Aalscholvers vangen wat de pot schaft

Aalscholvers 2741 Foto Koos Dijksterhuis ndb di27.5.14
Aalscholvers. Foto Koos Dijksterhui

Aalscholvers eten wat de pot schaft, als het maar vis is. Van snoek tot stekelbaarsje; alles gaat erin. Toen veertig jaar geleden de IJsselmeerpalingvangst begon af te nemen, nam de aalscholverstand toe. Vissers legden meteen het verband. Vissers leggen niet meteen het verband met de toename van het aantal fuiken.

Het zou een knappe prestatie zijn als aalscholvers een vissoort uitroeiden. Ze zouden met een rammelende maag andere vis moeten negeren om dagenlang die laatste palingen op te snorren. Dat doen ze niet, ze zouden gek zijn. Ze eten de vis die ze kunnen vangen.

Nadat de palingstand gedecimeerd was, evenals de aantallen roofvissen als baars en snoekbaars, grepen kleine prooivissen als spiering hun kans. Zij vulden het IJsselmeer. Aalscholvers wilden ze best vangen. Tot de spieringen werden weggevist. Aalscholvers stapten over op brasems, karper-achtige vissen waar vissers altijd op neerkeken. Maar de laatste jaren zijn ook brasems weggevangen. Aalscholvers vangen ze dus niet meer. Ze eten alleen de weinige vissen die niet door mensen weggevangen worden. Pos bijvoorbeeld, en een voorntje op z’n tijd.

Uitgebraakte zwartlipgrondels. Foto Debby Doodeman
Uitgebraakte zwartlipgrondels. Foto Debby Doodeman

En sinds kort staat de zwartlipgrondel op het aalscholvermenu.

Zwartlipgrondels zijn immigranten uit Oost-Europa. Ze zijn via het Rijn-Donaukanaal westwaarts gezwommen of meegebracht in het ballastwater van schepen. Ze lijken op rivierdonderpadden, maar zijn geliger van kleur en hebben een vaag, geruit patroon op hun rug. Hun ogen staan bovenop hun voorhoofd en aan hun buik hebben ze een zuignap, die bestaat uit de twee aaneengegroeide buikvinnen. Daarmee kunnen ze zich in stromend water vastklampen aan een steen. Ze paaien vaak en breiden zich rap uit.

Verstoorde aalscholverkuikens braken van stress hun laatste maal uit. In de aalscholverkolonie bij Andijk aan het IJsselmeer liggen uitgebraakte zwartlipgrondels.

(Natuurdagboek Trouw 27 mei 2014)