Een gradenboog van kleuren

Regenboog. Foto Jeanette Essink

Er verscheen afgelopen week midden op de dag een fraaie regenboog, toen heftige buien werden afgewisseld met felle zon, en de stralend blauwe hemel werd verduisterd door donkergrijze wolken.

Voor een regenboog is de combinatie van zon en regen nodig. Hoe lager de lichtbron, des te hoger de kleurenboog. Regenbogen vallen ’s zomers overdag minder op, omdat de zon dan hoog staat en de boog vlak boven de horizon ligt. ’s Winters staan regenbogen ook midden op de dag hoog.

Het zonlicht schijnt door vallende regendruppels heen, en wordt zowel bij het in- als uittreden van de druppel afgebogen. Daarbij wordt het licht verstrooid in een kleurenwaaier van rood tot paars. Elke kleur licht heeft zijn eigen golflengte en de ene golflengte krijgt een iets scherpere afbuiging dan de andere, vandaar de kleuren. Het verstrooide licht gaat alle kanten op, maar waar wij die waaier onder een hoek van 42 graden waarnemen, zien we de kleuren. We zien als het ware een gradenboog van kleuren.

Dat zo’n natuurverschijnsel het symbool is van zowel andersvrijenden als hun bestrijders die op Bijbelse gronden maar één soort liefde verdragen, kan een hoopvol teken zijn. Na regen komt zonneschijn, na veroordeling acceptatie.

Een regenboog lijkt vaak op een behoorlijke afstand te staan. Aan het eind of begin zou een pot goud te vinden zijn. Maar er is geen eind of begin. Vele druppels breken het licht, verre en dichtbije. Een regenboog kan in een bui verderop verschijnen maar kan, als de regen voor je ogen valt, ook vlakbij beginnen. Het lijkt een smalle band, maar misschien strekt ie zich als een enorm vel papier uit, waar je van opzij tegen aankijkt.

Onderling staan regenbogen vaak tegenover elkaar. Je ziet immers weleens twee regenbogen tegelijk? Dan is de onderste helder en bovenste doffer. De bovenste is altijd het spiegelbeeld van de onderste. Ze keren elkaar hun rode zijden toe.

(Natuurdagboek Trouw maandag 21 januari ’19)