Zeehonden, dood en levend

Jonge zeehond. Foto Koos Dijksterhuis

Met zoon en twee vrienden van zoon ben ik op Schiermonnikoog. We fietsen naar de Balg, de eindeloze strandvlakte aan de oostpunt van het eiland. Het is westenwind, dus de terugweg zal zwaar worden, maar nu peddelen we lichtvoetig naar het verre oosten. De vloed komt op en we stappen steeds vaker af omdat onze wielen in het zachte zand zakken.

We zetten de fietsen bij paal 16 en na een korte onderdompeling in zee lopen we verder. Vijf kilometer tot de punt, waar we aan de waterlijn neerzijgen en boterhammen met gebakken ei eten. We vinden zeldzame schelpen, visnetten, emmers, handschoenen, een jas waar helmgras doorheen groeit, een ladder, een zware scheepstelefoon, een dode grote mantelmeeuw, drie dode zeehonden, en honderden levende zeehonden. Die liggen op Simonszandplaat, de plaat die we naast Rottumerplaat zien liggen.

Er varen elf vissersschepen; garnalenvissers waarschijnlijk, en enorme vrachtschepen schuiven vanuit de Eems de zee op. In de zuidoostelijke verte kringelt rook uit de fabrieken van Emden, in het noordoosten blinkt tentallen windturbines. “Wilkommen in Deutschland”, meldt de telefoon.

Een groepje meeuwen dobbert traag van links naar rechts, van Noord- naar Waddenzee. Ze drijven mee met de vloed, het is bijna hoog water.

We zwemmen en een zeehond komt kijken. Sommige zeehonden zijn even nieuwsgierig als sommige mensen. Reikhalzend tuurt hij naar die vreemdelingen, reikhalzend turen wij terug.

Als de zee weer wegebt, fietsen we terug. Tegen elke weersverwachting in is de wind gedraaid van West naar Oost: een wonder! Andermaal zoeven we moeiteloos over het strand.

Bij paal 9 ligt een jonge zeehond. Zijn sleepspoor verraadt dat ie eerst hoger op het strand lag. Hij maakt een slaperige, maar tevreden indruk. Hij hoest niet en heeft geen wonden. Hij ligt vlakbij het water en misschien is zijn moeder in de buurt. We laten het koddige dier met rust.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 3 aug. 2018)