Lijster aan de klimop

Zanglijster in klimop. Foto Koos Dijksterhuis

Zanglijster in klimop. Foto Koos Dijksterhuis

Het is weer tijd een lans te breken voor een essentiële factor in de stadsnatuur: klimop. Aan het snoeien van mijn klimop kom ik maar niet toe. In de nazomer bloeit hij met kleine, gele bloempjes die weliswaar geen opvallende verschijningen zijn, maar een compleet leger van zweefvliegen en bijen van stuifmeel voorzien. Die knip ik niet af. En in nu rijpen de bessen, die zo belangrijk zijn voor vogels. Zeker na zo’n koude nawinter zijn klimopbessen de redding voor menige merel, spreeuw, huismus, zanglijster, Turkse tortel en houtduif.

De klimop die met lange uitlopers over de grond mijn tuin binnendringt, kap ik trouwens wel af, maar de muurbekleding laat ik intact. De laatste kostganger die hem heeft ontdekt is een zanglijster. Op die fraaie vogel ben ik zuinig. Hij zingt me ’s avonds een serenade toe, waar ik graag naar luister, al is die niet voor mij bedoeld. Het zijn heldere, afwisselende klanken, heel anders dan het lied van een merel. Die klanken herhaalt de zanglijster telkens, twee, drie of vier keer.

Hopelijk weet hij met dat avondlijke gezang een vrouwtje te bekoren, en lukt het ze een gezinnetje uit te broeden. Dat zal niet meevallen, want hoe goed ze zich ook in de dichte haag verstoppen, er is altijd wel één van 17 buurtkatten slim genoeg om het lijsternest te vinden. Vorig jaar is het uitgehaald.

Deze lijster gun ik zijn maaltje van klimopbessen van harte. De groene wand van klimop is bovendien een heel wat fraaier uitzicht dan een kale muur. Ik moet hem tussen de bessen en de bloemen door toch eens een keer snoeien, maar niet zo rigoureus dat ie een bloeiseizoen overslaat.

Mocht de lijster een vrouw versieren en een gezin stichten, dan hoop ik op het wonder dat geen van de 17 katten het in de gaten krijgt…

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 3 april ’18)