Vroege ruiers ruien langzaam

Kokmeeuw op de uitkijk Foto Koos Dijksterhuis

Kokmeeuw op de uitkijk Foto Koos Dijksterhuis

De eerste kokmeeuwen laten hun kop zwart kleuren. Of eigenlijk krijgen kokmeeuwen nauwelijks meer zwart dan een kap. Vandaar dat ze ook kapmeeuwen genoemd worden.

Ik fiets regelmatig over een lang fietspad door een woonwijk. Om de zoveel meter staat een lantaarnpaal en op iedere straatlantaarn staat een kokmeeuw. Soms is hij even afwezig maar dan ligt zijn poep er nog.

Waarschijnlijk zit het heerlijk op de halfronde lampenkappen. Kapmeeuwen! Die lantaarnpalen geven een handig uitzicht over de naburige grasperken (wormen en emelten) en het kanaal (broodkruimels, dode waterdiertjes). Of zou er meer aan de hand zijn?

Misschien is het een statuskwestie. Dat je als kokmeeuw pas meetelt, als je een straatlantaarn bezit. Dat de ene lantaarn de andere niet is. Een hele pikorde, af te lezen aan de posities op de palen. Volgens kokmeeuwenkenner Frank Majoor van Sovon Vogelonderzoek hebben veel kokmeeuwen inderdaad een vaste lantarenpaal, maar gaat het toch om uitzicht en voedsel: ‘Om snel te kunnen reageren op soortgenoten die voedsel vinden.’

Met het opzetten van hun zwarte nemen kokmeeuwen een voorschot op het broedseizoen. Soms blijven kokmeeuwen meerdere jaren samen, maar in de winter zijn ze niet gepaard. In maart keren ze terug naar hun kolonie en vormen ze paren. Vervolgens leggen ze eieren en broeden ze die uit.

‘De meeste kokmeeuwen krijgen hun zwarte kap pas in maart’, zegt Majoor. ‘Dat gaat snel, ze ruien tot wel 20 procent van hun kopveren per dag en zijn dan in een week klaar. Van die vroege ruiers zoals jij al zag zijn er maar weinig: slechts 1 op de duizend. Ze ruien langzaam, zo’n 1 procent per dag. Een meeuw die vroeg zwart wordt, wordt elk jaar vroeg zwart. Ik heb al veel vroege ruiers gekleurringd en in latere jaren teruggezien, dus dat weet ik zeker.’

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 6 feb. 2018)