Wintervlinders

Grote wintervlinder. Foto Jeanette Essink

Twee weken geleden beleefden ze hun aantalspiek, maar tijdens de kortste dag van het jaar zijn ze nog met genoeg, want zolang het zelfs ’s nachts niet vriest fladderen ze vrolijk door. Of nee, wintervlinders laten zich tijdens de kortste dag nauwelijks zien, maar tijdens de langste nacht des te meer.

Wie buiten stroop smeert, kan ze lokken, maar op een windstille, niet zo koude winteravond volstaat het meestal om met een zaklamp in bos, park of tuin te zwaaien. De kans op wintervlinders wordt veel groter als er eikenbomen in de buurt zijn. Daar lonken de vrouwtjes met hun genitale geuren. Hun vleugels zijn stompjes, ze kunnen niet vliegen en zien er voor een vlinder beklagenswaardig uit. Maar dat deert de mannen niet. Die zien ze toch niet zo goed in het donker, en ruiken ze des te beter. Ze storten zich op de vrouwtjes, klikken hun achterwerken aan elkaar en zetten het op een paren. Tijdens de daad kunnen de mannetjes het op hun heupen krijgen en gaan vliegen en dan sleuren ze hun vastgeklikte partner mee op hun paringsvlucht.

Lichtvervuiling is een kwalijk verschijnsel voor zowel de kleine als de grote wintervinder, want beide soorten vlinders mogen voor hun sociale activiteiten dan wel de nachtelijke duisternis prefereren, ze laten zich enorm door kunstlicht afleiden en aantrekken. Op een verlicht venster kan het krioelen van de wintervlinders en de koplampen van een auto kunnen op een bosweg een slachting aanrichten.

De aantallen wintervlinders veranderen per winter, en deze winter lijkt een vrij goed seizoen voor ze te zijn. Dat is dan weer slecht nieuws voor de eiken, die komend voorkaar een boel hongerige rupsjes te verdragen krijgen. Wat juist geweldig nieuws is voor mezen en andere zangvogels, die hun buikjes en kuikens met wintervlinderrupsen kunnen vullen.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 21 december ’18)