Slakken en schelpen

Plompe dwergslak, bruin slakje in wit huisje. Foto Koos Dijksterhuis
Plompe dwergslak, bruin slakje in wit huisje. Foto Koos Dijksterhuis

Bij een bijeenkomst van de vereniging van schelpenverzamelaars en weekdierkenners NMV zijn veel grijsharigen, zoals altijd op bijeenkomsten van natuurliefhebbers. Toch zijn hier relatief veel jongeren. Dat komt misschien doordat kinderen vaak door slakkenhuizen en andere schelpen in aanraking komen met de natuur.

Zelf viel ik op mijn achtste voor schelpen zoeken op het strand. Ik kocht een schelpenboek en nam koffers vol schelpen mee. Mijn kinderen zijn op hun zesde aangestoken door het schelpenzoek-virus. Dochter verzamelde als klein meisje trouwens alles uit de natuur en vond alle dieren leuk. Zoon ontwikkelde op jonge leeftijd al specifieke voorkeuren: zeeschelpen en landslakken. Hij viste feilloos de bijzonderheden uit ons schelpenpaadje en kwam toen hij net kon lopen thuis met opbollende wangen. Het leek of hij een enorme kauwgombal in zijn wang had. Wat heb je in je mond? Laat eens zien! Hij protesteerde met volle mond. Het bleek een levende huisjesslak te zijn. Smullen!

Vijf jaar geleden nam ik ze beiden mee naar Flevoland, toen ik een boek schreef over Flevolandse natuur. We gingen met Bert Jansen op pad. Bert en zijn vrouw waren dé Flevolandse kenners van land- en zoetwaterschelpen en. We neusden onder schors en boomstronken vonden allerlei minislakjes in piepkleine slakkenhuisjes, waaronder de dwergkorfslak, het boerenknoopje en de plompe dwergslak, van wie de status “plomp” overdreven is.

Bert Jansen schreef de prachtige veldgids Slakken en Mossels van de KNNV Uitgeverij, die vorige week gepresenteerd werd. Daarin staat natuurlijk de plompe dwergslak. Die blijkt wit te zijn. Het slakkenhuisje dat wij in Flevoland vonden, was bruin. “Ja, maar die leefde nog”, legt Jansen uit, “daar zat de slak in en die schijnt bruin door.”

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 20 okt. 2015)