Vrouwelijke sigaren

Lisdodde. Foto Koos Dijksterhuis

Lisdodde. Foto Koos Dijksterhuis

Aan de rand van een heideveld ligt een zompige laagte en in die zompige laagte staan lisdodden. Het zijn de planten van vorig jaar en de meeste hebben geen bloemen meer. Enkele bloeiaren zijn nog bezig tot stof te vergaan; of misschien tot as, gezien hun bijnaam sigaar.

De bruine sigaren op de rietachtige stengels van lisdodden zijn vrouwelijke bloeiaren. De mannelijke zijn dunner en zitten erboven, maar daarvoor moet je in de zomer wezen. Dan zijn de vrouwelijke (sig)aren nog lichtbruin. Later worden ze bijna zwart. Althans van de grote lisdodde. De kleine lisdodde verkleurt meer naar groengeel. Lees verder

Strandlopers, schelpen en een bot

Grote hartschelp. Foto Koos Dijksterhuis

Grote hartschelp. Foto Koos Dijksterhuis

Omdat ik in het Westland een lezing geef over mijn nieuwe boek over natuurwandelen, grijp ik mijn kans op een strandwandeling, en bezoek ik eindelijk de Zandmotor bij Ter Heijde. Dat is een uitstulping van het strand in zee, aangelegd met opgespoten zeezand om de smalle kuststrook te verstevigen.

De Zandmotor ligt er al zes, zeven jaar en intussen leven er schelpdieren en wormen in de bodem. Ik loop langs de waterlijn iedere golf die op- en weer afstroomt laat het zand knisteren en pruttelen van bellen en minifonteinen uit talloze holletjes. Lees verder

Bonte witte kwikstaart

Witte kwikstaart. Foto Koos Dijksterhuis

Witte kwikstaart. Foto Koos Dijksterhuis

De witte kwikstaarten keren terug uit Spanje en Marokko, waar ze als pensionado’s de hele winter van de zon hebben genoten. Ze stappen door weilanden rond de achterpoten van koeien en schapen, die met elke stap vliegjes opschrikken uit het gras. Daar weten de kwikstaarten wel raad mee; ze rammelen na hun vliegreis van de honger. Ook moeten ze eten om fit te worden voor de productie van eieren. Lees verder

Zwart, wit, rood, staart

Zwarte roodstaart m. Foto Evert Sikkema

Zwarte roodstaart m. Foto Evert Sikkema

Op de lentedag der lentedagen, 21 maart, maak ik een wandeling en zie ik een zangvogel die terug is uit het zuiden en die ik ieder jaar in maart voor het eerst zie. De vogel hipt uit een struik naar een hek. Zodra ik nader, fladdert hij voor mij uit naar een volgende zitplek. Vogels bewaren graag afstand tot mensen. Om hem door de verrekijker te bekijken, blijf ik even staan. Hij heeft iets weg van een roodborst, is ongeveer even groot en heeft net zulke kraaloogjes. Maar de rode borst ontbreekt, terwijl zijn staartje wel rossig is. Hij heeft een borst van glanzend zwart fluweel, een donkergrijs verenpak met contrasterend witte vleugelstrepen en een opvallend rode staart. Lees verder

De vroegste vogel

Merel. Foto Koos Dijksterhuis

Merel. Foto Koos Dijksterhuis

Om vier uur ’s morgens word ik wakker. Ik lig in bed te luisteren naar de regen op het dak. Ondanks dat vredige geluid dommel ik niet weer in. Na een uur begint de eerste vogel te zingen. Het is niet eens een roodborstje, meestal de vroegste van het stel. Of de laatste, het is maar hoe je het bekijkt, pardon beluistert. Roodborstjes zingen soms ook midden in de nacht. Nachtegalen doen dat ook, maar nachtegalen zijn er nu nog niet, en hoor ik trouwens nooit door mijn slaapkamerraam. Lees verder

De tjiftjaf is (on)gehoord

Tjiftjaf. Foto Koos Dijksterhuis

Tjiftjaf. Foto Koos Dijksterhuis

De tjiftjaffen komen aan van hun reis uit het zuiden. De eerste werden anderhalve week geleden al gezien in het zuiden des lands, de ijzige oostenwind temperde hun animo enigszins, maar intussen komen ze weer op gang.

Tjiftjaffen zijn klein en onopvallend groenig, al zijn ze in de nog kale boomkruinen wel in het vizier te krijgen, zeker als ze op een uitkijkpost gaan zitten zingen. Als ze zingen zijn ze op het gehoor te vinden en dan blijven ze eens een tijdje stil zitten, wat doorgaans niet des tjiftjafs sterkste kant is. Zoals de meeste kleine bruingroene vogels zijn ze zo beweeglijk dat je nauwelijks tijd hebt om scherp te stellen als je ze al in de kijker krijgt. Lees verder

Rood-wit op het Rif

Ballonnen op het Rif. Foto Koos Dijksterhuis

Ballonnen op het Rif. Foto Koos Dijksterhuis

Het is een stralende dag met een koude oostenwind. Via de Westerplas waar zich de lepelaars verzamelen wandel ik naar het Rif, de groene strandvlakte aan de zuidwestkant van Schiermonnikoog. Ik loop een wijde boog door de knisperende weidsheid. De Oude Steiger blinkt in de middagzon. Daarvoor glinstert het wad achter het Rif, die hier als een kwelder het waddenslib verzamelt.

Een viertal bergeenden scharrelt over het Rif. Een van hen houdt mij met gestrekte hals in de gaten. De andere drie neuzen onbekommerd tussen de sprieten naar iets eetbaars. Lees verder

Grote diertjes mogen niet dood

Verhongerde edelherten Foto Koos Dijksterhuis

Over de Oostvaardersplassen heb ik veel geschreven. In onder meer twee boeken heb ik er een hoofdstuk aan gewijd. Uit vrees mezelf te herhalen hield ik me nu afzijdig van het nietes-welles-gebazel. Zelf vind ik welles noch nietes, maar de verwoesting van voorheen één van Europa’s mooiste natuurgebieden gaat mij zeer aan het hart. Dus zal ik er toch nog maar een keer over schrijven…

De dichtheid aan grote grazers in de Oostvaardersplassen evenaart die in de intensieve landbouw. De uitgezette koeien, paarden en herten eten alles op wat er groeit en vertrappen de rest. Het resultaat is een doodse woestenij van overbegraasd grasland. Lees verder

Terugtrekkende padden

Gewone pad Foto Marian Barendtszen, KNNV Delfland

Gewone pad Foto Marian Barendtszen, KNNV Delfland

Als reactie op mijn natuurdagboek over padden mailt Jurrie de Vos me dat het hem altijd verbaasd heeft dat padden altijd alleen in het voorjaar worden overgezet. ‘Die beesten gaan toch ook weer terug. Is de kans dat ze dan doodgereden worden kleiner of gebeurt het in de tijd meer verspreid waardoor het minder opvalt?’

Goede vraag – de padden die de paring overleven en natuurlijk de nieuwe generatie padjes verlaten na verloop van tijd de vijvers en verspreiden zich. Dan steken ze de wegen over, die volgend voorjaar hun dood worden. Ik denk dat ze meer verspreid op stap gaan en er geen plotselinge hausse is, zoals de tsunami van net uit hun winterslaap ontwaakte padden. Ik leg de vraag voor aan paddenman Geert van Poelgeest van KNNV Delfland. Lees verder