Geluksbloem van Robert

De vroege bloeier. Foto Koos Dijksterhuis

De vroege bloeier. Foto Koos Dijksterhuis

Eén van de algemeenste bloemen die spontaan tussen de tegels en planten opkomen, in mijn tuin dan toch, is Robertskruid. Door nog eerder tot bloei te komen dan de sneeuwklokjes, krokussen en narcissen, speelt Robert dit jaar wel helemaal baas boven baas.

Blij verrast ben ik met de kleine, felroze bloem. Hij staat in een beschut hoekje tussen twee muren; dat zal wel meespelen. Maar toch, daar staan ook speenkruid en bosanemoon en die houden zich nog verre van bloeien. In mijn tuin dan, in het zuiden des lands bloeit al speenkruid. Maar Robertskruid hoort pas in april te gaan bloeien.

De stengels van Robertskruid zijn vaak rood en misschien heeft de plant daar zijn jongensnaam aan te danken. Niet omdat jongens blozen, maar omdat robert zou zijn afgeleid van rubea, ruber, rubra of robijn, van rood dus. Waarom de plant dan niet robijnkruid heet maar Robertskruid? Die tussen-s zou evenals de hoofdletter kunnen duiden op een eigennaam en ik ben niet de eerste die dat oppert. De plant zou genoemd kunnen zijn naar de eerste aartsbisschop van Salzburg, die rond 700 leefde en Rupert heette. De goedheiligman beunde bij als kruidendokter en prees dit kruid aan tegen infecties.  Waarom we het dan geen Rupertskruid noemen? Misschien omdat Rupert Duits is en Robert Nederlands. Hoewel Duitsers de plant ook gewoon Storchenschnabelkraut noemen, oftewel ooievaarssnavelkruid.

Robertskruid is een van de ooievaarsbekken, genoemd naar hun lange, puntige zaaddozen. Ooit vonden mensen die punten meer op kraanvogelsnavels lijken, of wellicht woonden de naamgevers in een streek met kraanvogels maar zonder ooievaars. Misschien verwarde men ooievaars ook wel met kraanvogels – geluksvogels onder elkaar, tenslotte. Hoe dan ook, de plantenfamilie van ooievaarsbekken heet in wetenschapslatijn Geranium en geranós is Grieks voor kraanvogel.

Hopelijk brengt het vroeg bloeiende Robertskruid geluk, zoals kraanvogels ook geluk brengen. Op het prille geluk dat ooievaars brengen zit ik minder te wachten.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 31 jan. 2018)

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *