“Klapeksters zijn conjunctuurgevoelig”

Klapekster Foto Jan van Diermen

Klapekster Foto Jan van Diermen

In Roemenië logeer ik bij Jan van Diermen, wiens vrouw daar een ecologische tuinderij runt. Jan is er manus van alles en onderzoekt vogels, klapeksters vooral.

Klapeksters zijn zangvogels die zich gedragen alsof ze roofvogels zijn. Ze jagen op onder meer insecten, muizen en hagedissen. Die spietsen ze aan een doorn of klemmen ze in een V van takken.; een bijzondere vorm van voorraadbeheer. “Zo maken ze optimaal gebruik van periodieke pieken in voedselaanbod”, verklaart Jan, “zoals veenmollen tijdens de valavond. Veenmollen zijn grote krekels die dan tegelijk actief worden en uit hun holletjes kruipen. Ik heb een klapekster in een kwartier eens acht veenmollen zien scoren, die hij tussendoor boven in een populier tussen takjes klemde; razendsnel!” Zo leggen ze een voorraad aan als prooien het talrijkst zijn, handig als ontbijt voor de kuikens.

Jan ziet hoe de door de EU gesubsidieerde modernisering van de landbouw ook in Roemenië het landschap verandert. “De kleine akkers worden omgeploegd tot grote velden wintertarwe, maïs en aardappels”, zegt hij, “en op de gemeenschappelijke graasgronden verschijnen met EU-subsidie grote schaapskuddes, die een eind maken aan de bloemenrijkdom.“

Hij wijst op een rij afgezaagde stronken. “Populieren, gekapt om de weg te verbreden. Er nestelden kramsvogels en klapeksters. Die zochten voedsel in de randen van de aangrenzende velden.” Na de communistische tijd met zijn samengevoegde akkers, teelde men als vanouds weer op het eigen perceel voor de eigen behoefte, of deed men niets. In die lappendeken van gewassen en braaklandjes steeg het aantal klapeksters. Door de schaalvergroting zakt hun aantal weer. “Klapeksters zijn conjunctuurgevoelig”, zegt Jan droog. “In het stuk waar ik nu tien paar heb zaten er in 2006 eenentwintig.”

Jan bewondert het uitbundige geluidenrepertoire van klapeksters, waar atonale en minimale musici volgens hem hun hart aan kunnen ophalen. Klapeksters blijven nog altijd zangvogels. Ik heb ze zelf nog niet gehoord, laat staan gezien, maar Jan belooft klapeksters en gaat me voor op een grasland met meidoorns achter een rij populieren…

(Natuurdagboek Trouw maandag 7 mei ’18)