Mot zoeken

Wigenroosjesboorder of basterdwederikgalmot. Foto Koos Dijksterhuis

Achter de glazen vitrinekast met schelpen fladderde een piepklein motje. Meteen dacht ik: ik moet hem buiten zetten, maar eerst determineren voor het natuurdagboek. Mijn plichtsbesef is van calvinistisch staal. De gestaalde kaders van het communisme zijn weggeroest, die van het calvinisme zijn roestvrij. Hopelijk rot het fascisme ook nog ’ns weg. Hemel, wat schrijf ik nou? Fascisme is een verboden woord volgens de nieuwe politieke correctheid! Snel naar het neutrale terrein van de mot. Lees verder

Terughoudende tapijtjes

Vingerhelmbloem. Foto Koos Dijksterhuis

Zeven jaar geleden heb ik een vingerhelmbloem in mijn tuin gezet. In mijn dagdromen zou deze helmbloem ieder vroege voorjaar voor een paars bloementapijt zorgen. Een jaar eerder had ik al een bosanemoon in mijn tuin gezet, die in mijn dagdromen voor een wit bloementapijt zou zorgen. Vingerhelmbloem kan trouwens ook wit bloeien, maar ik heb een paarse ingekwartierd. Lees verder

De tijd van grutto’s is voorbij

Agrarisch bedrijventerrein. Foto Koos Dijksterhuis

De gruttotijd is begonnen. Ik neem een kijkje bij Hoeksmeer. Zouden ze er weer zijn? Hoeksmeer is een meertje met rietkragen en een molen. Toen jaar geleden stonden er een paar oude boerderijen omheen. Nu nog steeds, maar ze zijn aan het zicht onttrokken door agrarische bedrijventerreinen. Op het platteland is geen welzijnscommissie en worden golfplaat, beton en staal de norm. Lees verder

Gele of grote gele kwikstaart?

Grote gele kwikstaart. Foto Koos Dijksterhuis

In februari en maart kreeg ik maar liefst drie enthousiaste meldingen van “de eerste gele kwikstaart van het jaar!” Dat is vroeg voor een gele kwik. Ik vroeg dan of de vogel bij het water zat, en dat was inderdaad het geval. Eén zat dagelijks een tijdje bij een plas op een plat schuurdak, een ander werd bij een beek in de Zuid-Limburgse heuvels gezien. Het waren alle drie gegarandeerd grote gele kwikstaarten. Lees verder

Zonder regenwormen geen leven

Regenworm. Foto Koos Dijksterhuis

In mijn tuintje zag ik de eerste regenwormen kruipen. Mijn tuin zit vol regenwormen en ander bodemleven. Daar doe ik niets voor. Een gezonde, humusrijke bodem leeft van het gedierte. Helaas is gezonde, humusrijke bodem zeldzaam geworden. Het bodemleven sterft. Regenwormen zijn niet zo spannend om te tellen, maar als het eens gebeurt, blijken er minder van te zijn dan de vorige keer. Terwijl regenwormen voor het leven op aard belangrijker zijn dan zeg reuzenpanda’s. Lees verder

Mooie, slimme (Vlaamse) gaaien

Vlaamse gaai. Foto Koos Dijksterhuis

De gaaien zijn al een tijdje druk in de weer met elkaar versieren en beminnen en samen een nest bouwen. De eieren zullen begin april gelegd worden. In mijn tuin zitten ze vaak met hun tweeën in de kers, waarna ze afdalen naar de appelboom. Vanuit de appelboom springen ze om beurten op de grond om tussen de rottende bladeren van vorig en de opkomende spruiten van dit jaar te wroeten, of om in het gras te pikken. Lees verder

Platte ooievaars

Ooievaars. Foto Koos Dijksterhuis

Ze waren er vroeg bij, dit jaar: in februari al stonden ooievaars op hun nesten te klepperen. De ooievaars doen het goed! In de jaren zeventig trok ik met mijn vader het land door om één van de laatste twee of drie bewoonde nesten te zien, voordat ze helemaal uitstierven.

Dat bewoonde nest stond ergens langs de IJssel. In die tijd plaatsten mensen tegen beter weten in ook al wel eens nesten, in de hoop ooievaars te paaien, maar nestgebrek was niet de belangrijkste oorzaak van hun verdwijning, dat was het verdwijnen van prooidieren. Ooievaars zijn tenslotte weidevogels. Lees verder

Het lieveheersbeestje en de getroffen beul

Vierentwintigstippelig lieveheersbeestje. Foto Jeanette Essink

Het aantal stippen op de rug van een lieveheersbeestje heeft niets te maken met de leeftijd van het kevertje. Het aantal stippen hangt af van de soort. Een vierentwintigstippelig lieveheersbeestje heeft vierentwintig stippen, een zevenstippelig zeven. Eén van die zeven wordt doorsneden door de naad tussen de dekschildjes. De stippen van lieveheersbeestjes staan welbeschouwd namelijk niet op hun rug, maar op hun schildjes. Lees verder