Gaten in de singel

Ganzen achter het huisje. Foto Koos Dijksterhuis

Ganzen achter het huisje. Foto Koos Dijksterhuis

Uit ons huisje op Schiermonnikoog kijk ik over de weilanden. De houtsingel is onder handen genomen en de oude eik is weg. Voor een eik was ie trouwens jong: een jaar of vijftig. Er zijn mensen die denken dat een bos of singel soms verjongd moet worden. De (iets) oudere bomen zagen ze om, met elektrische zagen. Werd er met de hand gezaagd, dan zouden de mensen minder belang hechten aan jeugdige singels. Lees verder

Meikevers in het buitenland

Meikever. Foto Koos Dijksterhuis

Meikever. Foto Koos Dijksterhuis

Het is mei, en mei is de maand van de meikevers. Ik herinner me dat ik als kind tegen mijn vader zei dat ik nog nooit een meikever had gezien. Dat vond hij bespottelijk; in de lente wemelde het van de meikevers, zei hij. Hij nam me mee om meikevers te zien. Het lukte niet. Sindsdien heb ik soms een meikever in Nederland gezien, maar zo algemeen als in mijn vaders jeugd zullen ze niet gauw meer worden. Maar in het buitenland zijn ze algemener, en iedere lente sturen Trouwlezers me wel enkele foto’s, met de vraag welke buitenissige reuzenkevers ze tijdens de meivakantie hebben gezien. Lees verder

Lentelibel

Glassnijder Foto Koos Dijksterhuis

Glassnijder Foto Koos Dijksterhuis

Veel libellen kruipen pas als larve langs een waterplant uit het water, als dat water is opgewarmd door de zomerzon. In juli en augustus vliegen de meeste libellen. Libelles bestaan ook, dat zijn tijdschriften. Enkele libelsoorten zijn in mei al paraat en een van de eerste is de glassnijder, een libel uit de familie van de glazenmakers. Lees verder

Orchideeën!

Witte mei-orchis Foto Koos Dijksterhuis

Witte mei-orchis Foto Koos Dijksterhuis

Het is mei en op Schiermonnikoog bloeien de mei-orchissen, ook wel brede orchissen genoemd. Ik ben op het eiland met veertien Trouwlezers, om hen het eiland te laten zien. Ik heb orchideeën beloofd, dus die mei-orchissen komen als geroepen! De algemenere rietorchissen lijken erop, maar bloeien nog niet, wat de determinatie gemakkelijker maakt. Lees verder

Kleine bij met wespentaille

Geel getipte voelsprieten Foto Koos Dijksterhuis

Geel getipte voelsprieten Foto Koos Dijksterhuis

Toen het warm was en ik buiten koffie dronk, zweefde er een bijtje over mijn terras. Het was maar een halve centimeter lang en snorde laag over de tegels. Soms nam het even plaats bij een holletje tussen de tegels. Er waren nogal wat van die holletjes en misschien hoopte de bij dat ze tussen de holletjes een bijennest aantrof om een eitje bij te leggen. Dat doen sommige bijensoorten. Ik heb meestal wel graafbijtjes tussen de tegels, maar nu waren er alleen mierennesten. Onvoorstelbaar hoeveel zand die mieren al naar boven hadden gezeuld. Lees verder

Van oase tot snackbar

Klaas Jager. Foto Koos Dijksterhuis

Klaas Jager. Foto Koos Dijksterhuis

In weidevogelparadijs de Ripen in Friesland laten de meeste Nederlandse weidevogels zich zien en horen. Kieviten, grutto’s, wulpen, scholeksters, snippen, kluten, winter- en zomertalingen, slob-, krak-, kuif-, berg- en wilde eenden, kokmeeuwen, kwartels, witte en gele kwikstaarten, graspiepers en veldleeuweriken, boerenzwaluwen, kneutjes, grauwe en Canadese ganzen delen de honderd hectare met heldere sloten doorregen, modderig grasland. Lees verder

Weidevogelparadijs

Grutto. Foto Koos Dijksterhuis

Grutto. Foto Koos Dijksterhuis

Op een zonnige lentemorgen neemt veldbioloog annex ecologisch adviseur Klaas Jager mij mee naar een weidevogelparadijsje waar hij al twintig jaar de broedvogels telt. En dat zijn er nogal wat. In de Ripen, ruim honderd hectare grasland bij het Koningsdiep in Zuidoost-Friesland, gonst en knettert het van de weidevogels. Grutto’s scheren over en buitelen gruttoënd door de lucht, wulpen mengen zich riedelend, tureluurs, kieviten en veldleeuweriken dragen bij aan het lentegeluid en overal vliegen eenden van uiteenlopende pluimages.

“Tachtig paar grutto’s, dertig paar watersnip, dertig paar slobeend op honderd hectare”, somt Klaas op. Voor Nederland zijn dat ongekende aantallen. De meeste vogels zitten nog op de eieren en houden zich gedeisd, maar sommige kieviten en grutto’s vliegen alarmerend boven ons; die hebben al jongen. Soms snort een watersnip tjikkerend op, om zich blatend als een hemelgeitje terug te laten vallen. Dat geblaat doen ze met hun staartveren, het getjik met hun keel.

De Ripen zijn een enclave tussen doodse groene velden. Staatsbosbeheer houdt er het grondwater hoog wordt, zodat de sloten vol staan en de bodem zacht is; daar kunnen lange dunne snavels in prikken. ’s Zomers wordt er gemaaid en graast er vee.

Als twee kraaien zich boven de weidevogelweiden wagen, stijgt er meteen een luchtmacht op van onder meer zeven grutto’s. De kraaien weten niet hoe snel ze zich uit de vleugels moeten maken. Zelfs de havik die passeert laat zich verjagen.

‘Die broedt in dat bosje verderop’, weet Klaas. ‘Dat stamt net als dit weidevogelreservaat uit de jaren ’70, ter verzachting van het verwoestende effect van ruilverkaveling en industriële landbouw. Maar dat een bos slecht combineert met weidvogels, besefte men niet. Van alles wat, was het idee. Die versnippering is funest. Dit gebiedje is te klein om de kaalslag in de wijde omgeving te compenseren.’

Twintig jaar geleden broedden hier nog tweehonderd paar grutto’s, tweeënhalf keer zoveel als nu. Ik neem voor de zekerheid het gelukkig makende geluid op: ‘grut o grut o grut!’

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 15 mei ’18)

Draderige rupsen uit de boom

Kleine wintervlinder rupsjes. Foto Koos Dijksterhuis

Kleine wintervlinder rupsjes. Foto Koos Dijksterhuis

Veldbioloog annex ecologisch adviseur Klaas Jager uit Jonkersland laat mij een paar natuurgebiedjes zien langs het Koningsdiep in Zuidoost-Friesland. Ik ben er eerder geweest, jaren geleden. Het dal van het Koningsdiep is vochtig van schoon, ijzer- en kalkhoudend kwelwater. Van stroomop- tot -afwaarts zijn er eikenbossen, struwelen, blauwgraslanden, vochtige graslanden… een liefhebber van bloemen, insecten en vogels komt hier ogen te kort. En oren. Lees verder

Borst- of beflijster

Beflijster. Foto Koos Dijksterhuis

Beflijster. Foto Koos Dijksterhuis

In mijn tienjarige loopbaan als natuurdagboekanier kreeg ik twee keer een lezersvraag over een merel met een witte streep op zijn borst. Beide waarnemingen werden begin mei gedaan, midden in de tijd dat beflijsters door Nederland trekken. April en mei is hun trektijd.

Beflijsters zijn zwarte lijsters met zilvergrijze vleugels en een opvallend witte borstband. Ze hadden beter borstlijsters dan beflijsters kunnen heten; dat is misschien zelfs een kuisere naam. Hoewel dominees vanouds een witte bef op hun zwarte toga droegen; een behoorlijk kuise dracht. Lees verder