De tijd van grutto’s is voorbij

Agrarisch bedrijventerrein. Foto Koos Dijksterhuis

De gruttotijd is begonnen. Ik neem een kijkje bij Hoeksmeer. Zouden ze er weer zijn? Hoeksmeer is een meertje met rietkragen en een molen. Toen jaar geleden stonden er een paar oude boerderijen omheen. Nu nog steeds, maar ze zijn aan het zicht onttrokken door agrarische bedrijventerreinen. Op het platteland is geen welzijnscommissie en worden golfplaat, beton en staal de norm.

De weilanden strekken zich kilometers uit, grasgroen, zonder een paardebloem, zonder een vogel. Maar aan het Hoeksmeertje staan twee grutto’s. Die vogels worden oud en proberen het ieder jaar opnieuw. Vaak verhongeren hun kuikens door insectengebrek en vertrekken ze weer.

Ik rijd over een landweggetje door het monotone groen. Tien jaar geleden werd een weiland van gras met paardebloemen als summum van intensieve veehouderij beschouwd, nu houden zelfs die paardebloemen het niet meer vol.

Hoe verlaten het weggetje ook is, ik moet twee keer de berm in. Eén keer passeert een vrachtwagen van Agri-firm en één keer een landbouwmachine die zo groot is als een zomerhuis. Om bestand te zijn tegen zulke monsters, moet het land droog zijn, anders zakken de machines weg. Onder de grasmat ligt een raamwerk van drainagebuizen, die uitkomen in een sloot met water dat bruin ziet van de uitgespoelde drijfmest. Het land is verdroogd en ingeklonken. Daarom ontstaan er soms laagtes in de grasmat, die je pas ontdekt na een week van regen, zoals nu. Dan staat er een plas op het land. Ironisch genoeg bewijzen die plassen dat het land ontwaterd is.

Ik stop en tuur naar de plas. Weidevogels eten wormen en larven, die ze uit zachte, vochtige grond kunnen peuren, niet uit droge, harde aarde. Ze zijn bij aanvang van het broedseizoen dan ook te vinden bij ondiep water. Bij deze plas staan twee kieviten en een grutto. Ze weten niet dat de plas weldra in de lentezon zal opdrogen. De gruttotijd begonnen? De tijd van grutto’s is voorbij.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 29 maart ’19)