Zwartkop zingt door

Zwartkop in kardinaalsmuts. Foto Jeanette Essink

Hoewel er nog vogels zingen, neemt de kakofonie af. In mijn tuin zingt een vink, een tijiftjaf en vooral een zwartkopje. Hij begint om een uur of 4 ’s morgens en zingt anderhalf uur uit volle borst zijn heldere, merelachtige lied.

Vogels zingen om territoria veilig te stellen en vrouwen te verleiden. Van de meeste soorten zingen alleen de mannen. Als ze hun doel bereikt en samen met een vrouw een nestje hebben, vervalt de noodzaak tot zingen. Sterker nog: vanwege de eieren of kuikens is het veiliger geen aandacht te trekken met feestelijk gezang.

Als het broeden klaar is en de jongen op eigen vleugels verder kunnen, zijn sommige vogels geneigd tot een tweede broedsel. Dan wordt er eerst weer even gezongen. Hetzelfde kan gebeuren als het eerste legsel is mislukt. En in het boek Het Roodborstje van Stephen Moss lees ik dat roodborstjes, overigens een van de weinige soorten van wie ook vrouwtjes zingen, na het uitvliegen van de jongen alweer een keel opzetten. Die jonge roodborstjes verstoppen zich dan in de struiken voor hun doodsoorzaak nr. 1: de huiskat, en dus lijkt het onverstandig om te gaan zingen, maar volgens Moss moeten de jonkies het zingen nog leren en doet vader of moeder het voor.

Enfin, ik weet bijna zeker dat mijn zingende zwartkop een eenzamere reden heeft voor zijn aanhoudende gekweel: hij heeft geen vrouw gevonden. Misschien passeerden er geen vrouwtjes, misschien vonden ze hem onaantrekkelijk, of haalden ze hun snavel op voor mijn tuin. Ik heb ook geen vrouwtje gezien; ze zou te herkennen zijn geweest aan haar bruine kruin. Het mannetje, met zwarte kruin, zag ik regelmatig.

Sneu voor de vogel, al zou broeden waarschijnlijk vergeefse moeite zijn. Zwartkopjes nestelen onder in dichte struiken of pollen. Zo laag bij de grond zou geen nest aan de vele buurtkatten ontsnappen. Best kans dat vanwege die katten geen vrouwtje aan broeden wilde beginnen.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 5 juli ’19)