Babypaling voor de deur

Glasaaltjes + driedoornig stekelbaarsje in het net. Foto Koos Dijksterhuis

Glasaaltjes + driedoornig stekelbaarsje in het net. Foto Koos Dijksterhuis

Op de Dollardsluis bij Nieuwe Statenzijl staat een student. Hij haalt een touw op, met een teutebel eraan. Dat is een vierkant net, dat een tijdje op de zeebodem lag, aan de buitendijkse kant van de sluis. De sluisdeuren zitten dicht, en de student noteert de vangst. Een zeedruif, enkele stekelbaarsjes en tientallen glasaaltjes.

Glasaal staat in de belangstelling. Glasaal is er nog maar weinig, al is er de laatste twee jaar iets meer dan de jaren daarvoor, misschien dankzij de beperking van jarenlange overbevissing. Glasaal is babypaling. Paling is een goudmijn. Glasaal is veel geld waard en daarom zijn allerlei onderzoeksintituten en hogescholen ermee bezig, in opdracht van overheid, natuurbescherming of visserij.

Glasaaltjes verdringen zich voor de sluizen waarmee Nederland zijn binnenwateren hermetisch afsluit van de zee. Nergens ter wereld wordt de zee zo drastisch buiten gehouden als in Nederland. Niet voor de veiligheid, maar om zeezout uit landbouwgrond te weren. Bij eb staan de sluisdeuren open, bij vloed dicht.

Die sluisdeuren onderbreken de mysterieuze levensweg van de paling. Glasaaltjes willen het binnenwater in, om daar groot te worden. Ze zijn geboren in de Sargassozee, dreven op de golfstroom de Atlantische Oceaan over, en willen als ze geslachtsrijp zijn, terug naar de Sargassozee om te paren.

Maar ja, die sluisdeuren. Er is onlangs een natte lopende band aangelegd met borstels die de glasaaltjes over de dijk hevelt. De studenten kijken hoeveel minipalinkjes ervan gebruik maken. Dat lijkt een flinke babyboom, maar nog meer glasaaltjes blijven hangen voor de sluisdeur. Student laat de teutebel met vangst weer zakken aan de dezelfde kant. Vist hij dan niet telkens dezelfde glasaaltjes op? Hij kijkt op zijn neus, hij weet niet.

(Natuurdagboek Trouw 2 mei 2014)