Sneeuwende sigaren

Lisdodde. Foto Koos Dijksterhuis

Achter mijn huis staan drie grote lisdodden. In de volksmond worden lisdodden sigaren genoemd. De sigaren zijn de vrouwelijke bloemen. Daar steken de mannelijke aren bovenuit. Die hebben hun werk gedaan, de vrouwen zijn bevrucht en laten hun zaadjes waaien. Het gekke is dat we zaad bij mensen en andere zoogdieren aan mannen toedichten, maar bij planten aan vrouwen. Bij zoogdiervrouwen spreken we van eitjes, alsof ze krielkippen zijn. Lees verder

De vink slaat zijn slag

Vink. Foto Koos Dijksterhuis

Zelfs in een dagelijkse natuurrubriek is de lente niet bij te benen. Doorgaans merk ik dat eind maart, nu een maand eerder. Het gras begint te groeien, de klimopbessen zijn rijp, de gaaien nestelen, de veldkers bloeit, de leeuweriken zingen en de vinken slaan.

Ik heb in mijn Groningse tuin nog nooit zo vroeg een vink horen slaan. Mannetjesvinken zingen niet welluidend, maar wel luid een lied als een omgekeerde toonladder, van hoog naar laag, waar ze eindigen met een zwieper die weer omhooggaat. Die zwieper heet de vinkenslag. Lees verder

Spreeuwen en files in Midden-Delfland

Spreeuw. Foto Koos Dijksterhuis

Eens zat ik een weekend in een vakantiehuisje. Op de hoek van het terras stond een wilg met een gat erin. Spreeuwen vlogen in en uit dat gat. Ze snorden over de tuin naar het gras van de buren, dat er wellicht groener uitzag en waar vast en zeker meer emelten in de grond zaten. Ze vlogen dertig meter, stapten wijdbeens over het gras, pikten iets uit de grond en vlogen weer terug. Een leuk gezicht, urenlang. Ik liep naar de buren en schuifelde gehurkt rond, maar zag geen verschil met ons gras. Ik zag geen gaatjes, ik zag niets. Spreeuwen zijn veel beter in gaatjes zien. Het lijkt of ze lukraak in het gras pikken, op de tast. Maar ze pikken niet lukraak op de tast, ze zien precies waar ze moeten pikken. Lees verder

(On)echte mussen

Huismus (boven) en heggemus. Foto’s Koos Dijksterhuis

Laatst noemde ik huis- en heggemus. Een lezer vroeg waarom een heggemus mus heet. Omdat de naamgever hem op een mus vond lijken, denk ik…

Mussen zijn één van onze drie zangvogelfamilies die vooral zaden eten, en die voorzien zijn van een dikke, stompe snavel om die zaden mee te kraken. De andere families zijn vinken en gorzen. De kneu, een vink, heeft een kleine, stompe snavel om zachte zaadjes mee te eten, bijvoorbeeld van gras of vogelmuur. De appelvink heeft een enorme, stompe snavel om harde zaden mee te kraken. De heggemus heeft juist een dunne, spitse snavel, waarmee hij op insecten jaagt. Lees verder

Bosuilen broeden

Bosuil. Foto Henk Jan Koning

Op Beleef de Lente, een website van Vogelbescherming, zijn weer broedende vogels te begluren. De bosuilen zitten al twee weken op de eieren, of mevrouw bosuil dan toch, terwijl haar man muizen aandraagt. Dat doet ie ’s nachts. Overdag dutten de uilen en is het live-beeld zo rustgevend als een zondagochtend in Grijzegrubben. De uil zit roerloos met haar snavel in de veren. Een lichte beweging verraadt dat ze ademt. Lees verder

Zwermen wadvogels

Scholeksters en twee bergeenden. Foto Koos Dijksterhuis

Op het wad bij Schiermonnikoog groeperen de scholeksters zich bij vloed bij het kweldertje dat in de luwte van het slibdepot van de jachthaven aan de oude steiger is gegroeid. Ook steenlopers en tureluurs verzamelen zich daar. Soort bij soort. Groepjes rotganzen en bergeenden houden zich afzijdig. Enkele bonte strandlopers en wat bontbekplevieren scharrelen erlangs, die plevieren hebben altijd wel wat te scharrelen, maar die bonte strandlopers, bontjes in vogelaarslatijn, maken een ontheemde indruk. Nog even en hun zuidelijker overwinterende soortgenoten komen terug, dan zijn ze weer met duizenden. Lees verder

De onbekommerde spreeuw

Spreeuw. Foto Koos Dijksterhuis

De spreeuwen zijn terug en zingen weer! Waren ze weg dan? Wel uit mijn tuin. Sinds september heb ik mijn vaste kostgangers niet meer gezien. Of ze echt vaste gasten zijn, weet ik niet, ik heb ze niet geringd om ze uit elkaar te houden. Maar aangezien ze honkvast zijn, en er eerder een spreeuwentekort is dan een -overschot, verwacht ik niet dat er nieuwelingen komen. Integendeel: eerst had ik altijd twee paar, sinds een paar jaar nog maar één. Het zouden wel onder mijn dakpannen opgevoede jongen van vorig jaar kunnen zijn, dat zal ik nooit weten. Lees verder

De lepelaars komen

Lepelaar. Foto Koos Dijkserhuis

Op Schiermonnikoog zijn de eerste lepelaars gearriveerd. Met vrienden fietste ik over het eiland. Vrijdag telden we in de Westerplas acht lepelaars, zaterdag elf. Of die drie zaterdagmorgen uit het zonnige zuiden aankwamen, of vrijdag even een blokje om waren, weet ik niet. Zondagmiddag zagen we er twee boven de Waddenzee in zuidoostelijke richting vliegen – steeds verder van de Westerplas, wat het blokje om een aannemelijk scenario maakt. Misschien inspecteerden ze de slenken in het wad of de kwelder op visjes of ander lekkers. Lepelaars lepelen stekelbaarsjes uit het water, en eten ook graag jonge platvisjes. Die zijn er niet zoveel meer in de Waddenzee, maar als tweede keus eten lepelaars garnalen. Die zijn er genoeg. Lees verder

Mot op de kaart

Gewone kaartmot Agonopterix heracliana. Foto Koos Dijksterhuis

Als de avond valt, valt mij een piepkleine vlinder op. Hij zit buiten, op het raamkozijn. Twee voelsprieten steken zijwaarts uit zijn snoet en hij (of zij) laat z’n vleugels platliggen. Ik neem foto’s, maar in de schemer zijn die tot mislukken gedoemd. Toch is op de slechte foto te zien dat ie witte en zwarte stipjes heeft. Lees verder