Visdiefjes zonder visje

Visdiefkuiken. Foto Koos Dijksterhuis
Visdiefkuiken. Foto Koos Dijksterhuis

We varen op de ruim honderd jaar oude koftjalk Schuttevaer uit Enkhuizen naar vogeleiland De Kreupel. De zon schijnt, het is heerlijk, de vijftig deelnemers aan de excursie van natuurexcursiebureau Fogol bruinen hun gezicht. Maar schipper Onno zet ons aan het hijsen der zeilen. Ze vangen vandaag zo weinig wind dat de motor moet helpen.

In 2003 liet Staatsbosbeheer de Kreupel aanleggen met zand uit een vaargeul. Twee zandplaten en ondiep water tussen een lage rechthoek van bazaltblokken. Een atol van zeventig hectare bij Andijk. Het eiland is geliefd bij visdiefjes, kokmeeuwen en aalscholvers. De vogels kleuren de Kreupel wit met zwart. Ze zullen broeden, veilig voor katten, honden, vossen en marters.

De visdiefjes zullen weer van een koude kermis thuiskomen. In de grootste kolonie van Nederland en omringende landen leven duizenden paartjes. Die leggen eieren en broeden ze uit. Maar de jongen sterven voor ze groot zijn. Hun ouders brengen te weinig spiering. Ze moeten ver vliegen om te vissen: ze trekken de binnenwateren op, ze steken de Afsluitdijk over. Dat kost zoveel tijd, dat ze niet genoeg spiering kunnen aanvoeren.

Sommigen wijzen klimaatverandering als oorzaak aan. Het zou kunnen, maar klimaatverandering is een gemakkelijke duivel ex machina. Het zou ook aan de spieringvisserij kunnen liggen. Het IJsselmeer wordt zeer intensief bevist op bijna alle vissoorten, ook spiering. Alleen grote spieringen zijn winstgevend en dat zijn juist de visjes die jonge visdiefjes nodig hebben.

De aalscholvers zullen het nog wel even uithouden. Die eten de vis die de pot schaft. Dat zijn de weinige vissoorten die niet door mensen gevangen worden: possen en zwartlipgrondels, nieuwkomers uit Oost-Europa. Maar visdiefkuikens niet. Zonder spiering gaan ze dood.

(Natuurdagboek Trouw 22 mei 2014)