Merellente

Merel m. Foto Koos Dijksterhuis

Merel m. Foto Koos Dijksterhuis

Als de dagen lengen, is dat aan de natuur te merken. De eerste bolgewassen komen in bloei en de eerste vogels fluiten. Vorige week hoorde en zag ik in hartje Amsterdam twee merels zingen. Geen generale repetitie, geen voorzichtig geneurie, nee, ze zongen uit volle borst.

Hoewel ik in mijn tuin maar weinig merels zie en de indruk heb dat er minder merels zijn dan vorig jaar, hoeft dat niet alarmerend te zijn. Rond 2000 werd de merelstand op 900.000 à 1.200.000 geschat. Met zeg een miljoen paar merels in Nederland is die bevolking wel bestand tegen een stootje. Een miljoen paar, dat zijn twee miljoen merels. Na de zomer zijn daar ik vermoed twee miljoen jongen bij gekomen, wat het aantal merels op vier miljoen brengt, nog afgezien van vrijgezelle vogels. De helft van de jonge aanwas wordt door een kat gegrepen of vindt een andere dood, zoals het usutu-virus dat sinds 2016 door Nederland waart.

In hoeverre het virus de merelstand een blijvende dreun heeft toegebracht, moet nog blijken. Ik vermoed dat de stand zich wel weer herstelt; tenslotte nam het aantal merels toe tot 2000, toen het zich rond dat genoemde miljoen paar stabiliseerde. De door de ziekte geslagen gaten, zoals in mijn tuin, worden vast wel weer opgevuld vanuit parken en bossen, zolang de vogels daar tenminste voor voldoende nageslacht zorgen. Of de vogels weerbaar zijn geworden tegen een volgende uitbraak? Hopelijk wel, maar dan kan er weer een andere ziekte toeslaan; er zijn tegenwoordig zoveel vogelgriepjes…

Die twee Amsterdamse merels maken zich daar niet druk om. Vogels hebben waarschijnlijk geen idee van hun stand. De doden zijn vermoedelijk algauw weer vergeten; met een levensverwachting van een jaar of vier kunnen merels daar ook niet te lang bij stilstaan. Virus of niet, de merels zingen weer, ook dit jaar wordt het lente.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 1 feb. 2018)

Share

2 reacties over “Merellente

  1. Ferrara

    Beste Koos Dijksterhuis,

    Onderstaand berichtje schreef ik op mijn blog.

    Blij met een dooie mus

    In een miezerig buitje dat vergezeld gaat van een valse wind, fiets ik naar de supermarkt.
    Geen tochtje om blij van te worden. Binnen in de winkel is het aangenaam toeven en ik besluit tot nog een rondje zodat ik opgewarmd de terugtocht kan aanvaarden.
    Als ik buiten kom blijkt de regen gestopt, dat scheelt haastig propwerk bij het inruimen van de boodschappen. Die handeling vraagt, in verband met de balans aan weerszijden van de bagagedrager, enige tactiek. Het zal mij niet gebeuren dat mijn fiets omvalt naar de kant, waar als gevolg van het extra rondje, een paar flessen wijn zitten. Afgezien van het feit dat het een lading vuiligheid geeft is het zonde van de drank.
    Op mijn gemak klaar ik het klusje en breng, tevreden met mezelf, het wagentje terug.
    Terwijl ik de fiets van het slot draai hoor ik een merel helemaal uit zijn dak gaan. Ik word er acuut vrolijk van, speurend kijk ik omhoog of de flierefluiter zich laat zien.
    De kraai die op de dakrand zit te loeren naar een stuk verdwaald stokbrood zal dit geluid niet voortbrengen. Even snel als het opkwam, stopt het gezang. Naast me hoor ik iemand zijn telefoon beantwoorden. Het voorjaar is nog ver.

Reacties zijn gesloten.