Blij met dode vogels

© foto Harvey van Diek, Beflijster

Voor de vakantie schreef ik dat ik twee keer per week in ons roetsige busje naar Flevoland op en neer rammelde. Dat ik de weg droomde en er desondanks vanaf raakte door een zeearend. Dat ik overal doodgereden dieren zag liggen. Dat die er een week later nog net zo bijlagen. Het was toen nog koud – de warmte had vast korte metten gemaakt met die krengen. Maar iets anders maakte de metten kort. Na dat natuurdagboek kreeg een ornithologisch aangelegde Trouw-redacteur een e-mail van een preparateur die (wan)hoopte dat ik toch wel het benul had een dode blauwe kiekendiefman mee te nemen en in te vriezen? Lees “Blij met dode vogels” verder

Spotvogel

© foto Harvey van Diek, Spotvogel

De koekoeken, gierzwaluwen, bosrietzangers, tuinfluiters en karekieten zijn thuis. Als je Nederland thuis noemt. Het grootste deel van het jaar zijn ze niet thuis maar in Afrika of onderweg. Ook een nachtegaal heb ik gehoord. Zomertortels keren ook terug, maar heb ik nog niet gezien of gehoord. Die voorheen algemene erfvogels zijn zeldzaam geworden. Het wachten is op notoire laatkomers als spotvogel en wielewaal. De laatste is zo zeldzaam geworden dat ik hem toch niet hoor. Maar spotvogels hoor ik elk jaar nog. Altijd een feestelijk wederhoren. Lees “Spotvogel” verder

De schaamteloze, vrije koekoek

© foto: Harvey van Diek

De bloemen en insecten die verschijnen, zijn niet meer bij te benen. Vogels gaan nog. Vorige week zag ik de eerste gierzwaluwen. Drie van deze snelle jongens of meisje gierden van Zuid- naar Oost-Flevoland. Toen hoorde ik ook de eerste tuinfluiter, de eerste kleine karekiet, de eerste bosrietzanger. Maar die gierzwaluwen brachten de lente. De eerste koekoek hoorde ik juist op de regenachtige maandagochtend na een week zon. Ik werd om zes uur wakker en hoorde ‘koekoek’, gevolgd door ‘koekoekoek’, want bij een koekoek slaat de stem weleens over. Het gaat niet zo best met onze koekoeken. Hun leefgebied hier wordt er niet beter op, de grote rupsen waar ze zo gek op zijn, zijn niet meer zo talrijk, en in Afrika gaat hun winterverblijf er ook al niet op vooruit. Lees “De schaamteloze, vrije koekoek” verder

Weerloze stuntels van langpootmuggen

Langpootmug. © Maarten Westmaas

Ik kwam de eerste langpootmuggen alweer tegen. Muggen zijn niet mijn lievelingsdieren maar langpoten, och. Ze doen niets. Zelfs dat griezelig puntige achterlijf kan niet steken. Dat is de legboor, alleen vrouwtjes hebben er een. Bijten kunnen ze ook al niet. Voor bijten heb je tanden of kaken nodig. Langpootmuggen hebben een mondje waarmee ze hooguit wat nectar uit een nachtelijke bloem slobberen. Lees “Weerloze stuntels van langpootmuggen” verder

Waar één visdiefje is, zijn er meer

Visdiefje. Foto J.A. Leideritz

In de smalle rietkraag langs het meer in het midden van het land kwettert een kleine karekiet. Hij roept steeds ’karre karre karre kiet kiet’. Een vogel die zijn naam kent. Het is een prachtige lentedag, de eerste warme lentedag van het jaar en zeil- en motorboten varen langs.

Hé, het gekras van een visdiefje. Eindelijk, ik maakte me al ongerust, ze bleven wel lang weg dit jaar. Daar komt hij over het water aangevlogen, slank en sierlijk zoals het een stern betaamt. Waar één visdiefje is, zijn er vaak meer en nog twee passeren er. Ze zwenken, ze wieken, ze krassen, ze zitten achter elkaar aan. De volgende dag zijn ze terug in Groningen. Lees “Waar één visdiefje is, zijn er meer” verder