Nachtuil in Amsterdamse kleuren

Rood weeskind. Foto Meint Mulder

Sommige nachtvlinders lijken onopvallend grauw, maar laten als ze vliegen ineens felgekleurde achtervleugels zien. Je zou ze ook ondervleugels kunnen noemen, want als ze overdag rusten zitten ze onder de gecamoufleerde voorvleugels gevouwen.

Soms verstoor ik per ongeluk een in een struik of kier duttende nachtvlinder. Dan fladdert er ineens een fikse vlinder (vlak) voor me weg. Vaak is dat een huismoeder, met gele ondervleugels, maar laatst was het er een met rode ondervleugels. En van die soort kreeg ik diverse meldingen van lezers. Net als huismoeders is het een algemene soort met een familiaire, zij het minder huiselijke naam: rood weeskind. Die fraaie nachtuil slaapt graag tegen een boomstam of op een muur, maar is soms ook overdag actief, en fladdert dan rond boomkruinen. Zo’n vlinder leest de Bijbel niet, anders wist ie dat je van de nacht geen dag moet maken en omgekeerd.

Ik zou nu een alinea kunnen wijden aan de grijsbruin gemarmerde voorvleugels van deze grote vlinder, met in het midden van iedere vleugel een vaag cirkeltje en enkele grillige dwarslijnen, en aan de felrode achtervleugels met rouwrand waaraan toch weer een wit randje zit en met gekromde, zwarte middenstrepen. Maar waarom zou ik, dat ziet u immers wel op de foto?

Rode weeskinderen zijn echte (na)zomervlinders, die hun piek in augustus en september beleven. Dit jaar zijn ze vroeg en dat zal vast met de warmte te maken hebben. De enorme rupsen van rode weeskinderen zijn nachtbrakers en verstoppen zich overdag tussen en onder de bast van wilgen of populieren, hun waardplanten. Als ze geen passende spleet vinden, blijven ze roerloos zitten en zie je niet, omdat ze er met hun knoestige uiterlijk uitzien als een twijgje.

De naam weeskind zou te danken zijn aan de kinderen in het Amsterdamse Burgerweeshuis, die door de stad marcheerden, geüniformeerd in de hoofdstedelijke kleuren rood met zwart.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 20 juli ’18)