Dwergaalscholvers van de Donau

Dwergaalscholver. Foto Koos Dijksterhuis

Dwergaalscholver. Foto Koos Dijksterhuis

Op de Balkan en in Turkije komen behalve aalscholvers ook dwergaalscholvers voor. Die zijn veel kleiner: maximaal ruim een halve meter van snavel- tot staartpunt, tegenover maximaal zowat een meter bij de grote aalscholver. Volwassen dwergaalscholvers zijn in de zomer iets zwarter, al kan hun borst groenig glanzen. Bovendien hebben ze een bescheiden kuifje. Op de foto zit een jong van bijna een jaar oud.

Dwergaalscholvers zag ik voor het eerst toen ik op mijn negentiende uit een stapvoets rijdende trein sprong in voormalig Joegoslavië. De trein boemelde langs een bladstil meer tussen blauwige bergen. Ik vond het zo mooi dat ik de gok waagde. Ik had voorraad bij me voor twee dagen en ben na die twee dagen langs het spoor gaan lopen tot ik bij een dorp kwam. Ik aarzelde een tijdje voor een spoortunnel, maar ben er zonder fysieke gevolgen doorheen gelopen.

Het meer in kwestie staat nog steeds in mijn top-3 van mooiste plekken. Het zal intussen wel verdwenen zijn onder mega-hotels of drooggelegd zijn voor landbouwgrond. Maar destijds wemelde het er van de dwergaalscholvers, en ook van de ijsvogels, waterspreeuwen en nog veel meer vogels.

Later zag ik dwergaalscholvers een paar keer in Azië, maar van de Europese vogels broedt het leeuwendeel in Roemenië, vooral in de Donaudelta, waar ik met een groepje Trouwlezers rondneus. De schattingen die ik tegenkom lopen uiteen van 4000 tot bijna 9000 broedparen.

Ongeacht hoeveel precies, in de Donaudelta waar we op Trouwlezersreis zijn, kunnen we ze niet missen. Ze flappen over of ze rusten op een paal, beducht voor verrekijkers en camera’s, wat de indruk wekt dat er op ze gejaagd wordt, al mag dat officieel niet. Maar sinds de val van dictator Ceaucescu is de grens tussen wat je niet mag en wat je niet doet enigszins vervaagd.

Dwergaalscholvers broeden in kolonies, vaak broederlijk naast reigers en grote aalscholvers. Die grote zitten op de buitenste en hoogste nesten, de dwergen broeden dieper in het struikgewas en soms op de grond in het riet.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 26 april ’18)