Bruine kikkertjes en een grote groene

Bruine kikker Foto Koos Dijksterhuis

Door mijn tuin hippen kikkertjes. Ze meten anderhalve tot drie centimeter. Soms betrap ik ook een joekel. Die joekel is een volwassen groene kikker, uit de stadsvijver achter mijn huis. De kleintjes zijn jonge bruine kikkers, eveneens uit die vijver.

Die grote groene is op avontuur op het droge, de kleine bruine kikkers zijn in hun normale leefgebied. Bruine kikkers overwinteren vaak wel onder water in de modder, maar doen dat evengoed onder een dode boomstam. Alleen paren doen ze uitsluitend te water, waar hun jonkies als kikkervisjes blijven zwemmen tot ze hun staartje voor pootjes ruilen. Dan kruipen ze de oever op, want als kikker schuimen ze het liefst bossen en struwelen af. Of mijn tuin.

Als kind ving ik kikkervisjes die in een bak in kikkertjes veranderden en als ik ze dan niet gauw vrijliet, gingen ze dood. Misschien verhongerden ze wel, maar destijds dacht ik dat ze verdronken. Het zou best kunnen, als ze uitgeput raakten en als drenkelingen hun longetjes vol water zogen. Al kunnen ze ook een hele tijd hun adem inhouden als ze onder water overwinteren. Maar dan ademen ze via hun huid. Ze zullen in hun lethargische winterslaap niet veel zuurstof nodig hebben. Wellicht krijgen ze via hun huid te weinig binnen om eindeloos van rond te zwemmen.

Enfin, bruine kikkers zijn dus grotendeels landdieren. Net als padden en salamanders, die ook al als waterdieren te boek staan. Ze eten insecten en slakken en in mijn tuin zijn die genoeg te vinden, vooral slakken. Ik ben blij met elke slakkeneter en verwelkom kikkers, padden, salamanders, egels, spitsmuizen en waterhoentjes. Die worden allemaal gedood of verjaagd door katten en daarom vermoed ik een verband tussen het aantal loslopende katten en de hoeveelheid slakken.

Ik loop behoedzaam door mijn tuin om de kikkertjes de kans te geven tijdig weg te springen. “Plons!” daar duikt de grote groene terug in de vijver.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 7 september ’18)