dan terug via hotel Den Treek, waar een kerkuil in de duiventil woonde, en vervolgens het lange fietspad naast de Houtweg af, waar ik zwarte spechten zag baltsen, mijn eerste havik ontdekte, een ringslang ontmoette en eekhoorns, vele eekhoorns. Lees verder

Wildernis is menselijk

Hooiland in beekdal, door mensen gemaakt natuurlandschap. Foto Koos Dijksterhuis

Hooiland in beekdal, door mensen gemaakt natuurlandschap. Foto Koos Dijksterhuis

Vaak wordt beweerd dat er in Nederland geen echte natuur meer is. Daarachter schuilt het idee dat natuur een wildernis is, volkomen losstaand van de mens. Dan is er op de hele wereld geen natuur meer. Tot Antarctica is de zee vervuild met plastic, de lucht met rookdeeltjes, wordt vis uitgeroeid, doen onderzoekers metingen en kijken toeristen naar pinguins en albatrossen, zolang die er nog zijn.

In Nederland zijn al duizenden jaren mensen actief. Mensen waren jagers-verzamelaars, net als beren. Ze wisten Nederland ongetwijfeld te waarderen, toen het een koude, maar grazige vlakte was met reuzenherten, oerossen en paarden. Elfduizend jaar geleden werd het warmer, raakte Nederland bebost en werden graseters schaarser. Mensen vestigden zich in nederzettingen. De landbouw begon, al bleef dat nog heel lang een extensieve landbouw. Mensen bleven vanuit hun hoeves en dorpen jagen en verzamelen. Lees verder

Een Groenlander in Afrika

DE WONDERBAARLIJKE REIS VAN DE DRIETEENSTRANDLOPER

ISBN: 9789462250017. Verkrijgbaar als E-book via de apple-store en ook via alle andere online boekwinkels (bolakobruna etc).

Uitgeverij Fosfor (op facebook )
Oudezijds Voorburgwal 129 – II
1012 EP Amsterdam
The Netherlands
+31 (0)20 30 80 615
www.uitgeverij-fosfor.nl
@fosforuitgevers

 

Lees verder

Supersnelle Drieteen, langeafstandstrekker en snelheidsduivel

Artikel van Jeroen Reneerkens, Rijksuniversiteit Groningen (NL)
in tijdschrift Mens & Vogel, jan. 2011

Iedere strandwandelaar heeft wel eens Drieteenstrandlopers gezien. Ook in België en Nederland zijn de kleine witte vogels, die heen en weer voor de golven uit dribbelen, een veelvoorkomend gezicht. Ze laten zich vrij gemakkelijk benaderen en rennen soms een tijdje met je mee. Van de nazomer tot de lente zijn ze vrijwel op ieder zandstrand of elke stenige kust ter wereld te zien. Begin juni trekken nog aanzienlijke aantallen door Europa richting broedgebieden in hoog Arctische poolstreken. Halverwege juli verschijnen de eerste vogels (nog in broedkleed) alweer langs de Europese kusten, waarschijnlijk als gevolg van een eierenetende poolvos die een abrupt einde maakte aan de broedpoging.

Lees het volledige artikel
(pdf, 2MB, opent in nieuw venster)

Jong en wild

Verrassende natuur in Flevoland

Auteur: Koos Dijksterhuis
Uitgever: KNNV Uitgeverij
Uitvoering: 192 pag., 21 x 24 cm, genaaid gebrocheerd, full colour met talloze foto’s en kaartjes
ISBN: 978 90 5011 359 5
Prijs:  € 9,95

Verkrijgbaar in de boekhandel en via www.knnvuitgeverij.nl

 

Inleiding Jong & Wild, verrassende natuur in Flevoland

Flevoland mooi

‘De natuur van Flevoland? Kon je geen andere provincie kiezen?’ Een vriend van me begon over zijn regelmatige autorit over de A-6: saai, lelijk! Ik begon als een evangelist de natuur van Flevoland te prijzen. Ik ageerde dat ik voor dit boek veel door die provincie struinde. De wegen zijn er recht, gaf ik toe, de akkers groot, de boerderijen hypermodern, de bedrijventerreinen uitgestrekt en troosteloos. Allemaal waar. Een kleinschalig agrarisch heggenlandschap is er nauwelijks. Flevoland is in de hoogtijdagen van de industriële landbouw en de ruilverkaveling ingericht. Er hoefde niets herverkaveld te worden, het land kon op de tekentafel efficiënt verdeeld worden in grote rechthoeken: de toekomstige percelen. De geplande productiebossen bestonden meestal uit een aantal van zulke percelen. De Flevolandse bossen zijn vaak recht en hoekig. Bijster romantisch klinkt dat allemaal niet. Maar waar de rest van Nederland met zijn eeuwenoude cultuurlandschap op de schop is gegaan, is platgespoten, rechtgetrokken en ontwaterd, ging het in Flevoland juist de goede kant op. Het begon met Kamperhoek, waar ’s lands eerste natuurontwikkelingsterrein ligt, met moerasbos, water en prachtige, natte rietvelden. De Oostvaardersplassen ontstonden, het bewijs dat er in vrij korte tijd natuur kan ontstaan van internationale faam. Ze zijn vaak nat, de natuurgebieden van Flevoland. Moerassen, plassen, randmeren; Flevoland heeft er veel van. Met bevers, roerdompen en grote karekieten. De provincie streeft naar een geleidelijjke overgang tussen land en water. Kustzones worden drassig gemaakt en voor de kust moeraseilandjes aangelegd.

Ze zijn nog maar met weinigen, maar de Flevolandse akkerbouwers die voor erf- en akkervogels zorgen, pakken dat al even grootschalig en efficiënt aan als hun bedrijfsvoering. Met akkerranden van wel dertig meter breed, waar het ritselt van de gele kwikstaarten. Met dijken vol orchideeën, een erf met zomertortels.

Sommige wegbermen in de Noordoostpolder worden botanisch beheerd. Het effect kan zich na enkele jaren al meten met de mooiste valleien op de Waddeneilanden en in Zuid-Limburg.

Geen provincie is zo ver gevorderd met de Ecologische Hoofdstructuur als Flevoland. De bossen worden er al jaren natuurlijk beheerd, in veel bos wordt helemaal niet meer gekapt. En wat voor bos! Qua bos staat Flevoland met stip op 1 in de Nederlandse provincietop. Net als de landerijen zijn de bossen er groot. Het Horsterwold is één van de grootste loofbossen van de Europese Unie. De bossen zijn omzoomd met struwelen van meidoorn, sleedoorn, liguster, wegedoorn en zoete kers. Er broeden zwartkopjes, nachtegalen, wielewalen, appelvinken. Er hebben zelfs grauwe klauwieren gebroed.

De Flevolandse bossen zijn geweldig, zo kom je ze nergens tegen. Ze zijn jong, al zijn ze toch al veertig, vijftig, zestig jaar oud. En ze staan op rijke, vruchtbare klei. Afgezien van een paar populierenakkers staan vrijwel alle Nederlandse bossen op arme zandgrond. In Flevoland groeide het bos ongekend snel, veel sneller dan ’s lands houtvesters voor mogelijk hielden, de bomen zijn groot, het bos lijkt ouder dan het is. De maagdelijke zeebodem vol schelpenkalk lokte bovendien de meest bijzondere varens, mossen en zwammen het bos in.

En wat het mooiste is: je komt in Flevolandse bossen geen mens tegen! Dat komt, er is veel bos en er zijn weinig Flevolanders. Randstedelingen zijn bereid om uren in de file te rijen voor een snuifje Veluwe. Dat ze niet in de rij staan voor Flevoland, komt doordat ze denken dat Flevoland lelijk is. Ze denken aan regelrechte wegen door platte polders. Ze denken dat de enige natuur er de Oostvaardersplassen zijn. Laat ze dat maar denken, straks komen ze nog met miljoenen in hun auto’s naar Flevoland. De Flevolandse natuur is natuur voor de liefhebbers van groots en stoer en tegelijk voor de fijnproevers.

Die vriend van me wilde na mijn betoog wel eens wat meer zien van Flevoland dan de bermen van de A-6. Ik liet hem een vossenfamilie zien langs de Praamweg, het uitzicht in de Stille Kern, de zeearend in het Ketelmeer, oranjetipjes in het Harderbos en dodaarzen in het Horsterwold.

Koekoeken, boommarters, edelherten, kluifjeszwammen, tongvarens en bijenorchissen; in dit boek komt u ze tegen. Ook boswachters, natuurtalenten, boeren, bestuurders en wandelaars  komt u tegen, evenals de gebieden waar ze werken of wandelen. Leest u het zelf, maar leest u niet te lang. Ga liever eens kijken in Flevoland. U zult versteld staan!

Groningen, juli 2010

Recensie vogeltijdschrift Limosa

Binnenkort in vogeltijdschrift Limosa, door Leo Zwarts

tijdschrift van de Nederlandse Ornithologische Unie : http://nou.natuurinfo.nl/

Een Groenlander in Afrika. De wonderbaarlijke reis van de drieteenstrandloper. Koos Dijksterhuis.ISBN 978 90 351 3424 9. Uitgeverij Bert Bakker. Prijs € 22,50.

Nadat Jeroen Reneerkens zijn promotieonderzoek aan kanoetstrandlopers had afgerond, begon hij in 2007 met een onderzoek aan Drieteenstrandlopers. Om de vogels te kunnen volgen reisde hij ze achterna naar hun Arctische broedgebieden en hun Afrikaanse wintergebieden. Hij ontdekte dat het de ideale vogelsoort is om zowel de trek- als de broedbiologie te bestuderen. Koos Dijksterhuis schreef over Reneerkens’ onderzoek een boek, “Een Groenlander in Afrika”. Drieteentjes zitten elk jaar langer in Afrika dan op Groenland, maar hij kon het boek niet “Een Afrikaan op Groenland” noemen, want een boek met die titel was al geschreven door de Togolees Tété-Michel Kpomassie over zijn belevenissen op Groenland (in 1984 in vertaling verschenen bij Uitgeverij Veen).

Het boek begint op Vlieland in februari 2007 en eindigt in oktober 2009 op Schiermonnikoog. In die tussentijd maakt Dijksterhuis, samen met Reneerkens, in de zomer vier reizen naar Groenland en IJsland, en in de winter twee reizen naar Mauritanië en Ghana. Als je het boek hebt gelezen weet je veel over drieteentjes, hun broedbiologie, hun trekwegen, enz. Je bent zelfs volledig up to date, want de allernieuwste onderzoeksresultaten zijn in het boek verwerkt. Al die informatie wordt op heel makkelijk leesbare wijze gebracht. Ook voor een niet-vogelaar is het een onderhoudend boek vol met grappige en interessante verhalen.

Dijksterhuis heeft een prachtige beschrijving gegeven van veldbiologisch onderzoek. Veldwerk is niet altijd een pretje, vooral als je dag en nacht door muggen wordt belaagd en dat roept vanzelf de vraag op “waarom doen we het allemaal?”. Reneerkens legt uit dat we zonder kennis van de natuur, deze niet goed kunnen beschermen. Die kennis moet dan wel beschikbaar zijn en dus moeten de gegevens worden uitgewerkt en opgeschreven. Maar dat is niet voldoende. De artikelen in de vaktijdschriften moeten ook worden “vertaald” voor een breder publiek. En dat is precies wat Dijksterhuis in deze 364 bladzijden heel knap heeft gedaan. De 30 kleurenfoto’s zijn goed gekozen. Een warm aanbevolen vogelreisboek. – Leo Zwarts