Tere verse otterschelpen

Otterschelp doublet. Foto Koos Dijksterhuis

Otterschelp doublet. Foto Koos Dijksterhuis

Op het Noord-Hollandse strand liggen tussen de Amerikaanse zwaardscheden, Amerikaanse boormossels, kokkels en strandschelpen opvallend veel ovale slijkschelpen, ook otterschelpen geheten. Het zijn grote schelpen, ze kunnen wel dertien bij zes centimeter meten. Alleen strandgapers zijn groter en lijken op ze, maar otterschelpen zijn platter en dunner en veel breekbaarder.

Otterschelpen zijn heel teer. Toch liggen er veel hele kleppen. Verse kleppen, vaak zelfs gepaard aan hun wederhelft. Otterschelpen zijn immers tweekleppigen, zoals doosjesschelpen officieel heten. Verse doubletten; dat betekent dat ze in de buurt leven. Otterschelpen leven op een centimeter of veertig diepte in de zeebodem en volgens de voorlichtingsteksten op schelpenwebsites doen ze dat tot waar de zee honderd meter diep is. Zouden ze werkelijk niet onder dieper water leven? Wordt de waterkolom hun tere gestel dan te zwaar?

Dat otterschelpen voor onze kust leven, is nog maar sinds zo’n vijftien jaar het geval. Voorheen spoelden er geen verse schelpen aan. In mijn kindertijd, toen ik dagenlang op het strand schelpen zocht, er koffers vol van meezeulde en onze zolder ermee vulde, was ik blij met elke hele otterschelp. Dat waren oude, blauw geblakerde exemplaren die al wie weet hoelang in de bodem opgebaard hadden gelegen. Nooit vond ik een verse, witte otterschelp met schilfers goudkleurige opperhuid.

Er liggen er veel, zowel aan de waterlijn als hoog op het strand, bij de duinen. Ik ben geen kind meer, ik heb ooit van 90 procent van mijn verzameling een schelpenpaadje gemaakt en de resterende tien procent is al een enorme kast vol. Toch kan ik het weer niet laten en prop ik mijn jaszakken ermee vol. Allicht dat een paar het overleven.

(Natuurdagboek Trouw maandag 7 maart 2016)