Stilte!

Foto Koos Dijksterhuis

Foto Koos Dijksterhuis

Wegens cupidale betrekkingen pendel ik veel tussen Groningen en Haarlem. Per trein kan ik via Lelystad of Amersfoort, via Amsterdam of Leiden. Over Leiden is een omweg, maar scheelt twee overstappen. Met de auto duurt de reis (zonder files) half zo lang als per trein (zonder vertragingen) en kan ik stapels boeken meenemen. Maar die kan ik onderweg niet lezen, zoals in de trein.

Per auto rijd ik door de Flevopolders of over de Afsluitdijk. Het uitzicht op het IJsselmeer van de Afsluitdijk, het uitzicht op het IJsselmeer van de Ketelbrug, en het uitzicht op het Tjeukemeer waar de snelweg dwars doorheen ligt, zijn drie van de tien door onze overheid in 2008 officieel verklaarde “mooiste uitzichten”, die beschermd moeten worden.

Dat lees ik in het nieuwe boek van Kester Freriks over Stilte, Ruimte en Duisternis, drie bedreigde behoeften van bijna iedere mens en van wilde dieren en planten. Ook ’s lands andere 7 mooiste uitzichten situeerde het ministerie van VROM vanaf een snelweg. Het lijkt wel of mooie uitzichten in Nederland niet zonder voortrazend snelverkeer, koplampen en asfalt kunnen. Hoe treurig. De snelweg dwars door het Tjeukemeer vind ik een dieptepunt van planologische lompheid.

We hebben niets aan zo’n top-10. Er wordt van alles benoemd, gerangschikt en beschermd, maar dat heeft zelden meer effect dan het lokken van bezoekers. Zo zijn er stiltegebieden, waar Freriks uiteraard ook over schrijft, die rustzoekers aantrekken om er gezellig keuvelend doorheen te struinen. Aan duisternis is volgens Freriks veel behoefte, getuige de immense populariteit van groepswandelingen door de nachtelijke natuur, onder leiding van pratende gidsen die de stommelende deelnemers van zaklampen voorzien. De meeste ‘beschermde’ uitzichten uit de top-10 zijn sinds 2008 alweer vervuild met nieuwe gebouwen.

Freriks beschrijft in fraaie woorden van alles wat met stilte, ruimte en duisternis te maken heeft. Die onderwerpen zijn lastig te beschrijven; vooral stilte en duisternis zijn onmeetbaar, ze bestaan niet op zichzelf, ze bestaan alleen als het ontbreken van lawaai en licht.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 6 april ’18)