Nachtvlinder met of zonder zwarte band

Zwartbandspanner. Foto Koos Dijksterhuis

Deze zomer kreeg ik regelmatig huisbezoek van nachtvlinders. Vier keer was dat een witte nachtvlinder met zwarte vlekken of randen. Eén van hen was een nieuwkomer in Nederland, die zich binnen enkele jaren een enorme bekendheid heeft verworven: een buxusmot. In mijn tuin staat geen buxus, in mijn huis evenmin. De andere waren een bonte bessenvlinder, een gerande spanner en eentje waarvan ik aanvankelijk ook dacht dat het een gerande spanner was.

Toen ik er een plaatje bij zocht, zag ik dat het geen gerande spanner was. Een gerande spanner heeft bijna zo’n aaneengesloten rouwrand als een buxusmot, terwijl deze bezoeker slechts een zwarte nek en schouderbanden had. Het was geen gerande, maar een andere spanner, namelijk de zwartbandspanner. Die soort is heel algemeen, vooral in de voor- en nazomer. Tussen twee generaties door, in juli en augustus, leven ze vooral als rups en eten ze kruisbloemen als look-zonder-look, een plant die nogal aanwezig is in mijn tuin. Wie wilde planten in zijn tuin laat groeien, krijgt er gratis vlinders bij!

Zwartbandspanners rusten overdag graag op muren en komen ’s avonds af op licht. Muren en licht zijn er waar mensen wonen, en inderdaad zijn zwartbandspanners bewoners van tuinen, maar dan wel de betere tuinen met bloemen. Wie zijn tuin betegelt of verhardt met tuinhout, kan de vlinders wel schudden. En de vogels ook, want vogels eten rupsen.

Enfin, de zwartbandspanner dankt zijn naam niet aan zijn prestaties in judo of karate, maar vooral aan de tekening van enkele sterk verwante spanners. Spanners vormen een grote familie van vlinders wier rupsen zich gespannen voortbewegen, en onder hen bevinden zich de zogenoemde bandspanners. Die dragen tussen hun schoudervlekken een donkere band over hun vleugels. Juist de zwartbandspanner heeft weliswaar zeer donkere schoudervlekken, maar juist een heel lichte band ertussen.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 4 september ’18)