Hongerige fladderaars

Zwartsprietdikkopjes op beemdkroon. Foto Koos Dijksterhuis

Zwartsprietdikkopjes op beemdkroon. Foto Koos Dijksterhuis

Wat zijn dikkopjes toch een koddige vlinders, met die grote en enigszins holle vleugels. Die vleugels zijn geelbruin, al hebben de mannetjes er soms donkere geurvlekken op. Hoewel ze zeer energiek rondfladderen, zijn dikkopjes gemakkelijk te bekijken als ze op een bloem zitten. Want dat gefladder maakt hongerig en nectar geeft brandstof voor de volgende vlucht.

Op de foto zitten vijf zwartsprietdikkopjes, genoemd naar de zwarte knopjes aan hun antennes, in de wandelgangen voelsprieten genoemd. Ze lurken aan beemdkroon, een bermbloem en akkeronkruid die/dat in het buitenland algemeen is, maar in Nederland alleen nog staat waar minder geploegd, mest gestrooid en gif gespoten wordt.

De foto is in Duitsland genomen bij een gif- en mestvrij perceel rogge, een gewas dat op arme grond gedijt. Het wemelt daar van de zwartsprietdikkopjes en andere vlinders, hommels en bijen – wat een leven! Die zwartsprietdikkopjes zijn er wel heel talrijk, met tientallen fladderen ze rond en sabbelen ze aan de vele bloemen rond de akker. Ze staan erom bekend dat ze van akkerdistel houden, maar waarschijnlijk worden ze vaak op akkerdistel gezien omdat die plant zich als één van de weinige niet laat wegmesten. Waar meer plantensoorten bloeien, weten de vlindertjes dat te waarderen. Ik zie ze zitten op rolklaver, korenbloem, zandblauwtje en veel op beemdkroon.

De mannetjes staan ’s morgens iets eerder op dan de vrouwtjes, want zodra de vrouwen zich aandienen, moeten ze paraat staan. Een vrouwtje houdt het doorgaans bij slechts één paring en dus is het zaak er als man snel bij te zijn, anders heb je het nakijken. De mannen vliegen laag over de planten en duiken op zittende vrouwtjes, of flirten met vliegende vrouwtjes door in deinende vlucht om ze heen te dartelen. De eitjes worden afgezet op grassprieten en het paren gebeurt ook op een grasspriet, wel zo praktisch.

Ze moeten maar goed hun best doen, want hoewel ze hun verspreidingsgebied langzaam uitbreiden, dalen in Nederland hun aantallen per hectare snel. Dat krijg je in een land zonder bloemen.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 4 juli ’18)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *