Vlinders in de hof

Bergcentauries met distelvlinders. Foto Koos Dijksterhuis

Bergcentauries met distelvlinders. Foto Koos Dijksterhuis

Voor de derde keer in mijn leven bezoek ik Thijsses Hof in Bloemendaal. Ooit was ik er hartje zomer, later een keer in het vroege voorjaar, nu ben ik er als de lente glorieert, en er allerlei lentebloemen bloeien, terwijl er nog een late pinksterbloem aan het verleppen is en de vroegste klaprozen al uitgebloeid zijn terwijl de meeste zich openvouwen.

Thijsse’s Hof is in 1925 door de oude Thijsse zelf ontworpen, samen met landschapsarchitect Leonard Springer. Het is een educatieve tuin, met plukjes grond van uiteenlopende landschappen en vegetaties. Op slechts twee hectare zijn honderden wilde planten te zien, waaronder vele die je niet zomaar tegenkomt. Rietorchissen staan te pronken met hun grote, dieppaarse bloemaren, verschillende ooievaarsbekken bloeien in roze of paars, en ratelaars en knolsteenbreek zorgen voor een dosis geel. Bij veel planten staan naambordjes, wat de determinatie uiterst eenvoudig maakt.

Op de bloemenpracht komen vlinders, bijen en zweefvliegen af – zoals bekend een niet meer vanzelfsprekend verschijnsel. Ook sprinkhanen hippen en libellen snorren er rond.

Op een paar bergcentauries, verwanten van korenbloem en knoopkruid, verdringen zich honingbijen, akkerhommels, weidehommels en distelvlinders. Die distelvlinders hebben volgens mij een goed jaar. Ze zijn reislustig en kwamen uit Zuid-Europa aangevlogen. Het ene jaar zijn ze er nauwelijks, het andere jaar wemelt het ervan. Ik zie ze deze lente veel. Blijkbaar hadden ze de wind in de rug – hun komst hangt samen met aanhoudende zuidenwind.

Als deze distelvlinders eitjes afzetten, komt er een volgende generatie bij. In de nazomer kunnen ze met vele zijn. Die vlinders trekken dan weer weg naar het zuiden. Hier zouden ze ’s winters sterven, een lot dat hun eventueel achtergelaten rupsen meestal ook treft. Maar vooralsnog zijn de vlinders te bewonderen. Ze lijken op atalanta’s en kleine vossen, met wie ze gezamenlijk op een vlinderstruik kunnen zitten, maar distelvlinders hebben meer oranje dan atalanta’s, van een lichter oranje bovendien, en missen de blauwe vleugelranden van de kleine vos. Bovendien hebben kleine vossen een ander zwart-wit-patroon.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 20 juni ’18)