Brakwaterkokkels op Schiermonnikoog

Kokkel en brakwaterkokkel. Foto Karel Essink

Kokkel en brakwaterkokkel. Foto Karel Essink

In de slenken die de kwelder van Schiermonnikoog doorklieven leven brakwaterkokkels. Dat staat in het voorjaarsnummer van Spirula, een tijdschrift over weekdieren. Karel Essink vond afgelopen herfst enkele levende exemplaren in de tweede slenk en trof in december een brakwaterkokkel aan in de derde slenk. Tevergeefs zocht hij met een schepnet de vierde slenk af. Op Ameland heeft hij ze eveneens gevonden.

Levende brakwaterkokkels zijn nog nooit op Ameland en hoogst zelden op Schiermonnikoog gevonden. De laatste werd in 2003 in de monding van de tweede slenk gevonden. Essink vond op Schiermonnikoog in alle drie de onderzochte slenken ook gewone kokkels. Dat zijn de algemeenste zeeschelpdieren van Nederland. Het zijn stevige, bolle tweekleppigen. De schelpen zijn geribbeld. Brakwaterkokkels zijn wat uitgerekter van vorm dan gewone kokkels en hebben bredere ribbels.

Slenken voeren regenwater en kwelwater van de kwelder af, zoet water dat zich mengt met water uit de Waddenzee. Ook voeren ze na springvloed en winterse overstromingen het zeewater af. Behalve afvoerbeddingen zijn slenken smalle, lange zeearmen. De zee klotst er met vloed naar binnen, al dan niet opgestuwd door de wind, en knabbelt zich aan het einde steeds verder landinwaarts. De vierde slenk wist zo het Noordzeestrand al te bereiken.

In de vierde slenk heeft Essink geen brakwaterkokkels gevonden. Dat bewijst niet dat ze er niet zijn en anders kunnen ze er nog komen. De vierde slenk overstroomt vaker dan de andere. Daardoor kunnen schelpdieren hem gemakkelijker bereiken. Wel is het water er waarschijnlijk zouter, wat weer ongunstig is voor brakwaterkokkels.

Gewone en brakwaterkokkels mengen zich zelden. Het is dan ook nogal apart dat de brakwaterkokkel in de derde slenk tussen gewone kokkels leefde.

(Natuurdagboek Trouw maandag 11 april 2016)