Woerdenoverschot bij de tafeleend

Tafeleend. Foto Koos Dijksterhuis

Hoewel er naar schatting nog zeker vijftigduizend bij ons overwinteren, neemt het aantal tafeleenden sinds een jaar of dertig af. Waardoor dat komt? Jacht is een waarschijnlijke boosdoener, want het gros der tafeleenden broedt in Oost-Europa en Azië, en overwintert in Zuid-Europa. En in Oost- en Zuid-Europa zijn jagers talrijk.

Tafeleenden leven van waterplanten en -dieren. Ze broeden in oevervegetaties van water dat toch wel een meter diep moet zijn. Want tafeleenden zijn duikeenden. Je ziet ze nooit als een dobber met hun kont uit het water steken, terwijl ze naar de bodem reikhalzen, zoals zwanen en wilde eenden doen. Tafeleenden grondelen niet, ze duiken, en iedereen weet dat duiken in ondiep water geen succes is.

‘s Winters verzamelen tafeleenden zich in groepen, op weidsere wateren. Ze drijven rond, duiken soms, maar steken liever hun kop in de veren. Pas als het donker wordt, duiken ze onder. Ze doen dat op de tast, ze hebben er dus geen daglicht of kraakhelder water bij nodig.

Tafeleenden hebben een grijze rug en een oranjebruine kop waarin een knaloranje oogje parelt. De woerden althans; de vrouwtjes zijn grauwbruin. Die hebben een schutkleur, want zij zitten op de eieren, verstopt tussen de planten. Eieren leggen en uitbroeden is zwaarder werk dan het in kleurige pakjes rond paraderen, zoals de woerden doen. Wellicht dat vrouwtjes daardoor korter leven en er een woerdenoverschot is.

Woerdenoverschotten hebben als voordeel dat vrouwtjestafeleenden de mannen voor het uitkiezen hebben. Zij bepalen wiens zaad ze toelaten. Het nadeel ervan is dat die mannen wedijveren om de gunst, en met hun allen achter de vrouwen aanzitten. Eenden en ganzen zijn de enige vogels waarvan de mannetjes een penis hebben, die als een kurketrekker opgerold zit en die ze in hitsige omstandigheden bliksemsnel kunnen uitrollen. Aanranding komt onder vogels dan ook vooral bij eenden voor.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 31 januari 2019)