Platte ooievaars

Ooievaars. Foto Koos Dijksterhuis

Ze waren er vroeg bij, dit jaar: in februari al stonden ooievaars op hun nesten te klepperen. De ooievaars doen het goed! In de jaren zeventig trok ik met mijn vader het land door om één van de laatste twee of drie bewoonde nesten te zien, voordat ze helemaal uitstierven.

Dat bewoonde nest stond ergens langs de IJssel. In die tijd plaatsten mensen tegen beter weten in ook al wel eens nesten, in de hoop ooievaars te paaien, maar nestgebrek was niet de belangrijkste oorzaak van hun verdwijning, dat was het verdwijnen van prooidieren. Ooievaars zijn tenslotte weidevogels.

Vogelbescherming startte een reddingsprogramma, compleet met fokstations. Het werd een enorm succes. Tegenwoordig zijn er meer ooievaars dan ooit. De waterkwaliteit is verbeterd en er zijn weer kikkers. Op sommige plekken worden ze ook bijgevoerd.

Maar toen waren ze bijna uitgestorven. In het dorpje Herxen had iemand een wagenwiel bovenop zijn dak geplaatst. Herxen ligt aan de IJssel, waar de laatste ooievaars het nog volhielden, dus als er ergens een kansje van slagen was, dan was het daar. Iedere lente keek de man die het wiel had uitgevonden hoopvol naar boven. Weer niet…

Toen ik in Groningen studeerde hoorde ik dit verhaal van een vriendin die uit Herxen kwam.

Op een avond, en wel de avond van 31 maart, klom zij met een vriendje ’s mans dak op, om twee eigenhandig uit triplex gezaagde ooievaars op het nest te plaatsen. Zwart-wit geschilderd, met rode snavels, net echt!

De volgende dag werd er in het café hartelijk gelachen om de grap. In het dorp leefde een oude man die bijziend was en heel gelovig. Deze meneer stormde het café binnen, waar hij rondbazuinde dat het God eindelijk had behaagd het ooievaarsnest te laten bewonen! Maar het gekke was dat ze alleen vanuit een bepaalde richting zichtbaar waren. Als je de hoek omging, zag je niks.

Intussen broeden er al jaren echte ooievaars op datzelfde nest!

(Natuurdagboek Trouw maandag 1 april 2019)