Hongerende bijeneters

Bijeneter Foto José Jansen

Nu bijeneters de klimaatverandering hebben ontdekt, broeden ze bijna jaarlijks in Nederland. Dat broeden wordt niet vaak een succes. Voedsel lijkt de bottleneck.

Bijeneters zijn zuidelijke vogels die zich in alle kleuren van de regenboog hullen. Ze hebben een lange puntstaart en communiceren met rinkelende geluidjes. Net als ijsvogels broeden ze in steile hellingen uitgegraven holen. In tegenstelling tot ijsvogels zijn bijeneters graag in elkaars gezelschap. In Frankrijk beleefde ik een keer dat een rinkelende zwerm in regenboogkleuren over de camping vloog. Er zijn mensen die voor een zwerm kleurrijke vogels een vliegreis naar de tropen ondernemen, maar van mijn kamperende buren merkte niemand de gratis vliegshow op. De vogels hadden misschien in een folder moeten staan.

In 2015 broedden er bijeneters in Friesland. Die Friese haalden geen folder, maar wel het Friese natuurblad Twirre (2018, nr. 2). De bijeneterwerkgroep doet verslag. In juni vestigde zich een paartje bij een heideveld. Eind juli begonnen de vogels insecten aan te dragen; blijkbaar hadden ze jongen. Vanuit een schuiltent hebben werkgroepsleden geturfd hoe vaak ze prooien aanvoerden. De beste dag was 13 augustus met 101 prooivluchten. Dat lijkt weinig, maar ze kunnen meerdere insecten in één keer meebrengen. Daarna kelderde het aantal voedselvluchten, wat te wijten was aan regenval. De jongen zaten voor in de nesttunnel, de voerende ouders hoefden niet diep te kruipen en waren telkens snel klaar.

Twee dagen regen zou geen nekslag moeten betekenen, maar in ons gesteriliseerde land zijn weinig insecten meer te vinden. Dan kan een regendag funest zijn. Op 20 augustus werd er niet meer gevoerd en een dag later vertrokken de oudervogels. In het nest lagen vijf dode jongen tussen de prooiresten. De hoofdmaaltijd had bestaan uit hommels. Op afstand volgden wespen, kevers en daarna pas honingbijen.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 3 januari ’19)