Vroege vogels

Bosuil verscholen in boom; Tawny Owl hidden in tree

Het nieuwe jaar is begonnen, hopelijk brengt het u geluk. In de natuur begon het tien dagen eerder, rond de zonnewende van 21 december. Dat was de kortste dag, de zon stond ver in het zuiden en schuift nu weer steeds dichterbij. Ik vind dat altijd een fijn idee, hoewel de winter dan juist begint. Zo vind ik het eind juni altijd jammer dat de dagen korter zullen worden.

Wanneer vogels de lente in hun koppies krijgen, hangt behalve van de daglengte ook af van de temperatuur. Nu wij mensen de atmosfeer rond onze aarde dermate vervuilen dat het hele klimaat erdoor verandert, stijgt die gemiddelde temperatuur geleidelijk en gebeurt het vaker dat vogels in december beginnen te zingen en in januari beginnen te broeden.

Notoire vroegbroeders zijn bosuilen, blauwe reigers, Nijlganzen en houtduiven. Wie vroeg begint, kan veel nakomelingen grootbrengen. Maar dan moet er wel genoeg voedsel voor dat nageslacht te vinden zijn. Wie in januari al begint, neemt een risico. Het kan nog wekenlang plotseling gaan vriezen of sneeuwen. Als vissen onder het ijs en muizen en zaden onder de sneeuw verdwijnen, hebben de broeders het nakijken.

Maar dan kunnen ze het een tweede keer proberen in de hoop op een gelukkiger nieuwjaar. Nijlganzen en houtduiven houden er het langste broedseizoen op na, ik schat zo ongeveer van januari tot december.

Als reigers nu al beginnen, maken of herstellen ze eerst een nest in hun kolonie. Dan zijn ze hoog in de bomen in de weer, krijsend tegen elkaar, slepend met takken, prutsend aan hun constructie. Bosuilen nemen hun holen in en laten hun prachtige, mysterieuze roep horen, die zo vaak in nachtelijke speelfilmscenes wordt gebruikt om een spookachtig sfeertje te creëren.

Ik hoor die uilenzang wel eens door het open raam, als ik in bed lig. Want bosuilen zijn bos-, maar ook stadsvogels, net als reigers, Nijlganzen en houtduiven. In de stad is het warmer.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 2 januari ’19)