Mot op de kaart

Gewone kaartmot Agonopterix heracliana. Foto Koos Dijksterhuis

Als de avond valt, valt mij een piepkleine vlinder op. Hij zit buiten, op het raamkozijn. Twee voelsprieten steken zijwaarts uit zijn snoet en hij (of zij) laat z’n vleugels platliggen. Ik neem foto’s, maar in de schemer zijn die tot mislukken gedoemd. Toch is op de slechte foto te zien dat ie witte en zwarte stipjes heeft.

Ik heb mijn nachtvlinderboek niet bij me, maar wil wel weten welke soort er op mijn kozijn zit en ik blader eindeloos door websites. Bladeren is een overstatement voor het openen en sluiten van webpagina’s, maar het is een minder beroerd woord dan surfen. Ik zoek niet bij insecten, niet bij vlinders, niet eens bij nachtvlinders, maar bij micronachtvlinders, en dan nog alleen bij mineermotten, bladrollers en een paar andere families.

De aanhouder wint, zoekt en gij zult vinden. Ik kom uit bij een bepaald soort kaartmot, de bremkaartmot, die er sprekend op lijkt en die ’s winters vliegt. En die zijn vleugels inderdaad plat houdt. Kaartmotten worden ook platlijfjes genoemd, lees ik. Alleen is er geen brem in de buurt, de waardplant van deze vlinder. Maar hé, vlinders kunnen vliegen. Toch zet ik de foto voor de zekerheid op waarneming.nl. Daar word ik gecorrigeerd. Het is geen bijzondere bremkaartmot, maar een gewone kaartmot. De aanhouder wint, maar niet altijd de hoofdprijs.

Gewone kaartmotten leggen in de lente eitjes niet op brem, maar op fluitekruid, bereklauw en andere schermbloemigen die op de menukaart van de rupsen staan. Die rupsen zijn geelgroen met zwarte wratten.

De gewone kaartmot is veel algemener dan de bremkaartmot, en is het actiefst in maart, maar komt eind februari al flink op gang. Aangezien de lente drie weken voorloopt op schema, klopt dat prima. Bovendien komt deze kaartmot af op verlichte vensters, en hij zat op het kozijn. Ik had weliswaar het licht uit, maar wie weet hoe zo’n goochem beestje anticipeert op wat komen gaat?

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 26 februari ’19)