Lentepaddestoel met kapje

Kapjesmorielje. Foto Koos Dijksterhuis

Toen ik wat wilde plantjes in mijn tuin wilde zette en een plekje zocht dat niet al door wilde planten bezet was, zag ik ineens een paddestoel. De meeste paddestoelen groeien in de herfst. Dat heeft twee oorzaken: veel paddestoelen leven van dood materiaal en vele kunnen niet tegen droogte. In de herfst is er veel dood blad, regent het regelmatig, staat de zon laag en zijn de dagen kort.

Des te verrassender vond ik mijn vondst, omdat het al weken gortdroog was; het schijnt even droog te zijn als na afgelopen zomer met maandenlange droogte en warmte. Lentepaddestoelen kunnen iets beter tegen droogte en in mijn schaduwrijke tuin is het nou ook weer niet zo kurkdroog. Ik had twee maanden geleden trouwens een foto gekregen van een lezer die een paddestoel in zijn tuin had uit dezelfde familie als de mijne: morieljes.

De morielje in mijn tuin had een vorm die sommigen aan een zeker lichaamsdeel doet denken, al had de hoed zijn hoogtepunt al achter de rug. Die hoed zag er gebutst uit, alsof er een tapijtje van kabouterbommen op was geworpen (voor jonge lezers: in de Vietnamoorlog dachten de V.S. de overwinning te halen door Vietnam te “carpetbomben”). Zo’n grillige hoed is karakteristiek voor morieljes. Ik zocht in mijn paddestoelenboek op welke het was: de gewone of de kapjesmorielje, en het blijkt de laatste te zijn. Die heeft een hoed die als een kapje op de steel staat, terwijl de hoed van de gewone langs de rand aan de steel vastzit.

De volgende dag gaf ik de nieuwe plantjes wat water en stond er een tweede kapjesmorielje! Fris en fruitig naast zijn reeds verschrompelende buur. Vanmorgen controleerde ik de natgeregende tuin en telde ik er zes! Ik zeg niet waar ik woon, want sommigen doen een moord voor morieljes. In Lelystad is een veldje dat jaarlijks volledig leeggeroofd wordt. Er zijn genoeg morieljes voor ieders behoefte, maar te weinig voor ieders hebzucht.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 30 april 2019)