De eerste zwartkop

Zwartkop m. Foto Koos Dijksterhuis

Na de eerste tjiftjaf kijk en hoor ik uit naar de eerste fitis. Die dient zich meestal eind maart aan. De eerste zwartkop volgt rond 1 april. Dit jaar wisselen ze stuivertje, althans in mijn waarneming. Woensdag 28 maart hoorde ik de eerste zwartkop, in mijn tuin in Groningen. Een fitis heb ik nog niet gehoord.

Fitissen zijn het gemakkelijkst aan hun zang te herkennen; op het oog lijken ze als tweelingen op tjiftjaffen. Het zijn allebei kleine bruine vogeltjes, al zijn fitissen iets geliger en hebben ze een wat duidelijker oogstreep. Bovendien zijn hun pootjes meestal; lichter van kleur dan die van een tjiftjaf. Maar soms wisselen fitissen ook daarin stuivertje.

Er wordt wat afgewisseld! Stuivertje wisselen komt van een spel, dat ik als kind boompje verwisselen noemden. Daarvoor had je bomen nodig, liefst in een kring, één minder dan het aantal deelnemers. Iedereen stond bij een boom, op degene die hem was na. Het was de kunst van boom te wisselen, en degene die hem was geen kans te geven je boom in te pikken. Je kon natuurlijk eindeloos aan een boom gekleefd blijven staan, maar dat was niet leuk. De oorspronkelijke versie voorzag in een regel om dat onmogelijk te maken. Dan riep degene die hem was “stuivertje!” en moest men gaan rennen. Een stuiver was vijf cent en het spel werd aanvankelijk alleen met zijn vijven gespeeld.

Zwartkopjes zijn ook kleine vogeltjes in peper en zout-kleur, maar hebben een zwarte (m) of bruine (v) pet op. Ze trekken in de herfst naar het zuidwesten, en komen nu weer terug. Sommige blijven ook de hele winter bij ons en misschien hoorde ik zo’n overwinteraar. Al trekken ook de wegtrekkers minder ver dan vroeger en keren ze eerder terug.

Zwartkopjes zingen een beetje merelachtig, maar iets hoger en sneller. Als u een met bomen en struiken begroeide tuin heeft, zijn ze daar vast te horen. En, zolang de kruinen kaal zijn, ook te zien.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 5 april ’19)