Vloed op het wad

Strandlopersporen Foto Koos Dijksterhuis

Strandlopersporen Foto Koos Dijksterhuis

Op de ochtend na mijn lezersreisje naar Schiermonnikoog stelt mijn compagnon Jan Oome een bonuswandeling voor over het wad en strand van het Rif aan de zuidwestpunt van het eiland. Drie Trouwlezers hoeven niet op stel en sprong terug naar huis en zijn nog niet te afgemat door de wandelingen en fietstocht, en gaan mee.

De zon schittert door vlokkige wolken en zorgt voor spectaculaire vergezichten. De ontluikende lamsoor en zeekraal hebben frisgroene lentetinten, terwijl jonge zeealsem zijn kruidige waddengeur verspreidt. Prielen kronkelen om ons heen, lepelaars vliegen over, een kiekendief passeert, eidereenden bezetten een zandbank en wij halen bruine voetjes en frisse neuzen. Er waait een harde noordenwind. Tegen die wind in komt de vloed op. We zien het water gestaag naderbij sijpelen.

We blijven even staan bij een pol slijkgras en buigen ons over een beginnend mosselbankje, over kokkels, strandgapers, nonnetjes, boormossels en platte slijkschelpen, over wadslakjes en wadpieren. Wat een leven zit er in het wad! Geen wonder dat we rosse grutto’s, bontbekplevieren en vooral bonte strandlopers zien voedsel zoeken.

Bonte strandlopers zijn de talrijkste strandlopers op het wad. Ze broeden niet in Nederland, maar zijn op weg naar hun broedgebied op de toendra’s van Noord-Rusland, Lapland en IJsland, of de heiden van Scandinavië en Groot-Brittannië. Zo eten hier nog even hun buikjes rond voor de laatste etappe en het energievretende broeden. Die volgegeten buikjes zijn in de zomer zwart. ’s Winters zijn die bruin, met grijs en wit. Bontjes hebben een iets gekromde snavel die voor een strandloper vrij lang is. Daarmee prikken ze voortdurend in het slijk, terwijl ze voortscharrelen. Als naaimachientjes doorrijgen ze de bodem. De vloed komt op en ineens vliegen ze langs ons heen naar een andere plek om te perforeren.

Ik maak foto’s en een kort filmpje (www.youtube.com/watch?v=B0sfxk_gsOA) van hun poot- en snavelafdrukken die onder de vloed verdwijnen en dan tornen we tegen de wind op terug naar Schier, onderweg zakken vol visnetten verzamelend.

(Natuurdagboek Trouw maandag 28 mei ’18)