Een dag uit het leven van een eendagsvlieg

Eendagsvlieg. Foto Koos Dijksterhuis

Er zat een wonderlijk insect in mijn auto. Slank en sierlijk, met een holle rug en een gespleten puntstaart. Hij zat doodstil. Ik dacht: als ik thuis ben moet ik ‘m vrijlaten. Maar ik vergat het. De volgende middag reed ik een uur, en een uur lang zat ie roerloos op de voorruit. Hoewel: roerloos? Zijn staartjes wapperden in de wind, want ik liet de ventilatie langs het raam blazen omdat het regende. Het insect trok zich er even weinig van aan als van de voorbij zoevende ruitenwissers aan de buitenkant van zijn zitplaats. Misschien vond hij dat briesje wel lekker, wie zal het zeggen.

Toen ik arriveerde nam ik een foto en zette ik het diertje buiten. Het was een haft, beter bekend als eendagsvlieg. Als hij zijn naam eer aan doet, zat ie dus zijn hele leven in mijn auto. Wat een droevige gedachte.

Nu is één dag slechts een ruwe richtlijn. Eendagsvliegen vliegen weliswaar kort rond, maar dat geldt voor veel insecten. Veel eendagsvliegen maken hun dag niet eens vol, want als ze in de zomer – vaak massaal – verschijnen, zijn er vele liefhebbers. Zwaluwen bijvoorbeeld, die boven het water jagen. Ja, want eendagsvliegen komen uit het water, waarin ze al een jaar hebben geleefd.

Een jaar is voor menselijke begrippen kort, maar duurt toch 365 keer zolang als die ene dag, die we de beestjes toekennen. Die naam behoeft dus enige nuance. Eendagsvliegen zijn niet eens vliegen, ze vormen een eigen orde: de Ephemeroptera, die dichterbij libellen staat dan bij vliegen. De andere Nederlandse naam van Ephemeroptera: haften, is minder verwarrend, maar ook minder welluidend. Ik houd het daarom bij eendagsvlieg.

Wanneer de eendagsvliegen uit het water komen, willen ze alleen maar paren. Als dat lukt voordat ze opgegeten worden of in mijn auto belanden, gaan ze na de paring en het eieren leggen dood. Ik laat mijn lifter vrij bij water en wens hem een lang en gelukkig leven.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 6 september ’18)