Een Groenlander in Afrika

DE WONDERBAARLIJKE REIS VAN DE DRIETEENSTRANDLOPER

ISBN: 9789462250017. Verkrijgbaar als E-book via de apple-store en ook via alle andere online boekwinkels (bolakobruna etc).

Uitgeverij Fosfor (op facebook )
Oudezijds Voorburgwal 129 – II
1012 EP Amsterdam
The Netherlands
+31 (0)20 30 80 615
www.uitgeverij-fosfor.nl
@fosforuitgevers

 

Lees verder

Supersnelle Drieteen, langeafstandstrekker en snelheidsduivel

Artikel van Jeroen Reneerkens, Rijksuniversiteit Groningen (NL)
in tijdschrift Mens & Vogel, jan. 2011

Iedere strandwandelaar heeft wel eens Drieteenstrandlopers gezien. Ook in België en Nederland zijn de kleine witte vogels, die heen en weer voor de golven uit dribbelen, een veelvoorkomend gezicht. Ze laten zich vrij gemakkelijk benaderen en rennen soms een tijdje met je mee. Van de nazomer tot de lente zijn ze vrijwel op ieder zandstrand of elke stenige kust ter wereld te zien. Begin juni trekken nog aanzienlijke aantallen door Europa richting broedgebieden in hoog Arctische poolstreken. Halverwege juli verschijnen de eerste vogels (nog in broedkleed) alweer langs de Europese kusten, waarschijnlijk als gevolg van een eierenetende poolvos die een abrupt einde maakte aan de broedpoging.

Lees het volledige artikel
(pdf, 2MB, opent in nieuw venster)

Column De Drieteenstrandloper

In november is het strand leeg. Of nou ja, bijna leeg. in de verte loopt een wandelaar. Hij gooit iets weg,wat door een hond geapporteerd wordt. En er zijn vogels. Vijftien, twintig drieteenstrandlopers staan op een kluit. Het is vloed, de vogels wachten tot de zee zich terugtrekt en ze op het vochtige, droogvallende zand wormen kunnen vangen. Het waait straf en kil uit het oosten. Ze kleumen achter een hoopje zeewier. Elk op één poot, op drie tenen dus. Met hun kop in de veren zijn ze net iets hoger dan hun plantaardige windscherm. Ik begluur ze van veilige afstand door de telescoop. Twee drietenen dreigen buiten de boot te vallen. Ze staan naast de rest en vangen de wind. Dat wil zeggen: één van beide vangt de wind. Die hipt op één poot opzij, de luwte in, waarbij hij zijn kop niet uit de veren haalt. Van zijn sprongetje schrikt de ander, die iets naar buiten hipt en nu in de wind staat. Die hipt vervolgens terug, waarvan de ander schrikt. Zo lossen ze elkaar een tijdje af. Tot één zich erbij neerlegt, al blijft hij staan. Hij draait een kwart slag, waardoor hij zijwind vangt. Mij lijkt dat onvoordelig, maar ik weet niet wat er in het drieteenkoppie omgaat. De wind waait zijn veertjes uit model, ze staan als een punkkapsel overeind. Hij leunt zijwaarts tegen de wind, zijn ene pootje staat bijna diagonaal, zo scheef. Zijn andere pootje houdt hij zo hoog opgetrokken, dat er niets van te zien is. Plotseling schiet hij langs de groep naar voren. Naast het zeewier heeft hij iets ontdekt. Hij trekt, hij sjort, er komt een worm tevoorschijn. Het is een lange, dunne worm. De drieteen houdt hem strak gespannen, maar trekt niet zo hard dat de worm breekt. Hij heft zijn kop steeds hoger, tot hij niet meer verder kan. Met geheven hoofd maakt hij een achterwaarts sprongetje, waarbij de worm los schiet. Plotseling vliegt de rest van de groep er in één beweging vandoor. De wormenvanger volgt. Een driehoekje zand naast het zeewier blijft achter, vol pootafdrukjes. Pootafdrukjes van drie tenen. De worm kronkelt lang en dun. Waarom zouden ze nou zijn weggevlogen? Een slechtvalk? Net als ik omhoog wil turen, hoor ik gehijg naderen. Ik kijk om. Er komt een hond aanrennen. Hij legt een tennisbal voor me neer, kijkt me hoopvol aan en blaft.

Koos Dijksterhuis, Gesproken column op Vara’s Vroege Vogels radio 1